De Spaanse Meesters zijn grillig en onvolkomen

Tussen de onbekende meesters zitten beslist aardige stukken, zoals van de Madrileen Zuloaga, maar de collectie Spaanse meesters van de Hermitage, die nu te zien is in de fraai geïmiteerde Spaanse zaal in de Hermitage Amsterdam, is grillig en onvolkomen.

Ignacio Zuloaga: Toiletmaken voor het stierengevecht, 1903. Beeld © State Hermitage Museum, St Petersburg
Ignacio Zuloaga: Toiletmaken voor het stierengevecht, 1903.Beeld © State Hermitage Museum, St Petersburg

In 1541 schilderde El Greco Petrus en Paulus. Hij toonde de apostelen zij aan zij, de heilige schift onder handbereik, het uiterlijk - borstelige wenkbrauwen en een zachte oogopslag voor Petrus, kale kop plus neus als een pijlinktvis voor Paulus - naar goed 16de-eeuws gebruik een directe afspiegeling van het innerlijk. In de Hermitage zet dat doek de toon. Het rekent in een klap af met het vermeend zonnige en temperamentvolle karakter van de Spaanse kunst in het algemeen en de 16de- en 17de-eeuwse in het bijzonder. Het is, zoals veel in Spaanse Meesters, koud vuur.

Die tentoonstelling is typisch Hermitage in de zin dat ze een belachelijk grote tijdspanne wil vangen in een relatief bescheiden presentatie. Zij toont om en nabij de veertig stukken uit meer dan vijfhonderd jaar Iberische kunst en kunstnijverheid, schilderijen, wapenuitrustingen, karaffen, uit de 'grootste en meest diverse collectie Spaanse kunst buiten Spanje'. Daar kun je zeker kanttekeningen bij plaatsen. 'Groot' biedt in dezen bijvoorbeeld geen garantie voor 'hoogwaardig'. 'Divers' staat niet gelijk aan 'over de hele linie sterk'. Directer gesteld: de tentoonstelling rammelt.

Geen verrassing, wellicht. De ontstaansgeschiedenis van de collectie Spaanse meesters van de Hermitage hangt van toevalligheden aan elkaar. Zij werd door onder anderen tsarina Catharina de Grote herself bijeengekocht uit Britse, Franse en ook Hollandse verzamelingen en omvat zo'n 160 stukken, waarvan een kwart in al zijn grillige onvolkomenheid te zien is in de Spaanse zaal van het moeder-museum in St.-Petersburg. Beter: was te zien. Thans hangt dit deel in een fraai geïmiteerde Spaanse zaal in het satelliet-museum in Amsterdam, eender grillig en onvolkomen.

De 'meesters' uit de titel komen er hier namelijk nogal bekaaid vanaf. Van voornoemde El Greco, om met de oudste te beginnen, hangt er slechts één schilderij: het reeds beschreven dubbelportret van die tikje geelzuchtige heiligen. Van Goya is er ook maar een doek, de actrice Antonia Zárate (zonder wimpers), maar daar staat veel ets-werk tegenover. Velázquez, verre verre voorvader van onze Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix der Nederlanden, vervolgens, hangt er twee stuks sterk, waarvan eigenlijk enkel het portret van Hertog de Olivares, een masker van vlees waaruit twee angstige ogen naar buiten priemen, de naam van de schilder eer aan doet. De sectie Murillo's, voorts, is lijvig en de Ribera's zijn onveranderlijk sterk, maar naast die laatste had ter vergelijking best een Vlaamse meester (Rubens?) mogen hangen. Slecht? Ach, wat is slecht. Het is magertjes. Men probeert dat te ondervangen met onbekende meesters en geschiedkundige kabinetten.

Nu zitten er tussen die eersten beslist aardige stukken. De Madrileense volksschilder Zuloaga (1870-1945), die met zijn portret van een mismaakte dwerg torsend met zijn van dierenvellen gemaakte waterzakken tekent voor een van de hoogtepunten van de expositie, is een kunstenaar waarvan je blij bent hem te hebben ontdekt, net zoals de gitzwarte historiestukken van Ribera-navolger Luca Giordano er mogen zijn. Bij veel andere bijbelstukken en landschappen ligt dat anders. Die zijn tweederangs en kitsch. Die hadden best ongetoond kunnen blijven.

De Hollandse connectie

William Coesvelt kocht 83 Spaanse schilderijen.

Het werd al aangestipt: ook Hollandse verzamelaars stonden aan de basis van de collectie Spaanse meesters van de Hermitage St.-Petersburg. Of beter: een specifieke Hollandse verzamelaar, te weten: William Coesvelt, vertegenwoordiger te Madrid van het bankiershuis Hope & Co. Hij ont-moette in 1808 de kunstenaar George Augustus Wallis, die in opdracht van een Britse kunsthan-delaar naar Spanje was gekomen om werk van Europese meesters op te kopen. Nu wilde het ge-val dat het hem door de napoleontische oorlog - die van Goya - nergens lukte krediet los te krijgen; nergens, behalve bij bankier Coesvelt. Zo kon het gebeuren dat Coesvelt Wallis een lening aan de hand deed en en passant zelf geïnteresseerd raakte in oude meesters, die hij weldra begon te verzamelen. Uiteindelijk kocht hij 83 schilderijen, waaronder het en profil portret door Velázquez, een jeugdwerk. De collectie werd in 1814 deels door tsaar Alexander I overgenomen.

De historische terzijdes, vervolgens, maken minder indruk. Zij gaan over zulke ver reikende onderwerpen als de ontdekkingsreizen van Columbus en de Moorse invloeden op het Iberische schiereiland in de bouwkunst en ornamentiek. Even los van de onmogelijkheid om zulks op een paar vierkante meter uit de doeken te doen, breekt ook hier het gebrek aan goede bruiklenen van andere instellingen en een doortimmerde tekstuele begeleiding de expositie op.

De teksten blijven te vaak hangen in ongeëigende turbotaal ('1492 was een grandioos jaar'), kromme anachronismen ('El Greco werkte aan zijn stijl') of clichématige typeringen ('temperamentvol', 'zonnig'). Dat laatste woord zou in deze context eigenlijk geboycot moeten worden. Men brengt schilderkunst uit de inquisitietijd aan de man, geen all-inclusive vakantie naar Marbella.

Hermitage Amsterdam, t/m 29 mei 2016. Catalogus: €29,95

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden