De special effects zijn geslaagd, Wiplala overschreeuwt zichzelf niet

Regie: Tim Oliehoek. Met: Géza Weisz, Peter Paul Muller, Sasha Mylanus, Kee Ketelaar. 93 min., in 124 zalen.

Still uit Wiplala.Beeld YouTube

Een Wiplala, in 1957 voor het eerst beschreven door Annie M.G. Schmidt, is geen kabouter. Hij is een Wiplala, en zo heet hij ook. In de film Wiplala, naar het gelijknamige boek, moet het kleine mannetje (zo'n tien centimeter hoog) het veelvuldig uitleggen. Dat doet hij niet met veel woorden: Wiplala is bepaald geen prater.

Géza Weisz, die de titelheld speelt, heeft zelfs zo weinig tekst dat het elke keer even schrikken is wanneer hij wél wat zegt. Het is ook om andere redenen geen makkelijke rol: om later digitale effecten te kunnen toevoegen, acteerde Weisz voornamelijk voor een groen scherm. Dat doet hij goed, want Wiplala overtuigt als een eigenwijs, maar ook wat verlegen, wereldvreemd wezentje.

Hij komt terecht bij het gezin van Johannes, die met zijn vader en zus Nella Della in Amsterdam woont. Wiplala zorgt ervoor dat ze alle drie even klein worden als hij. Dat doet hij door te tinkelen, maar in terugtinkelen is hij niet zo goed. Johannes vindt het wel een spannend avontuur. Eindelijk heeft hij de aandacht van zijn vader en zus.

Regisseur Tim Oliehoek (Pizzamaffia, Chez nous) waagde zich met Wiplala voor het eerst aan een Annie M.G. Schmidt-verfilming, maar voor scenarioschrijfster Tamara Bos is het na Otje, Pluk van de Petteflet en Minoes al de vierde keer. Bos heeft een bijzonder talent voor het schrijven van familiefilms, dat ze ook bewees met onder meer Dolfje Weerwolfje en Brammetje Baas. Soepel verwerkt ze een sprookjesachtig gegeven in een eigentijds avontuur waarbij, zoals dat haast verplicht lijkt in jeugdfilms, op luchtige wijze ook het nodige verdriet wordt verwerkt.

Meer dan de eerdere Annie M.G. Schmidt-films moet Wiplala het hebben van de actiescènes en de special effects. Die zijn grotendeels geslaagd, al valt net het meesterstuk - een vliegende duif - een beetje tegen.

Dat de hoofdpersonen een groot deel van de tijd piepklein zijn, ziet er gelukkig overtuigend genoeg uit. Wiplala past natuurlijk met gemak in een pot pindakaas ('oppersmurrie' noemt hij het) of een speelgoedauto, wat de beste beelden van de film oplevert.

De nadruk op de stunts lijkt soms ten koste te gaan van de rustige scènes. Het huiselijke drama van Johannes blijft wat vlak, maar dat is een klein bezwaar bij een charmante film die de laconieke toon van Annie M.G. Schmidt respecteert en zichzelf niet probeert te overschreeuwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden