RecensieFestival Brandhaarden

De Spaanse openingsvoorstelling Gran Boléro van festival Brandhaarden is wervelend en spectaculair ★★★★☆

De Portugese voorstelling Sopro is dé verrassing in de eerste week van het festival. 

De Spaanse dansers in Gran Boléro.Beeld Claudia Córdova Zignago

Zou de Stadsschouwburg Amsterdam nog een souffleurshokje hebben? Die vraag drong zich op tijdens het kijken naar de voorstelling Sopro van Teatro Nacional D. Maria II uit Portugal. Dit gezelschap van regisseur Tiago Rodrigues was te gast op het festival Brandhaarden, dat deze weken plaatsheeft in Internationaal Theater Amsterdam. Sopro was al op veel festivals te zien en bleek een erg mooie en ook bijzondere voorstelling over de wereld van het theater. Dit keer niet over het wel en wee van de theatermakers zelf, maar over het bijna anonieme bestaan van de souffleur. Het is een bijna uitgestorven beroep, dat van de auteursfluisteraar, degene die te hulp schiet als een acteur tijdens de voorstelling even zijn tekst vergeet. Vroeger zaten ze in een hokje voorop het podium, later verhuisden ze naar de zijkant of op rij 1 in de zaal. Nu wordt die functie veelal vervuld door een regie-assistent, want dat is goedkoper.

In Sopro is de echte souffleur de hoofdpersoon. Cristina Vidal heet ze, en zij werkte bijna veertig jaar bij het Portugese gezelschap. Zoals ze het zelf zegt: een leven in de schaduw van het theater, het halfduister, als schakel tussen de speler en de tekst. Al die jaren is ze onzichtbaar geweest, gedienstig aan haar vak.

Maar nu staat ze als een monument op het podium, in de schijnwerpers van de aandacht. Klein van stuk, stoer, streng. Tiago Rodrigues schreef een slim stuk voor haar, waarin ze zelf alleen maar fluisterend aan het woord komt.

Vijf acteurs spelen op haar aanwijzingen haar eigen leven na, althans, dat deel dat zich in het theater afspeelt. Met allerlei anekdotes uit het vak, en intussen genieten we van mooie scènes uit Tsjechovs Drie zusters en Bérénice van Racine. Ontroerend is hoe de ziekte en dood van de vorige directeur van het theater, met wie de souffleur een vertrouwensband had, in het stuk is verwerkt. Sopro is een kalme, bezonken voorstelling, een fraai spiegelpaleis vol fijne, romantische herinneringen aan het theater zoals dat ooit was, en nooit zal verdwijnen.

De Portugezen zorgden aldus voor dé verrassing in de eerste week van Brandhaarden, dat dit jaar voor het nogal ongewisse thema ‘Europa’ heeft gekozen. Specifieker: ‘Theater en dans uit het zuidelijk deel van ons continent.’ Voorheen stond altijd een groot internationaal gezelschap (Münchner Kammerspiele, Deutsches Schauspielhaus Hamburg) of een gerenommeerd theatermaker (Peter Brook, Milo Rau) op het affiche. Dat was helder en trok een groot, nieuwsgierig publiek, dat aantoonde dat er naast het Holland Festival meer behoefte was aan internationaal theater in Amsterdam.

Dit jaar is het lastiger kiezen, uit een Zuid-Europees aanbod van relatief onbekende namen. Bovendien is er nogal wat dans geprogrammeerd, terwijl ons land omkomt in de dansfestivals.

Niettemin was de openingsvoorstelling Gran Boléro van de Spaanse choreograaf Jésus Rubio Gamo spectaculair en bovendien zeer goed bezocht. In krap een uur tijd danst een groep formidabele performers zich letterlijk te pletter, in een wervelende choreografie, gezet op een gesampelde versie van Ravels Bolero. Dat overbekende muziekstuk begint als een duet van heimachines en drilboren, maar gaat gaandeweg over in de normale versie die maar dóór- en dóorgaat. Er lijkt geen einde aan te komen, ook niet aan de eindeloze cirkelbewegingen waarin de dansers zijn gevangen. Steeds weer probeert een enkeling uit de tredmolen te breken, in een bewegingspatroon dat steeds heftiger en agressiever wordt. Tegen het eind zijn de lijven bezweet en is alle kleding nagenoeg van het lijf gerukt. Hijgend en uitgeput nemen de dansers de bravo’s in ontvangst – dit is dans die het ultieme doorzettingsvermogen van lichaam en geest etaleert.

Zo uitbundig als de Spanjaarden zijn, zo ingetogen en timide zijn de Grieken in de dansproductie Anonymo van chorgraaf Tzeni Argyriou. Zeven dansers beginnen op knetterende kriskrasmuziek als een soort mechanische wezens, om na ruim een uur te eindigen in een liefdevol tableau vivant. Volgens Argyriou is haar voorstelling een reis terug van de moderne onlinemaatschappij naar de bronnen van de dans. De lijven van haar performers zijn soepel en het sombere licht waarin ze dansen is schitterend, maar de reis zelf speelt zich helaas op te grote afstand van het publiek af.

Wat is er nog meer te zien op festival Brandhaarden?

Het festival Brandhaarden duurt nog t/m 8/2. Deze week is nog te zien:

*La Plaza door El Conde de Torrefiel (Spanje). Theater dat een portret schetst van de huidige generatie dertigers en van de voor- en nadelen van vrije meningsuiting.

*La Gioia door Pippo Delbono Company (Italië). De Italiaanse performer Pippo Delbono brengt als vrolijk-weemoedige clown een ode aan de vreugde, als tegengif voor onze angst voor de dood.

*Margem door Nome Próprio (Porugal). Een gedanste hommage aan de overlevingskracht van kinderen in de marge. Met één acteur, één danser en tien kinderen.

Festival Brandhaarden

Theater/dans

Met:

Gran Boléro (Spranje) ****

Sopro door Teatro Nacional D. Maria II (Portugal) ****

Anonymo door Tzeni Argyriou (Griekenland) ***

29/1 en 1/2, Internationaal Theater Amsterdam. Aldaar t/m 8/2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden