De sluipmoord op Spekkie Big

Het allerlaatste nummer van Striparazzi verschijnt dit weekeinde. Daarmee komt een einde aan een traditie die begon in 1935, met de Panoramabijlage Sjors....

IK was beledigd en verontwaardigd. De Pep hield op te bestaan en zou na een fusie met de Sjors voortaan Eppo heten. Eppo! Zo heette ook de debiel uit de tv-serie De Kleine Waarheid, waar heel Nederland aan verslaafd was geweest.

De stripbladen moesten samen vanwege een fusie van de uitgeverijen Spaarnestad en De Geïllustreerde Pers. Twee culturen op één kussen, daar slaapt de duivel tussen. En die duivel was het overkoepelende concern VNU, waar marketingmanagers het journalistieke beleid bepaalden. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik begreep dat de wereld wordt geregeerd door geld.

Heel wat jongens die nu de tienerleeftijd hebben, moeten zich voelen zoals ik toen. Dit weekeinde verschijnt namelijk het allerlaatste nummer van Striparazzi, in een gedrukte oplage van 25 duizend exemplaren. Hiermee komt een einde aan een traditie die begon in 1935. In dat jaar werd aan de Panorama een bijlage toegevoegd die Sjors heette, met een omslagtekening van Boy ten Hove. Het was een blaadje in zwart, wit en rood, heel bescheiden nog. Het blad zou, in allerlei gedaanten, veertig jaar bestaan.

In 1962 werd Pep in het leven geroepen, gevuld met deels Franse strips uit het blad Pilote en deels Nederlandse strips, waaronder klassiekers van Martin Lodewijk, Willy Lohmann en Dick Matena. Dertien jaar later kwam de fusie, gevolgd door een stoet van formulewijzigingen.

Eppo werd Eppo Wordt Vervolgd, dat werd Sjors en Sjimmi Stripblad, dat werd Sjosji, dat werd Striparazzi en Striparazzi bleek een doodgeboren kindje. 'Het laatste nummer wordt geen feestelijk nummer', zegt hoofdredacteur Dirk Snoodijk bedroefd. 'Je hebt het gevoel dat het iets heel speciaals moet worden, een soort jubileum, maar er valt niets te vieren. Het is een somber moment.'

Heel jammer is dat een speciaal soort leesplezier gaat verdwijnen. Als ik terugdenk aan Pep, dan denk ik aan: in een hoekje met een boekje genieten van de vreemdste sferen en stijlen. Je bladerde van de flegmatieke Corto Maltese naar de licht ontvlambare Hercules, van de cleavage van Olga Lawina naar de prachtig ongeschoren Blueberry, van de zeepetende Dalton naar een door vallende appels geplaagde Newton. Dat de rechterbladzijden rechtsonder steevast werden afgesloten met (wordt vervolgd) veroorzaakte weliswaar een niet aflatende teleurstelling, maar de opluchting over de wekelijkse terugkeer van de helden en antihelden was minstens even groot.

Dat alles is dus nostalgie. Tegenwoordig regeert de gag en moet er per pagina een lachsalvo worden gescoord. Er wordt niet meer vervolgd. Snoodijk: 'De zapjeugd wil liever korte, afgeronde dingen, en dus is het blad gaandeweg omgevormd naar een formule met veel gagstrips. Uit lezerspolls blijkt dat lezers dat prettiger vinden.'

Pep en Sjors hadden ooit elk een oplage in de honderdduizenden, maar vanaf 1970 begon het minder te worden. De bladen kregen een nieuwe formule: jonger en frisser! Het hielp niet. Na de fusie in 1975 kwam de oplage van Eppo niet boven die van Pep en Sjors uit.

Snoodijk: 'De afkalving ging door, het gevecht tegen de wegloop van de lezers werd verloren. Begin jaren tachtig volgde er wéér een formulewijziging: nu nog leuker! Televisiemaker Han Peekel kwam in zicht en het blad werd omgedoopt tot Eppo Wordt Vervolgd. De verwachtingen waren hooggespannen, want een combinatie van het grootste stripblad en een stripprogramma met een grote naamsbekendheid zou veel publiciteit opleveren en veel abonnees moeten genereren. Maar het werkte niet. Eppo Wordt Vervolgd heeft bestaan van 1985 tot 1988. Inmiddels daalde de oplage tot onder de honderdduizend en VNU wilde er vanaf.'

De strips en kinderboeken werden binnen VNU uitgegeven door werkmaatschappij Oberon, waarvan Cees de Groot de uitgever was. Hij vond het goddank zonde om het hele jeugdfonds te dumpen en besloot een eigen uitgeverij te beginnen, waarin VNU participeerde met 50 procent van de aandelen. Op 1 januari 1990 werd uitgeverij Big Balloon opgericht.

Snoodijk: 'Twee jaar eerder al was Eppo veranderd in Sjors en Sjimmie Stripblad. De omvang van het blad was gegroeid van 32 naar 48 pagina's, maar het verscheen voortaan tweewekelijks. Dat scheelde in kosten voor de uitgever.'

Marktonderzoek wijst uit dat de gemiddelde lezer van het jeugdstripblad 13 jaar oud is. Hij stapt op z'n 11de in, is afkomstig van Donald Duck, en rond z'n 16de stapt hij weer uit. Daarnaast zijn er ook abonnees die blijven hangen: dat zijn de echte stripliefhebbers. Snoodijk: 'Laatst werd ik gebeld door een man die het blad al 32 jaar las. Hij vond het heel erg dat het blad ophield te bestaan.'

Het blad. Voor Snoodijk vormen Sjors en Striparazzi het begin- en eindpunt van één lange traditie. 'Het blad heeft een bewogen geschiedenis, diffuus door alle naamsveranderingen.' Dat door het verdwijnen van Striparazzi een traditie uitsterft is geen puur Nederlands verschijnsel. Ook in België, Frankrijk, Duitsland en Scandinavië zijn stripbladen verdwenen.

SNOODIJK wijt het mede aan concurrentie van andere media. 'De jeugd heeft het drukker dan ooit. Maar de grootste concurrent van het stripblad is het stripalbum. In feite hebben we ons eigen graf gegraven. In de loop der jaren is men steeds meer albums gaan uitgeven. Lezers geven hun geld uit aan albums en niet aan tijdschriften.

'Voor tekenaars wordt het verdraaid lastig om hun strips aan de man te brengen. Je hebt een podium nodig om te groeien, beter te worden. Zonder stripbladen komt de nadruk steeds meer te liggen op albums van bestsellende auteurs, anders zijn ze namelijk niet te financieren. Ik zit wel degelijk in de rats over de hele Nederlandse stripcultuur.'

Striptekenaar Peter de Wit (Sigmund en De Familie Fortuin) is niet verbaasd over het mislukken van de laatste formulewijzigingen. 'Je kunt van een wekelijkse frequentie niet zomaar een tweewekelijkse maken. Toon en inhoud van het blad zijn steeds hetzelfde zijn gebleven, maar in tegenstelling tot Donald Duck ploft het niet elke vrijdag op de mat. Je raakt als lezer je oriëntatie kwijt.'

De Wit heeft bijna twintig jaar voor 'het blad' getekend, eerst bij Eppo, later bij Sjosji. Hij is een van de tekenaars die gaandeweg gesneuveld zijn, zij het niet vanwege tegenvallende verkoopcijfers. Voor uitgeverij Big Balloon tekende hij De Familie Fortuin, en lezerspolls toonden aan dat het de meest gelezen strip van het blad was.

Enkele jaren terug had De Wit behoefte aan een sabbatical van een half jaar, en toen die was afgelopen had hij geen zin meer in De Familie Fortuin. 'Ik zat inmiddels helemaal in Sigmund en dat is een ander soort strip, gemaakt voor volwassenen. Ik was moe van het Grote Neuzen tekenen.'

Peter de Wit nam vroegtijdig afscheid en heeft nieuwe opdrachtgevers gevonden. Maar wat gaat er nu met de jonge tekenaars gebeuren? 'De meesten hebben allang hun heil elders gezocht. Er staan niet opeens dertig man op straat. Het verdwijnen van Striparazzi heeft wel als gevolg dat alle strips nu verspreid raken over allerlei tijdschriften en dat al die tekenaars gagstrips moeten maken. Het geweldige van Sjosji was dat je er series in kwijt kon.'

Sjosji was de voorloper van Striparazzi. Je zou het de Pep van de jaren negentig kunnen noemen, omdat er een hele nieuwe generaties toppers in was verzameld. De kleuren wat feller dan in de jaren zestig, de stripfiguren wat bloter, de rubrieken een stuk lawaaiiger, maar weer was het blad een boeket van de meest uiteenlopende genres en personages. Don Lawrence met Storm, Bill Waterson met Casper en Hobbes, Hanco Kolk met Inspecteur Netjes, Henk Kuijpers met Franka, Eric Heuvel met January Jones, Hein de Kort met Jean-Pierre en vele anderen.

De controversieelste tekenaar was Marc van der Holst, schepper van het raaskallende varken Spekkie Big. De verhalen gingen nergens over, of het moest zijn: de kunst van het ouwehoeren. Vandaar dat de helft van de Sjosji-lezers fan was, en dat de andere helft ontplofte van ergernis.

SPEKKIE Big won, want hij verhuisde mee naar Striparazzi. De populairste grappenmaker is echter Mark Retera, die het fenomeen Dirkjan heeft uitgevonden. Dirkjan, een super-nerd met hazentanden, gestreepte pull-over en hoogwaterbroek, geobsedeerd door kabouters. Ook hij ging mee naar Striparazzi.

Veel talent, maar geen lezerspubliek. De Wit: 'Een jeugdblad is kennelijk niet levensvatbaar, hoewel ik ook niet geloof dat de Big Balloon erg creatief is: de ideeën en ambities om er iets van te maken ontbreken. Misschien is het maar goed dat het nu helemaal is afgelopen. Dan kan er tenminste iets echt nieuws komen.'

Wie weet? In 1975, na de fusie van Pep en Sjors, besloot een groep tekenaars en scenaristen een eigen blad te beginnen: De Vrije Balloen. Alles wat binnen een katholiek uitgevershuis niet mocht, mocht in dit blad wel. Er stond dus veel seks in, en behalve de moraal was ook het tekenwerk wat losser.

Het zou mooi zijn als het verdwijnen van Striparazzi zoveel frustraties oplevert, dat de tekenaars besluiten maar weer eens een eigen blad te beginnen. Zonder lezerspolls.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.