BOEKRECENSIERaphaël Enthoven

De sleutelroman Le temps gagné toont weinig genade voor de Parijse beau monde ★★★☆☆

Raphaël Enthoven toont bravoure in zijn sleutelroman Le temps gagné. Voor de Parijse beau monde kent hij weinig genade. Als literair werk is dit debuut minder geslaagd.

Beeld Les Editions de l’Observatoire

‘Tout Paris’ praat al weken over Le temps gagné, de debuutroman van Raphaël Enthoven. De auteur is niet van het televisiescherm te slaan. Openhartig gaat hij in op de vragen die televisiepresentatoren hem stellen. Is het echt zo dat zijn vader hem naar aanleiding van deze roman heeft onterfd? En heeft zijn stiefvader hem werkelijk een proces aangedaan?

Zoon van de bekende uitgever en schrijver Jean-Paul Enthoven, en ooit getrouwd met een dochter van Bernard-Henri Lévy, was Raphaël al vertrouwd met de schijnwerpers en de beau monde. Hij kent de zegeningen en zeker ook de gevaren van de media. Op dit podium lijkt hij merkwaardig op zijn gemak. Laconiek bespreekt hij de afstand die hij heeft genomen van zijn verleden, van de beide vaders, van alle vrouwen met wie hij niet gelukkig was. En niet te vergeten van zijn eigen zwaktes en angsten. Hij moest dit boek schrijven om die afstand te scheppen.

Dat hij daarbij een weinig complimenteus, om niet te zeggen lelijk beeld schetst van de sleutelfiguren in zijn leven (vooral van zijn stiefvader, maar ook van zijn ouders): het zij zo. Voor allerlei andere ‘personages’ uit de Parijse beau monde kent hij evenmin genade. ‘Gemeen, maar gelukkig’, stelt hij in het slothoofdstuk vast. Eindelijk is hij bevrijd.

Le temps gagné vertelt het verhaal van een jongen die in zijn jeugd werd gekleineerd en geslagen. Ofschoon opgegroeid in bevoorrechte kringen, kende hij slechts vernederingen. De vlucht naar voren leek de enige weg om te ontsnappen, dus zocht hij zijn toevlucht in de literatuur. Niets verzinnen en toch fictie bedrijven, zo had hij het zich voorgesteld. In het voetspoor van zijn idool Marcel Proust had hij zich voorgenomen het verleden (de ‘stront’) in goud te veranderen. Hij wilde zijn herinneringen doorschouwen en, zoals Proust, omsmeden in pure kennis. Hij zou diep inzicht verschaffen in de menselijke ziel en het mechaniek van het sociale gebeuren, met al zijn onrecht, valkuilen en schijn.

Het moet gezegd: Enthoven bezit bravoure. Met verve smijt hij zijn trieste relaas op papier. Ook schuilt er iets humoristisch in dat hij Rocky en Rambo, de filmhelden uit zijn jeugd, met dezelfde liefde omarmt als zijn grote voorbeeld Marcel Proust. Met hun vechtersdiscipline in gedachten bereidt hij zich erop voor te ontsnappen aan zijn beklemmende jeugd. 

Als roman is Le temps gagné veel minder geslaagd. Enthoven kan beter beschrijven dan schrijven. Zo beschrijft hij eindeloos alle vernederingen die hij als kind en tiener moest ondergaan. Noteert hij minutieus de kleinheid, burgerlijkheid en ijdelheid van de mensen in zijn leven. Opgeleid tot filosoof en duidelijk erudiet, toont de auteur toch nauwelijks oorspronkelijke denkkracht of vermogen de stof in literatuur te veranderen. Hij stelt weliswaar dat onze tijd te veel wordt beheerst door het particuliere, maar zelf komt hij er niet van los. En zo biedt hij geen wezenlijk inzicht in de menselijke komedie of tragedie.

Eén groot demasqué

Vanwaar dan het rumoer in Frankrijk? De roman speelt overduidelijk in de hoogste (literaire) kringen, en de romanfiguren zijn eenvoudig te herkennen. Het is één groot demasqué. Is het waar dat zijn stiefvader, nota bene een psychiater, hem voortdurend kwelde en vernederde? Is zijn gerespecteerde vader, de grote uitgever, inderdaad een intellectueel lichtgewicht, een snob en veinzer? Bekend met de glanzende uitstraling van Bernard-Henri Lévy (huisvriend van zijn vader) kan de lezer zich verkneukelen om diens gewoonte zijn voedsel tamelijk onesthetisch langdurig te (her)kauwen. En passant worden zowel zijn literaire stijl als zijn kosmopolitisme gefileerd en bestempeld als ijdele bombast. Lévy’s dochter, met wie Enthoven enkele jaren getrouwd was, wordt al even weinig flatteus beschreven. 

De opstand van de zoon krijgt definitief vaart als hij een relatie begint met Carla Bruni (Beatrice in het boek), eerst de minnares van zijn vader, sinds 2008 echtgenote van Nicolas Sarkozy, toen president van Frankrijk. Alleen in haar onderkent de verteller formidabele eigenschappen, zoals de verteller bij Proust die ziet in de hertogin de Guermantes. Met haar wenkt de vrijheid. Haar meest in het oog springende en hoogstaande kwaliteit is volgens de verteller echter haar ongeëvenaarde kont, waaraan Enthoven verscheidene beeldende alinea’s wijdt. 

Maar waartoe leiden deze ‘openbaringen’, de precieze maar visieloze onthulling van alle tekortkomingen en een enkel lichtpunt in anderen? Wat te doen met de vrijheid die nu zo vorstelijk voor hem ligt? Waarvan is hij nu eigenlijk bevrijd? Ik betwijfel of de schrijver zelf, met al zijn welbespraaktheid, het antwoord weet.

Raphaël Enthoven: Le temps gagné. Les Editions de l’Observatoire; 526 pagina’s; € 21.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden