De Stijlpastoorsnorren

De snor van Reinout Oerlemans straalt viriliteit en voorrecht uit

Esquire-hoofdredacteur Arno Kantelberg vraagt zich af waar de koudwatervrees voor de snor toch vandaan komt.

Reinout Oerlemans met zijn snor Beeld Getty

Iedere man vraagt zich weleens af hoe zijn gezicht eruit zou zien mét snor. De meeste mannen laten die vraag onbeantwoord, maar niet Reinout Oerlemans, die liet tijdens de lockdown zijn bovenlip vrolijk volgroeien. Op sociale media zag ik vervolgens de term ‘foute snor’ veelvuldig voorbijkomen, een esthetische opvatting verpakt als morele dwaling, maar daar liet de tv-producent zich gelukkig weinig aan gelegen liggen.

In het informatieve Moustaches, Whiskers & Beards van de Britse kunsthistorica Lucinda Hawksley las ik laatst dat het onder Peter de Grote juist níét fout was om een snor te dragen. Integendeel zelfs, de Russische tsaar voerde een baardbelasting in zodat zijn onderdanen het mes erin zouden zetten om de snor vrij spel te bieden. In vergelijking met Oerlemans bezat de tsaar overigens een bescheiden exemplaar, op het vlassige af – Byronistisch met een vleugje Gerald Vanenburg in zijn Ajax-jaren.

Dankzij Hawksley weten we dat het cultuurhistorische belang van de snor er niet om liegt. De verschijningsvormen varieerden door de eeuwen heen tussen wuft en walrus. Het ene moment was er een adellijke connotatie, dan weer een militaire, waarbij de tandenborstelsnor binnen een decennium degradeerde van komisch accessoire (Chaplin) tot hét symbool van schofterigheid (Hitler). Wat steevast parallel liep met de hoeveelheid gezichtsbeharing, was de mate van masculiniteit bij de drager. Aha, dacht ik, dat verklaart wellicht de koudwatervrees bij veel vrouwen inzake de Oerlemansmoustache. Dit is een snor met een eigen sexappeal, een onderdeel dat viriliteit en voorrecht uitstraalt – een vrouw kan tenslotte geen snor produceren.

Het exemplaar van Reinout Oerlemans noemen we een Mexicaanse snor. Dat is de snor die twijfelt tussen de chevron en de hoefijzer. Het mooiste hoefijzer dat ik ken is van Glenn Hughes, de motormuis van de Village People. De cowboy en de mijnwerker van de Village People dragen zo’n omgekeerde chevron. Freddie Mercury had er ook zo een. Indertijd werd ook de term Castro-clone gebruikt, naar de ‘homowijk’ Castro in San Francisco. Dat de naam Village People refereerde aan Greenwich Village, toen de uitgaangsbuurt voor homo’s in New York, dat wisten wij natuurlijk allemaal niet toen we enthousiast YMCA playbackten op de Michaëlschool. Mark Gruijters was de stoerste van ons allemaal, dus hij speelde de biker. ‘You can hang out with all the boys...’ Ha, wisten wij veel. Ik was de – zwarte – zanger, Erik speelde de indiaan. Zou nu allemaal niet meer kunnen.

The Village People Beeld Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden