De sleutel tot het Britse acteersucces

Wat is het geheim van het grote Britse acteersucces? Toneel­docent Kenneth Rea schreef er een boek over.

Damian Lewis (l) en Kenneth Rea. Beeld Hollandse Hoogte

Tijdens een borrel in de Londense boekwinkel Daunt Books zoekt Damian Lewis, de Britse acteur die schitterde in de Amerikaanse series Homeland en Band of Brothers, naar een antwoord op de vraag hoe Britse acteurs zo succesvol zijn geworden. 'Die vraag hoor ik vaak', zegt de rossige acteur, 'en ik weet het niet. Er worden steeds meer goede tv-series gemaakt, met steeds grotere budgetten en dus is het makkelijker acteurs te importeren. Misschien is dat het.' Iets verderop zoekt Ben Lloyd-Hughes, bekend van de films Divergent en Insurgent, het in de liefde van de Amerikanen voor alles wat Brits is, van koningshuis tot William Shakespeare. 'In interviews prijzen Amerikaanse journalisten altijd mijn Engelse accent', zegt hij lachend.

Beide acteurs zijn oud-leerlingen van Ken Rea, een acteerdocent die al dertig jaar lesgeeft op de uit 1880 stammende Guildhall School of Music and Drama, een van de bekendste theateracademies in Londen. Hij heeft - behalve Lewis en Lloyd-Hughes - onder anderen Daniel Craig, Ewan Mc Gregor, Orlando Bloom, Dominic West, Freddie Fox, Max Irons en Joseph Fiennes onder zijn hoede gehad, allemaal acteurs die aan beide zijden van de Atlantische Oceaan succesvol zijn. De oogst bracht hem ertoe een boek te schrijven over de vraag wat een acteur succesvol maakt: The Outstanding Actor: Seven Keys to Success.

Voordelen van klassiek theateronderwijs

Op de nieuwe burelen van de Guildhall, gelegen in de Barbican, tussen het zakencentrum aan de ene kant en de monsterachtige Shakespeare Tower aan de andere, wijst hij op de voordelen van het klassieke theateronderwijs.

'In de Engelse aanpak ligt het hart bij de taal', legt de 67-jarige Nieuw-Zeelander uit. 'De nadruk ligt op het helder en nauwkeurig uitspreken van de tekst, en ook op de lichaamsbewegingen. Daarom zijn onze acteurs goed in klassiek theater, maar kunnen ze wegens hun beheersing van de basistechnieken prima uit de voeten op het witte doek. Ze zijn veelzijdig. De Amerikanen daarentegen, opgegroeid met method­acting, benadrukken innerlijke gedachten en gevoelens. Dat werkt goed voor intens, naturalistisch acteerspel. James Dean en de jonge Marlon Brando zijn voorbeelden. Op zijn slechtst leidt dit tot het mompelen van een script.'

Rea wijst erop dat de cultus van het sterrendom in de Britse film- en theatercultuur minder prominent is dan in de Amerikaanse. 'Het woord 'ster' valt hier niet zo snel. Hier in Groot-Brittannië leren we goed te acteren in een gezelschap, in een ensemble. Sterrendom is een val. Regisseurs vallen in katzwijn en durven geen kritiek meer te geven. Andere acteurs blijven in de schaduw.'

Beeld -

Jude Law als Henry V

Als voorbeeld van hoe het wel moet, noemt Rea het optreden van Jude Law als Henry V op het Londense toneel. 'Hij nam niet de houding aan van 'ik ben de grote Jude', maar gaf zijn collega-­acteurs tijd en ruimte. Het was niet zijn ambitie de show te stelen en juist daardoor schitterde hij. Dat zie ik als een soort understatement, heel Brits.' Dat gebrek aan sterallures treft hij ook aan bij actrice Judi Dench. 'Ik herinner me een optreden van haar als Ophelia, waarbij ze als het even kon aan de zijkant van het podium bleef staan kijken hoe haar collega's speelden, puur uit nieuwsgierigheid. Dat is ware klasse.'

De Britten hebben nog een voordeel: kostscholen en ander exclusief onderwijs. Uitmuntende kostscholen als Eton (Damian Lewis, Eddie Redmayne, Dominic West), Harrow (Benedict Cumberbatch) en St Paul's (Henry Lloyd-Hughes) zijn niet alleen hofleverancier voor politiek, zakenleven en (olympische) sportwereld, maar ook voor theater en filmsets. Toneel is daar een belangrijk vak. 'Eton heeft drie theaterzalen, de Guildhall twee', zegt Rea. 'Leerlingen van die scholen hebben door hun ervaring meer kans door audities voor de theateracademie te komen.' Cijfers staven dit. Nog geen 7 procent van de Britse kinderen volgt particulier onderwijs, maar op de theaterschool Guildhall schommelt hun aandeel rond de 40 procent.

'Uncool Brittania'

Naar aanleiding van de Oscar die Etonian Eddie Redmayne ontving voor zijn vertolking van de Britse natuurkundige Stephen Hawking in The Theory of Everything, kwam criticus Neil McCormick in The Daily Telegraph met nog een reden voor het Britse succes. Het is de triomf van 'Uncool ­Britannia', die aansluit bij een tijdgeest waarin authenticiteit een pre is. De jongste generatie Britse acteurs zijn, aldus McCormick, gewone mensen, geen 'screenidols'. 'Redmayne is geen Pitt of Di Caprio, en juist dat is zijn kracht. Amerika heeft al een overschot aan schoonheden: knappe hoofdrolspelers en goddelijke dames, met sportschoollichamen en het uiterlijk van fotomodellen.'

Deze authentieke Britten hebben nog een plus: door de toename van het aantal Amerikaanse films en televisieseries gaat het spreken met een Amerikaans accent soepeler dan ooit te voren. Waar ze zich vroeger, in de jaren zeventig, een soms lachwekkend Amerikaans accent aanmaten, slagen ze er nu in algemeen beschaafd Amerikaans te spreken. Dat leidde ertoe dat de Britse acteurs de Amerikanen soms beter spelen dan de Amerikanen zelf. Wie het historische drama Lincoln ziet, zou zo de indruk kunnen krijgen dat hoofdrolspeler Daniel Day-Lewis in Lincolns geboortestaat Kentucky opgroeide, in plaats van op de ruige straten van Greenwich in Zuidoost-Londen.

Een laatste voordeel voor de Britten is geografisch van aard. In één woord: Londen. Het is de metropool waar nu 'alles' gebeurt, of het nu gaat om kunst, sport of financiën. Waar binnen de Verenigde Staten een hemelsbreed onderscheid bestaat tussen de filmscene in Hollywood bij Los Angeles en Broadway in New York, zitten beide werelden naast elkaar in Londen, dat naast theaterstad een geliefd filmdecor is geworden. Acteurs hoppen gemakkelijk heen en weer tussen de verschillende disciplines: dan zitten ze in tv-serie Wolf Hall, dan weer staan ze op West End.

Juist die eeuwenoude theatertraditie is een voordeel, beweerde de Britse regisseur Stephen Frears onlangs op de BBC-radio. 'Als je werkt met mensen als Annette Bening of Glenn Close, merk je hoe goed ze getraind zijn. Het is alsof je werkt met Judi Dench. Zij zijn the real thing. Veel Amerikaanse acteurs missen die achtergrond.'

Ook theaterdocent Rea ziet Londen als ideale broedplek. 'Het is beter in Londen te blijven en te rijpen, om ervaring op te doen, zegt hij. 'Neem Daniel Craig, die pas diep in de dertig doorbrak als James Bond. Hij kwam niet uit het niks. Daniel heeft theaterwerk gedaan en in tientallen films gespeeld. Hij is een veelzijdige, technisch begaafde acteur geworden, de beste 007 sinds Sean Connery. Iets soortgelijks geldt voor Damian Lewis, die in Londen door Steven Spielberg werd ontdekt. Hollywood is een eindpunt, geen beginpunt. Geen verstandige acteur gaat daar nog heen om er als ober of serveerster te werken, met de droom een ster te worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden