De solide stem van Simone Atangana Bekono gaat niets uit de weg

Boek (Poëzie) - Hoe de eerste vonken zichtbaar waren

Dat deze gedichten geschreven moesten worden, is onmiddellijk duidelijk. De regels staan onder spanning van woede, onbegrip, de noodzaak om woorden te vinden voor wat zich voordoet als vanzelfsprekend, maar onacceptabel is.

De woorden die Simone Atangana Bekono (1991) vindt in haar debuutbundel leiden tot een wereld waarin zij met haar taal heerst:

ik leen geld van een blanke, westerse man

ik koop toiletpapier voor een blanke, westerse man

Poëzie **** Simone Atangana Bekono; Wintertuin/Lebowski; 43 pagina's; euro 12,-.

ik ben een gedachte-experiment van de blanke, westerse man

Twee blanke, westerse mannen prijzen het werk van Bekono aan op de achterflap. Een grap? Het zou goed kunnen. Humor en zelfrelativering worden net zo gemakkelijk ingezet als scherpe observaties over scheve maatschappelijke verhoudingen.

Het maken zelf wordt tot onderwerp verheven in het lange slotgedicht, waarin de dichteres vindt dat ze verantwoording moet afleggen voor haar uitspraak (uit een ander gedicht) dat alle zwarte mensen zich identificeren met drenkelingen. Elders schrijft ze ook dat 'alle mensen' niet bestaan, evenmin als 'alle zwarte mensen'.

Bespiegelingen over alle zwarte mensen die niet bestaan monden uit in het beeld van een zwart meer, waarlangs een marathon wordt gelopen, waar mensen als slaven zijn vastgeketend, waar massavernietingswapens in worden gegooid, om als stinkend koraal en duizendvingerige armdieren met huiden van tongen te herrijzen:

er is een mooi en pijnlijk ding dat mij dicteert

maar ik slaap graag en heb soms ook honger

een soldaat wordt steeds kopje onder geduwd

als hij zich met zeiknat uniform en al

uit het zwarte water probeert te hijsen

een representatie van de onmacht om geweld of sterven te ontlopen

voor zover ik de tijd heb

schrijf ik het allemaal op.

Angst, het brullen over de angst heen, moed, het relativeren van moed, vriendschap, liefde, liefdeloosheid, schaamte en schaamteloosheid wisselen elkaar af. Wat de gedichten verbindt, is een solide stem die niets uit de weg gaat, zelfs vergezochte associaties niet. Deze blijken tot fijnbesnaarde, krachtige, epische poëzie te voeren.

Meer over