Profiel

De spil in de Tilburgse jazzscene

Geen haantje de voorste, wel spil in de Tilburgse jazzscene. Hij klinkt ruiger sinds hij bij Gatecrash speelt, maar hij is vooral van het mooie, gevoelige spel. Jeroen van Vliet is niet allround, hij is zichzelf. En daar krijgt hij de Boy Edgarprijs voor.

Jeroen van Vliet.Beeld Daniel Cohen

Als het aan het eind van de middag donker wordt, zijn bij de meeste huizen in de Tilburgse arbeiderswijk Loven de rolluiken al naar beneden. Eén van de gevels is van het smalle, diepe huis van pianist Jeroen van Vliet. Met achter op het erf een belangrijk element: het bijgebouw met atelier voor vriendin en muziekruimte voor Van Vliet. Eens bakkerij, tot voor kort wietplantage, nu creatieve stek. De pianist wrijft bewonderend over de vandaag geïnstalleerde houten kozijnen. Vakwerk.

Het moest nu maar eens gebeuren. Voor het eerst samenwonen. Volgend jaar wordt hij 50. Alleen was lang fijn, als muzikant, maar ook niet alles. Dus heeft Jeroen van Vliet met Karen en haar twee zoons dit huis betrokken. In Tilburg, dat kon eigenlijk niet anders.

Van Vliet is spil in de karakteristieke Tilburgse jazzscene die in de jaren negentig is ontstaan. De personificatie ervan, zou je bijna kunnen zeggen. Terwijl in Amsterdam dwars geïmproviseerd en in Den Haag hard gebopt werd, ontstond in Tilburg jazz die vloeiend, ruimtelijk, ja, ronduit mooi mocht zijn. En eigenzinnig tegelijk.

Brabant

De verschillende scenes zijn al lang met elkaar verweven, maar je wist bij de klanken van saxofonist Paul van Kemenade, bassist Niko Langenhuijsen, pianist Harmen Fraanje of Van Vliet meteen: dit komt uit Brabant. Een strategie zit er bij Van Vliet niet achter. Hij weet niet beter. Hard swingen of hoekig improviseren vindt hij kicken voor een keer, maar het voelt niet authentiek. Van Vliet is niet allround. Hij is zichzelf.

Daarom krijgt hij aanstaande zondag de Boy Edgarprijs voor zijn rol in de Nederlandse jazz. Als sideman, maar zeker ook als bandleider. Op de feestelijke uitreiking in het Bimhuis zal hij spelen met zijn eigen bands Ogu & Claudio Puntin, Sikeda en Estafest, met trompettist Eric Vloeimans en met de Zuid-Afrikaanse basgitarist en selfmade geluidenman Carlo Mombelli.

De afgelopen jaren viel Van Vliet op met krachtig optreden in die bands en onlangs met de meeslepende soloplaat Wait. Niet krachtig in de betekenis van gespierd, maar krachtig op een poëtische manier. Een stuk of drie zorgvuldig geplaatste noten die deuren doen opengaan, een akkoordwisseling als een watervalletje, daarvoor moet je bij Van Vliet zijn. Als hij zijn muziek creëert, komt hij in een eigen wereld. Geen traditie die hem ergens heen duwt.

Jeroen van Vliet in 2006.Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Eigen geluid

Een 'EW' moest Jeroen wekelijks maken, als 10-jarige jongen uit Goirle. Een Eigen Werk. Al op zijn eerste pianoles werd hij door leraar Willem Kühne gestimuleerd om zijn eigen geluid te vinden. Na die les kwam Jeroen thuis, ging aan de keukentafel zitten en besefte: ik word pianist. Nooit meer aan getwijfeld. Zijn ouders, die elkaar hadden ontmoet als etaleurs bij C&A, vonden het prachtig. Toen hij op het vwo tijdens een tentamenweek een ongeluk kreeg en niet over kon, besloot hij versneld havo te doen. Was ook genoeg voor het conservatorium. Kon-ie wat rustiger aan doen met school, veel pianospelen, blowen, vet in het haar en kleren met gaten aan. Optreden op straat met alle instrumenten in een bakfiets en stroom van de frietboer.

Op het conservatorium was Willem Kühne er weer. Die stopte na twee jaar met zijn lessen aan Van Vliet. 'Anders ga je te veel op mij lijken.' Kühne keek op afstand toe hoe de jonge pianist zich als vrij onderzoeker ontwikkelde, zonder hoofdvakdocent, later af en toe met hulp van Bert van den Brink. Klassieke elementen hoor je steevast terug bij Van Vliet. Improvisatie ook, doorsnee jazz niet. Popmuziek kwam pas veel later. Jeroen was eenkennig, wat dat betreft. Op zijn 15de verjaardag kreeg hij van een vriendje een singeltje van Santana. Gaf hij meteen door aan zijn oudere broer. Die was van de pop.

De ideale sideman, wordt Van Vliet vaak genoemd. Hij laat zangeressen beter klinken, legt prikkelende lagen onder blazers, de drummer en bassist kunnen vriendschappelijk bij hem aanhaken. Hij is geen haantje de voorste die pontificaal met eigen bands de boer op gaat. Daardoor is hij te lang alleen sideman gebleven. Dat ging vanzelf, te beginnen met de band van saxofonist Paul van Kemenade. Vers van het conservatorium kon hij daar Willem Kühne opvolgen. Van Kemenade, eerste generatie Tilburgse jazzheld en net als Van Vliet selfmade in de jazz, had het lef zijn complete ritmesectie te vervangen door jonge honden. Samen met drummer Pieter Bast en bassist Eric van der Westen genoot Van Vliet een razendsnelle leerschool in het succesvolle Paul van Kemenade Quintet, zowel muzikaal als wat betreft banddiscipline en reis- en podiumervaring.

De bands

Ogu

Vrij improvisatietrio met jonge musici Bram Stadhouders op gitaar en Etienne Nillesen op percussie. Sterk in adembenemende, vaak lange spanningsbogen.

Estafest

Drie in elkaar geschoven duo's vormen dit succesvolle kamerimprokwartet met saxofonist Mete Erker, violist Oene van Geel en gitarist Anton Goudsmit. De musici functioneren volledig gelijkwaardig aan elkaar, met aanstekelijk plezier en listige vondsten.

Zeelandsuite 2014

In 1977 maakte pianist Leo Cuypers de roemruchte Zeelandsuite die werd uitgevoerd op verschillende plekken in het Zeeuwse landschap. Dit jaar maakte Van Vliet volgens hetzelfde concept nieuw werk dat met zeven topimprovisatoren van nu (onder wie Joris Roelofs en Joris Posthumus) werd uitgevoerd en gefilmd en komend jaar op tournee gaat.

Sikeda

Zeskoppige band met o.a. cellist Jörg Brinkmann, bassist Frans van der Hoeven en drummer Pascal Vermeer die een paar jaar geleden hoge ogen gooide met sfeervolle, open muziek en die voor de Boy Edgarprijs weer bij elkaar komt.

Jeroen van Vliet Trio

Gloednieuwe, deels elektrische band met drummer Mark Schilders en bassist Gulli Gudmundsson en concrete composities van Van Vliet.

En verder...

Behalve als sideman in de band Gatecrash van Eric Vloeimans is Van Vliet in die hoedanigheid ook geregeld te horen bij de zangeressen Simin Tander en Kristina Fuchs. Verder speelt hij solo en vormt hij een duo met saxofonst Mete Erker en met violist Oene van Geel.

jeroenvanvliet.com

Uitdagingen

Het was een geweldige tijd, maar na achttien jaar was het genoeg. Als hij doortastender was geweest met zijn eigen projecten, dan was hij er waarschijnlijk eerder mee gestopt. Een veel spelende band is toch comfortabel. En het leven heeft meer uitdagingen. Je een beetje goed voelen, een sociaal leven hebben en het hoofd boven water houden is lastig zat. Dus zo loopt dat dan.

Dat mooie, gevoelige spel. Het is het handelsmerk van Van Vliet en lang leek het of een ruigere kant er gewoon niet was. Hij werd weleens misselijk van zijn eigen mooiïgheid. Van medemuzikanten ontvangt hij er nooit klachten over, behalve van drummer Martin van Duijnhoven, met wie hij speelde in de Contraband. 'Je kunt niet alleen maar mooi spelen, Jeroen. Dat gaat niet.' Van Vliet was het er aanvankelijk niet mee eens, maar het gaf hem toch een zetje.

Sinds een jaar of acht kan het publiek kennismaken met de heftigere kant van Jeroen van Vliet. De man die zo smaakvol het beste uit de akoestische vleugel wist te halen, stond ineens te ronken en te gieren op buitenfestivals met een vervormde Fender Rhodes en andere elektrische spullen. In de band Gatecrash van trompettist Eric Vloeimans. Weer als sideman. Terwijl het plan toch echt was om voor het eerst een eigen elektrisch trio te beginnen. Hij had het net min of meer in de startblokken staan, met Jasper van Hulten op drums, toen Vloeimans hem vroeg voor Gatecrash. Met Jasper van Hulten op drums.Een sterker plan, met publiekslieveling 'Vloei' als frontman. Ja kut, dan moet dat eigen bandje maar weer aan de kant.

Smaakmaker

Er zijn inhoudelijk luikjes open gegaan in Gatecrash. Heftiger, donkerder en ruiger klinkt Van Vliet. Niet dat het er nooit in zat, maar bij andere bands was daar niet zoveel ruimte voor. Hij floreert in Gatecrash, is als rechterhand van Vloeimans smaakmaker van de ritmesectie. En hij is zichtbaarder. Vloeimans is een flamboyante man, iedereen die hem tegenkomt weet dat-ie geweest is. Van Vliet profiteert daarvan.

Het is te gek, die Fender Rhodes en effecten. Maar uiteindelijk blijft hij terugkomen bij de vleugel. Vergeleken daarmee is de Rhodes toch een soort speelgoed. Je kunt hem leuk aankleden en je kunt er muzikaal ook echt mee spreken, maar niets is te vergelijken met de klasse en de mogelijkheden van een vleugel. Een gereviseerde oude Steinway is pas nog naar boven getakeld, naar de oefenruimte. Niet makkelijk om goed te laten klinken. Maar als dat lukt, word je een betere pianist. Klank maken op een piano, je legt het niet zomaar even uit. Heeft onder andere te maken met balans in je vingers en handen.

Het mooie van improvisatiemuziek is dat je je kunt laten leiden door het instrument. Luisteren en voelen waar de piano goed klinkt. Dat kan meezitten en tegenzitten, dat hoort bij het vak. Een prachtig instrument in een dode ruimte, daar heb je minder aan dan een middelmatige vleugel in een omgeving die een instrument doet glanzen, doet ruiken. De piano, de bespeler en de noten in dienst van de sfeer. Zo moet het zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden