De soul van Döblins Berlijn

De dikke en toch snelle roman 'Berlin Alexanderplatz' kent een vrije vertaling uit 1930 en een nieuwe vertaling door Hans Driessen. Martin Schouten vergelijkt de twee.

Franz Biberkopf, een Berlijnse arbeider, heeft zijn vrouw gedood en vier jaar in de gevangenis gezeten. In 1928 komt hij vrij, vastbesloten om voortaan als fatsoenlijk mens door het leven te gaan. In de roman Berlin Alexanderplatz van Alfred Döblin lezen we hoe hij daar niet in slaagt. Zijn tegenspeler is de stad Berlijn, in reportagestijl geschilderd door Döblin. Opschriften van winkels, tramhaltes, krantenstukjes, liedjes, ambtelijke stukken zijn zonder overgang in het verhaal geplakt, in de geest van Kurt Schwitters, wiens collages Döblin bewonderde.

Beeld Peter Bischoff / Getty

Geniale roman

Zo zijn er ook verwijzingen naar de Bijbel en de Griekse mythologie die het verhaal diepgang geven, ja, Franz Biberkopf is een soort Job die alles verliest en is ook iemand uit het moorddadige geslacht der Atriden. Je haalt er maar uit wat je wil, zo niet, ook goed, het boek dendert wel door. Elckerlyck, Woyzeck en Faust, niet genoemd, kwamen ook langs toen ik het las, de associaties zijn rijk. De toon doet denken aan Brecht, afstandelijk, geestig en vol sociaal mededogen.

Het boek blies bij verschijnen in 1929 iedereen van de sokken en werd vergeleken met Ulysses van James Joyce. Een geniale roman, door de communisten niet politiek correct bevonden en door de nazi's veroordeeld tot de brandstapel, tja, Döblin was Jood.

Bargoens

In 1930 verscheen een Nederlandse vertaling. De vele registerwisselingen in het proza zijn lastig voor een vertaler, het moeilijkste is het plat-Berlijns. Nico Rost, de vertaler, maakte daar een soort Amsterdams met veel bargoens van, zoals het wonderlijke woord tremientjes. Rost woonde toen in Berlijn en kende daar iedereen in de literaire wereld, ook Döblin. Die kende Nederlands, las de vertaling en keurde die goed, althans volgens Rost. Wist Döblin wat tremientjes waren? Zelfs Van Dale kent het niet.

We verlaten nu de afdeling spijkers op laag water. Johan Polak schreef in een nawoord bij een heruitgave in 1978: 'Deze vertaling, desnoods eerder een bewerking te noemen, is naar de smaak van de jaren dertig vrij, naar de opvattingen van onze tijd zelfs zeer vrij. Nico Rost heeft zich vrijheden veroorloofd en ging een enkele maal zo ver dat hij een zinsnede of alinea liet vervallen.'

Döblin gaf zijn roman als ondertitel Het verhaal van Franz Biberkopf, bij Rost is dat De zondeval van Franz Biberkopf, ja, hallo, mag ik u even spreken? Het is exemplarisch voor zijn aanpak. Franz komt uit de gevangenis en Döblin schrijft: Die Strafe beginnt. Rost maakte daar van: 'Nu zou zijn straf pas beginnen.'

Voorwaartse stuwing

Er is een nieuwe vertaling, gemaakt door Hans Driessen, en daarin lees ik: 'De straf begint.' Ha, de lezer wordt voor vol voor aangezien, heeft geen uitleg nodig. Zo is er veel meer als je die twee versies naast elkaar legt, het Duits erbij, en toch heb ik de vertaling van Rost met plezier herlezen, laat dat ook zijn gezegd. De meeste boeken zijn me te dik en langdradig, Berlin Alexanderplatz is dik en snel, heeft een voorwaartse stuwing, in de muziek bekend als swing. Het heeft ook, om bij de muziek te blijven, soul. Rost heeft dat op de een of andere manier vast weten te houden, al wordt het natuurlijk nooit zo opwindend als het origineel.

Rainer Werner Fassbinder mist in zijn verfilming (1980, veertien delen, vertoond door de VPRO, je bleef er voor thuis, nu te koop op dvd) de swing, maar heeft wel de soul, een kwestie van toon. Hoe heeft Driessen dat opgelost? Niet door het vinden van een equivalent voor het plat-Berlijns, volkse woorden als asem (adem) en verinneweerd (geruïneerd) zitten als Fremdkörper in zijn tekst. De eerste drie hoofdstukken werken alsof je spinazie hebt gegeten en dan met de tong langs je tanden gaat, stroef. Vanaf het vierde hoofdstuk (er zijn er negen) heeft hij een toon die wel werkt, rustig en vloeiend, behendig door de registers heen. Tremientjes was de vertaling van Rost voor Menkenke, zoiets als bibberaties. Driessen maakt er van: 'Nou zeg, je heb 't flink te pakken.'

Berlijn Alexanderplatz is in zijn kern een volksboek en de uitgever van de nieuwe Nederlandse vertaling had het goede idee om dat te laten zien op het omslag, namaak van een oude Duitse editie, maar wat is er tegen goede namaak? Driessen is het gelukt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.