Achtergrond50 jaar Lada

De spartaanse Lada was altijd al meer een auto voor Nederlanders dan voor Russen

In de ‘gouden jaren’ van Lada was Stanislav Ivanovitsj huisfotograaf van de Lada-fabriek. Beeld Sandra Hazenberg
In de ‘gouden jaren’ van Lada was Stanislav Ivanovitsj huisfotograaf van de Lada-fabriek.Beeld Sandra Hazenberg

Noem het de Lada-paradox: de auto die inwoners van het communistische Oostblok door de strot geduwd kregen, had echte fans in de kapitalistische wereld waar mensen vrij waren hem te kiezen. Zoals fotograaf Sandra Hazenberg, die de Nederlandse Lada-adept op de foto zette. 

Bij de 35ste verjaardag van de Citroën 2CV, alias De Eend, waren overal festiviteiten. De veertigste verjaardag van de Mini werd rond de eeuwwisseling minstens zo uitbundig gevierd als die van de oude Fiat 500. In 2020 viert de Lada, de hoekige bolide die op vier wielen het symbool werd van het oude Oostblok, zijn vijftigste verjaardag. Het rottige coronavirus verhindert zijn Nederlandse fans, de trouwste ter wereld, een gala voor hem te organiseren.

Op zijn Russische geboortegrond wordt ook geen feest gevierd. Ook zonder corona was de vijftigste verjaardag van ‘de Spartaanse Tank’ er een geweest met een zwart randje. Juist in het jubileumjaar is een einde gekomen aan de export van het merk Lada naar West-Europa. Hoge milieuheffingen maken de huidige modellen onverkoopbaar. In Nederland was het doek al gevallen, maar via Duitsland konden liefhebbers tot voor kort nog exemplaren bemachtigen.

De Lada, de hoekige bolide op vier wielen, werd het symbool van het oude Oostblok. Beeld Sandra Hazenberg
De Lada, de hoekige bolide op vier wielen, werd het symbool van het oude Oostblok.Beeld Sandra Hazenberg

Bij al die tegenslag heeft de Lada één geluk: hij trok de aandacht van fotograaf Sandra Hazenberg. Zonder corona waren haar Lada-foto’s dit voorjaar al op verschillende plekken te zien geweest. Sinds 30 oktober hangen ze in ieder geval in het WTC in Amsterdam. Aan een tafeltje in etablissement De Witte Dame in het oude treinstation van Abcoude toont Hazenberg een representatieve selectie. Om de wereld van de Lada en ‘het Lada-gevoel’ vast te leggen, reisde zij naar Lada-adepten in alle uithoeken van Nederland. En passant bezocht ze Togliatti, duizend kilometer ten zuidoosten van Moskou, waar de auto al bijna twintig miljoen keer van de band rolde. Slechts de T-Ford en de Kever zijn in nóg grotere aantallen geproduceerd.

Aangezien ik een verleden heb als correspondent in ‘de Ladazone van Europa’ stel ik Sandra Hazenberg maar meteen de brandende vraag: ‘Wat heeft een Nederlandse vrouw met een auto die Oost-Europese mannen eerst massaal verwensten en daarna massaal wegdeden?’

Het is een lang verhaal. Hazenberg is van oorsprong econoom. In de jaren negentig controleerde zij als registeraccountant een tijd de financiële huishouding van de roemruchte Groningse Lada-importeur Gremi. Als er zoiets als een Lada-virus bestaat, dan is zij er toen mee besmet geraakt. Hazenberg herinnert zich de partijen Lada’s die met de boot uit Rusland aankwamen in de Eemshaven en die ze moest inspecteren op transport- en opslagschade. Zelden zat er een exemplaar bij dat netjes en ongeschonden was. Die Lada’s kwamen uit een andere wereld, uit een ruig universum, dat zag je én dat rook je. En dan had je nog de mannen die om die Lada’s heen hingen. Dat waren nooit mannen van het type accountmanager of belastingconsultant – dat waren markante figuren, van Marx en Lenin hadden die mannen vaak meer verstand dan van autohandel. Dat de Lada via het hoge rode noorden Nederland binnenkwam, in de contreien waar de Communistische Partij Nederland decennialang groot en machtig was, dat was geenszins toevallig.

In Hazenbergs beelden komen twee verhalen samen: dat van de planeconomie van de Sovjet-Unie en het dogma dat één auto alle Nieuwe Socialistische Mensen gelukkig kon maken, én het verhaal van de sympathisanten in de kapitalistische wereld die besloten die communistische auto te gaan importeren en daar nog een publiek voor vonden ook. Noem het de Lada-paradox: de auto die inwoners van het Oostblok, oneerbiedig gezegd, door de strot geduwd kregen, had zijn echte fans in de wereld waar mensen vrij waren hem te kiezen.

Misschien wel zijn meest toegewijde fanbase heeft de Lada tot op de dag van vandaag in Nederland. Een simpel gegeven zegt meer dan een lang verhaal: de Nederlandse Lada-fanclub heeft 85 leden, de Russische slechts 46, onder hen één vrouw. Zelfs die Russische fans moesten de wenkbrauwen fronsen toen ze hoorden dat Sandra Hazenberg samen met Russisch literair vertaler Aai Prins voor de Lada helemaal naar de oevers van de Wolga was gereisd. Dat deze twee Nederlandse vrouwen op de geboortegrond van de Lada bekijks trokken, is een eufemisme. ‘Wat komen jullie hier doen?!’, was een vraag die ze daar vaak kregen.

In Togliatti op de racebaan/circuit direct achter de Lada-fabriek. De voorzitter van de Russische Lada fanclub (geheel rechts) showt zijn oude, opgeknapte Lada aan een aantal geïnteresseerden. Beeld Sandra Hazenberg
In Togliatti op de racebaan/circuit direct achter de Lada-fabriek. De voorzitter van de Russische Lada fanclub (geheel rechts) showt zijn oude, opgeknapte Lada aan een aantal geïnteresseerden.Beeld Sandra Hazenberg

Togliatti, in de regio Samara, Rusland, is geen populaire bestemming. Dit was één van die grote monosteden waarin de Sovjet-Unie grossierde: de hele economie draaide om die ene royaal geproportioneerde fabriek die AvtoVAZ heette. Vandaag de dag zijn de restanten ervan in handen van de Renault-Nissan-groep. Toen de Sovjet-Unie dertig jaar geleden uiteenviel, stortte de productie in en viel Togliatti ten prooi aan corruptie, betonrot, leegloop en alcoholisme. Hartelijke bewoners die vervroegd met pensioen werden gestuurd nodigden Sandra Hazenberg en Aai Prins spontaan uit om bij glaasjes gedistilleerd herinneringen op te halen aan de tijd dat de auto’s die zij maakten felbegeerd waren.

Togliatti: vóór deze stad werd uitverkoren voor de productie van auto’s voor de socialistische mens, was het een plaatsje van niets. Stravopol aan de Wolga, heette het hier tot 1964. De mevrouw van het oude staatshotel bewaart nog steeds prachtige herinneringen aan ‘de tijd van de Italianen’. Vanaf 1966 arriveerden hier duizenden Italianen om de Sovjet-Unie te helpen bij het opzetten van haar auto-industrie. Italië had een grote communistische partij. Stravopol aan de Wolga werd hernoemd naar de Italiaanse communistische leider Palmiro Togliatti. De Italiaanse auto die ideologen geschikt bevonden voor de Sovjetmens, de Fiat 124, was er een zoals kinderen hem tekenen: rechte lijn omhoog, recht lijn naar rechts, rechte lijn omlaag, klaar auto. Franjes en flauwekul zijn voor kapitalisten.

Een klok met het Ladalogo. Beeld Sandra Hazenberg
Een klok met het Ladalogo.Beeld Sandra Hazenberg

Om het ontwerp geschikt te maken voor barre Russische winters, werden meer dan zeshonderd aanpassingen doorgevoerd, vooral aan het onderstel. Die gesovjetiseerde Fiat 124 kreeg ‘iets tankerigs’. Hij was bijna 100 kilo zwaarder dan het origineel en minstens zo gulzig met benzine als echte Russische mannen met wodka. Voor miljoenen mensen in het Sovjet-imperium die dolgraag een auto wilden, was dit de enige keus. Massaal tekenden ze erop in, de wachtlijsten werden steeds langer, eerst drie, daarna vijf, daarna zeven jaar.

In de Sovjet-Unie heette de wagen Zhiguli VAZ 2101. De naam ‘Lada’, naar de Slavische oergodin van jeugd en schoonheid, werd gemunt voor de export. In Togliatti speurde Sandra Hazenberg de illustere Lada-fotograaf Stanislav Ivanovitsj op, die deze Sovjet-auto zo vaak appetijtelijk vastlegde met Russische schonen op de motorkap dat partijbonzen hem officieel sommeerden ‘ook eens een man’ op de foto te zetten.

Gesovjetiseerde fiatjes kregen iets ‘tankerigs’. Beeld Sandra Hazenberg
Gesovjetiseerde fiatjes kregen iets ‘tankerigs’.Beeld Sandra Hazenberg

Probleem van de Lada was dat zelfs duizend wulpse Russinnen hem niet aan een sexy imago konden helpen. Boze tongen fluisterden dat de ronde vormen van de fotomodellen dienden ter compensatie van de hoekigheid van de auto. In de woorden van een ex-Lada-rijder uit de republiek Moldavië: ‘Zelfs als Gina Lollobrigida op de motorkap had gezeten, was de Lada daar niet wulps van geworden.’ Vele Sovjet-mensen die blij hadden moeten zijn met dit vervoermiddel, bleven stiekem dromen van ‘kapitalistische auto’s’ die ze in films zagen. In 1989 verdween het communisme uit Oost-Europa, in 1991 verdween de Sovjet-Unie zelf. In de dertig jaar die volgden, deden ex-socialistische mensen en masse hun Lada’s weg zodra ze geld hadden voor iets anders. De auto waarvoor lange wachtlijsten hadden bestaan, werd er een van armoedzaaiers en provincialen. Van Belarus tot Oezbekistan en van Bulgarije tot Kirgizië is tot op de dag van vandaag één en dezelfde wet van kracht: hoe armer en geïsoleerder een stad of streek, hoe meer Lada’s je daar ziet. Kijk deze dagen naar de beelden van de strijd in Nagorno-Karabach en je ziet dat er daar nog heel wat rond rijden.

Garage Van Zanten in Bussum, ooit een van de grootste Lada-dealers van Nederland.  Beeld Sandra Hazenberg
Garage Van Zanten in Bussum, ooit een van de grootste Lada-dealers van Nederland.Beeld Sandra Hazenberg

Mijn goede Bulgaarse vriend Georgi was tot 1993 Lada-rijder ‘bij gebrek aan alternatieven’. Ik vertel Sandra Hazenberg wat Georgi zei toen ik hem vertelde dat de Lada vanaf het midden van de jaren zeventig een populaire auto werd in Nederland: ‘Wat zijn dat voor mensen die vrijwillig met het hoekigste meisje uit de klas gaan dansen?’ Jaren later legde ik die vraag voor aan Jan Feijen, secretaris en penningmeester van de Lada Club Nederland. Zijn antwoord: ‘Ik vind de Lada mooi, om zijn simpelheid en zijn eenvoud. Hij is hoekig, zeker, dat is een kwestie van smaak.’

 Er is wat te zeggen voor de hypothese dat de Lada altijd beter bij Nederland heeft gepast dan bij zijn geboortegrond. Dit was een auto voor doe-maar-gewoon-geen-gepronk-en-geen-aanstellerij-mensen, niet voor een volk van bals en balletten, kaviaar en kostuums. Willem Drees en Maarten ’t Hart laten zich makkelijker aan het stuur van een Lada visualiseren dan Raspoetin of Rachmaninov. De oudste nog rijdende Lada hier ter lande, een bordeauxrode, werd op 1 mei 1973 op een Nederlands kenteken gezet. In de vijftien jaar die volgden steeg de verkoop ieder jaar. Nederlandse Lada-rijders waren net als die in andere kapitalistische landen bevoorrecht. Ze hoefden niet zeven jaar op hun Lada te wachten en ze profiteerden van het officiële Sovjet-beleid deze auto op de vrije markt zo goedkoop mogelijk aan te bieden.

CPN-stemmers op het Groningse platteland konden met een Lada én geld besparen én hun adhesie aan de Sovjet-Unie betuigen. Chauffeurs zonder ideologische drijfveren lieten met aankoop van ‘een Spartaanse Tank’ zien dat ze niet statusgevoelig waren en er al helemaal niet op uit waren de buren de ogen uit te steken. Importeur Gremi raakte precies de juiste snaar met de reclameslogen: ‘Een auto zonder blabla’. Mark Zeemering, voorzitter van de Lada Club Nederland, formuleerde het Lada-gevoel als een retorische vraag: ‘Waarom iets vervangen of vernieuwen als het gewoon goed is?’

Het grootste deel van de 479 nog geregistreerde Lada’s in Nederland staat bij garages, zoals deze bij Autobedrijf Snippe in het Drentse Nieuwlande. Beeld Sandra Hazenberg
Het grootste deel van de 479 nog geregistreerde Lada’s in Nederland staat bij garages, zoals deze bij Autobedrijf Snippe in het Drentse Nieuwlande.Beeld Sandra Hazenberg

Snobs en ijdeltuiten maakten grappen over Nederlandse bezitters van ‘Russische tanks’, Lada Club-penningmeester Jan Feijen herinnert zich dat hij daar ‘iets rebels’ van kreeg. ‘Zoiets van: ik hoef niet modieus te zijn, ik doe niet mee met die statusdingen. Deze auto past bij mij.’ In de hoogtijdagen werden in Nederland bijna 20.000 Lada’s per jaar verkocht. De klad kwam erin toen Youp van ’t Hek op conferences de aanval opende op de Lada-rijder (‘een gereformeerd opgeschoren koppie’) en de Sovjet-Unie bezweek.

Anno 2020 staan er in Nederland nog 448 Lada’s geregistreerd. Het grote publiek is het merk vergeten, maar het mag rekenen op een schare fanatieke adepten. Sandra Hazenberg fotografeerde Nederlands overgebleven Lada’s bij de laatste dealers en de echte liefhebbers. Via de Lada, weet zij, kom je altijd bij aardige en bijzondere mensen terecht. Lang niet alle Ladarijders zijn paradijsvogels of zonderlingen, maar geen één draagt bretels of een krijtstreeppak.

Het grote publiek is het de Lada vergeten, maar het mag rekenen op een schare fanatieke adepten. Beeld Sandra Hazenberg
Het grote publiek is het de Lada vergeten, maar het mag rekenen op een schare fanatieke adepten.Beeld Sandra Hazenberg

Lada Club-voorzitter Mark Zeemering: ‘Ik heb vrienden met VW Golfjes die lid zijn van Golf-clubs. Er is daar veel competitie: mijn Golf is beter, sneller, mooier dan de jouwe. Bij de Ladaclub is dat anders: goh, wat leuk dat jij ook een Lada hebt, kom erbij!’ Van zulk autosocialisme konden ze in de Sovjet-Unie alleen maar dromen. Nederland is in de kern een diep socialistisch land, wist de bekende historicus Mark Rutte.

Expositie

De fototentoonstelling Sporen van 50 jaar Lada van Sandra Hazenberg is tot 31 december gratis te zien in het WTC Amsterdam, in de corridor ­onder het Zuidplein.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden