Review

De steeds toenemende afstand is hartverscheurend en herkenbaar

Als iets de gedichten van Tonnus Oosterhoff verbindt, dan is het de afstandelijkheid van zijn ik-figuren ten opzichte van hun directe omgeving. Door verschillende benaderingen van het begrip afstand ontstaat bij het lezen van Ja Nee de indruk dat het om iets concreets gaat, als was verwijdering een weefsel.

Vaak wordt het ontheemde, het onbestemde, tot kern verheven. Oosterhoff geeft vorm aan de vage gebieden van angst en vermoedens, die meestal onbenoemd blijven, maar wel een leven kunnen beheersen: Je kunt het bijna aanraken,/ toch is het er niet./ Bewakingscamera's registreren het/ maar verzuimen te omschrijven./ Het is geen schaduw, ook geen lichtvlek;/ een uitsparing lijkt het./ Door eraan te denken ruik je het bijna,/ het ruikt als heel vroeger./ Kom, we gaan weer naar binnen.

De gedichten zinderen van een levendig, tastend taalgebruik: Het mag wel een tikje warmer abstracter;/ het mag heel wat armer, maar warmer/ dus beter. Je ligt stijf in je hok,/ je insecten verdwenen, je plannen verwelkt,/ af je tanden.

Ja Nee

Poëzie
Tonnus Oosterhoff
De Bezige Bij; 96 pagina's; euro 17,99.

Daarbij trekt een beweging van toenemende afstand als een koude windvlaag door de bundel. Het verlies van verbinding met het leven wordt in enkele gedichten van binnenuit aangetast: Na mijn uitspraakbraak autodafe hoc est corpus pocus ordale mij is/ de tong zwart geweest altijd al, rinkelen mij de tanden getaand/ uit de kaak normaal ik oog als een veenlijker./ Ik heb een ontploffing omhelsd, aan te zien is het me./ O, als ik op het woord steensuis kom kan het niet ongewrokenbruikt blijven. / Zo gaat het zekering vast.

Bitter zijn de gedichten zeker niet, maar in sommige gevallen wel vaal, alsof de dichter een wereld wil bereiken die losgezongen is van alle emotionele betrokkenheid. Is degene die hier aan het woord is, afstand aan het nemen van het leven zelf?

Wat deze ijle gedichten hartverscheurend maakt, is dat er toch herkenning is. Iedereen kan dit punt bereiken waarop lichaam en bezieling van elkaar vervreemd raken.

Wat is dat voor lichaam dat met ons leeft?

Ons leven is brandhout, ons lichaam vuur,

of: lichaam brandhout, leven vuur.

Vuur en hout vormen een weefsel.

Van wie is het weefsel?

Het publiek brandt van nieuwsgierigheid,

de politie heeft het antwoord.

Zij belegt een persconferentie:

het weefsel is van de vermisten.

Oosterhoff veroorzaakt het besef dat wij allen weefsel zijn: vermisten onder elkaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden