De spelers

Een neus zo scherp als een mesje

Net als Manja, de hoofdpersoon van haar roman De spelers, raakte Manon Uphoff verliefd op een vluchteling uit Sarajevo. Het persoonlijke en politieke vervlochten.


'De dingen gebeuren snel, maar het kost tijd om het verhaal te vertellen'. Zo besluit Manon Uphoff haar nieuwe roman De spelers. Het is '200-' en de ik-figuur Manja heeft haar notities afgerond over haar leven vanaf 1992, het jaar waarin ze J. leert kennen.


Waarom deze deserteur uit het Joegoslavische leger slechts een initiaal krijgt, terwijl de andere personages allemaal bij naam genoemd worden, is niet duidelijk. Storend is het niet, het geeft het verhaal de schijn van 'echt gebeurd', en dat is het in zekere zin ook. Uphoff heeft net als Manja sinds 1992 een vluchteling uit Sarajevo als partner, met wie ze geregeld in de jaren na de oorlog naar deze stad is gereisd.


Manja geeft Nederlandse les aan een groep vluchtelingen als J. arriveert die een 'even plotselinge als redeloze betovering' bij haar veroorzaakt. Binnen twee weken is hun relatie een feit. Eerst bezoekt ze hem nog in een opvanghuis waarin J. jacht maakt op kakkerlakken door een fles chloor leeg te spuiten achter de plint.


Toen 'waren ze in een boog tevoorschijn komen springen, piepend en krijsend als baby's, met een snelheid alsof ze werden afgevuurd en in zo'n aantal dat ze één onderbroken halve cirkel leken'.


De aanvankelijk zeer fysieke aantrekkingskracht tussen Manja en J. heeft ook iets fatalistisch. 'Het was alsof zijn neus speciaal voor mij zo scherp als een mesje, zijn lichaam zo soepel als een twijg was (...) - of hij de meest eenvoudige, efficiënte en overtuigende vorm van mijn eigen verlangen was.' Dat verklaart waarom ze met hem gaat samenwonen en hem vergezelt naar het geteisterde Sarajevo, hoewel het bepaald geen rozengeur en maneschijn is tussen deze twee gemankeerde zielen.


In beeldende fragmenten schetst Uphoff het leven van het moment. Een simpele mededeling - 'mijn buren had ik in geen maanden gezien' - volstaat om duidelijk te maken in wat voor wijk Manja woont. Lees je over haar moeder: 'slordig verwekt en na haar geboorte haastig aan vreemden afgestaan, was op haar hoede, zelfs voor haar eigen kroost', dan weet je dat Manja geen vrolijke jeugd had. Ook de beschrijving van J.'s illegale baantje in de keuken van een Van der Valk-restaurant, waar hij zich tijdens politiecontroles in een koelcel moet verstoppen, is veelzeggend. Belangrijke feiten vat ze kordaat samen, J. krijgt de A-status, zijn vader heeft de wintermaanden van 1992 niet overleefd.


De kracht van Uphoff zit in haar volstrekt onsentimentele stijl, nergens kun je haar betrappen op enige teerhartigheid of angst om het slechte en lelijke in de mens en de wereld te laten zien. Moralistisch is ze ook niet, terwijl ze er wel op uit lijkt om gevoelens en gebeurtenissen tot op het bot te ontleden, en woorden te geven. Samen met J. bezoekt ze zijn moeder, zijn zus Olga en zwager Spiro 'de luitenant-commandant-en-nu-de-veteraan' en hun zwakzinnige zoontje Dinko. Ze zijn allemaal door de oorlog getekend en slechts schaduwen van zichzelf. Manja windt er geen doekjes om als ze noteert: 'ja, door jullie zorgen en pijn voel ik weer dat ik leef', terwijl ze zichzelf ook berispt: 'waarom neem ik mijn eigen ervaring toch steeds als uitgangspunt?'


Ze heeft iets van een voyeur, ze volgt J. op al zijn bezoekjes, ze brengt uren door in de bedompte huiskamer van zijn moeder, en noteert wat ze ziet, hoort en ruikt. Het broeit in De spelers van de prachtige en zintuiglijke beschrijvingen, al gebruikt Uphoff te veel - soms vergezochte - metaforen, die haar verder zo sterke stijl verzwakken.


J. probeert zijn schuldgevoel te sussen door een poosje als klusjesman te werken in Srebrenica. Manja noteert: 'hoe meer hij vertelde over de plek en de vrouwen die-alles-verloren-en-nu-niets-meer-te-verliezen-hadden, hoe meer dat alles wegzonk de diepte en duisternis van een vertellin

g in'.


In De spelers vlecht Uphoff het persoonlijke en politieke zo knap ineen dat de tragiek van de weerbarstige liefde tussen Manja en J. uitstijgt boven het particuliere. J. wil niet dat Manja schrijft, haar rest maar één antwoord: 'wat niet in de boeken is, is niet in de wereld'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden