De slag om het vrouwenboek

In de hedendaagse literatuur gaan dames voor. Het vrouwenboek rukt op. Geen wonder: de meeste lezers zijn ook van het vrouwelijk geslacht....

Daar gaan we twintigduizend boeken van verkopen!'

'Maar Robbert, je hebt het nog helemaal niet gelezen!'

'Ja maar, ik voél het.'

De adelaarsblik van een beetje uitgever laat zich niet zomaar vertroebelen.

In zuurstokroze jurk staat debutante Daphne Buter (41) uit IJmuiden op de uitgeversbeurs in de Rai. Kennismaking met de pers! Ze kijkt verlegen naar de vloer wanneer anderen haar roman als 'fantastisch' aanprijzen. Moeder van twee kinderen en een jeugdtrauma (zo lijkt het) van zich afgeschreven. Over een schoft van een vader die bolletjes snot eet, zijn vrouw bedriegt en in Americain vier tafels aan barrels slaat omdat hij de koffie te lauw vindt.

Soms versnipperde hij mijn tekeningen, en eenmaal had hij mijn rekenboeken van school verscheurd, maar niet zonder eerst de bladzijden een voor een kapot te krassen met een balpen. Hij was kwaad omdat ik de sommen niet snapte. De volgende dag bracht hij me naar school (...) 'Zeg maar dat je het zelf hebt gedaan', zei hij. Ik was zo bang van hem dat ik die leugen huilend in de klas herhaalde.Voor straf moest ik de hele dag op de gang staan en mijn ouders kregen een rekening om de boeken te vergoeden.

(Daphne Buter: De blauwe prins, in november te verschijnen bij Bezige Bij-imprint Thomas Rap)

De debutantes komen er aan, en ze weten van wanten. Bolleboos en nog beeldschoon ook, althans bij benadering: zo moeten we ze zien. Hun talent is overrompelend, op z'n minst verrassend. En andermaal zijn najaarscatalogi van sommige uitgevershuizen opgetrokken uit een mistbank van superlatieven. Proef op de som, met 'intrigerende verhalen' van zomaar een nieuwkomer uit de vrouwenstapel: 'Op een dag zou het haar lukken de wereld met haar raadsels op z'n kop te zetten', schrijft Marion Vredeling (dochter van). Haar raadsels? Zijn kop?

Zo'n debuutzin in Goden van het vuil is een daalder waard, nu de wereld moeiteloos van geslacht blijkt te kunnen veranderen. Foutje. Op naar de schrijfcursus!

Zangeres Corry Brokken is al ijverig bezig bij schrijversvakschool 't Colofon in Amsterdam en Hanneke de Klerck van de Volkskrant maakt deze herfst aldus bijgeschoold haar debuut met de novelle Een hemel van blauw fluweel. Er zijn schrijfsters van wie je geen weet hebt en die aardige eerste zinnen maken als: 'Tegen een boom rijden, dat leek hem een mooie dood' (Chantal van Dam, haar derde boek alweer.) Maar wie kent Judith van der Stelt, Hadewijch Griffioen, Josine Marbus, Christine Otten of Miriam Windrich?

In het peloton peddelen onbekende grootheden, snakkend naar erkenning. Zien we daar Hendrickje Spoor uitgeput in de bezemwagen? Heeft Jessica Durlacher zadelpijn? Daar demarreert Rascha Peper! Maar de gele trui blijft voorbehouden aan de Palmens, de Enquisten en de Wangs.

In hun schaduw vooral 'theetantes die baas in eigen boek spelen' maar snel in de vergetelheid raken, zoals de kritiek sneerde? Dat zou wel eens omgekeerd kunnen uitpakken. Dankzij de vrouwenleesclubs. Geen land met zo'n hoge leesclubdichtheid als het onze. 'Ik ken er wel tien bij mij in de buurt', zegt boekhandelaar Trude Gerritsma uit Delft. 'Ze volgen lles. De gigantische aandacht voor vrouwenliteratuur begint al in Libelle en Margriet.'

Wie in damesbladen en glossy's gesignaleerd is, zit op rozen. Goed of slecht, de kritiek doet er niet toe. Tessa de Loo's De tweelingen is gekraakt in de Volkskrant, maar haalde toch een oplage van 400 duizend; een megaseller.

'Met vrouwen zit je qua publiciteit veel beter dan met mannen', weet Oscar van Gelderen, mededirecteur van Vassalluci. 'Per week worden drie tot vier Nederlandse auteurs besproken in pakweg drie dagbladen. Dat zijn 200 tot 300 boeken per jaar. De rest blijft onbesproken. Maar voor vrouwen wijk je uit naar Marie Claire, Viva, Barend en Van Dorp of Koffietijd. Niet iedereen komt bij Zeeman of Groenteman. Je snijdt de marketing toe op de auteur.'

Het boek als opportunity. Illusies als koopwaar: vrouwen voor vrouwen. De formule werkt. Veertien vrouwen staan er deze maand op de boeken top twintig van De Bijenkorf, onder wie vijf Nederlandse auteurs. Dat ook lezers vooral vrouwen zijn, wordt tot vervelens toe door onderzoeken bevestigd. De fluwelen revolutie lijkt geen einde te nemen.

'Dames gaan voor', schrijft Elsbeth Etty in haar gelijknamige literatuurstudie, 'zonder dat ze zich daarvoor nog als groep hoeven te profileren en dat laatste is maar goed ook. Sekse is een buitenliteraire categorie en hoort geen rol te spelen bij de appreciatie van een boek.'

Maar als uitgevers vechten om het werk van de vrouwelijke auteur, wil het oog ook wat. Heeft Mai Spijkers (ex-Prometheus) niet persoonlijk een Spaans fotomodel op de achterflap laten zetten omdat de schrijfster er niet uitzag? Spijkers kan zich dat 'niet zo een-twee-drie herinneren, al deden we soms gekke dingen om boeken te verkopen. Ik heb eens een esthetische naaktfoto van Jeanette Winterson op de omslag gezet. Ze was not amused.'

Een redacteur van dezelfde uitgeverij had nog een leuk ideetje: om het debuut Droomkeukens van Hiske Dibbets te laten presenteren door Leontien ('keihard de lekkerste') Ruiters, bekend van nat T-shirt en Rad van Fortuin. Weer eens wat anders dan Lydia Rood die op het Boekenbal een bh over haar T-shirt aantrekt.

De hype grijnst om de hoek, uitgevers breken zich het hoofd om talkshows voor hun ontdekkingen te interesseren. Oscar van Gelderen van Vassalluci zegt het onverbloemd in het Boekblad: 'Bij een eerste gesprek met de auteur vraag je gewoon: "Hoe sta je tegenover pr?" Als hij zegt dat hij daar geen zin in heeft, gaan we zijn boek niet uitgeven. Want anders valt er toch niet te werken?'

De leuke toet die het 'm doet? De jongens van Vassalluci, Prometheus en Bert Bakker zullen het niet glashard ontkennen. Maar boekhandelaar Trude Gerritsma uit Delft haalt Marianne Fredriksson ('ik kan dat mens niet lézen') van de plank: 'Je kunt toch niet zeggen dat die zo'n aantrekkelijke kop heeft', zegt ze. 'Toch zijn haar boeken niet aan te slepen.'

Fredriksson is koploopster van een genre dat dichter bij de streekromantraditie staat dan bij de literaire roman. In eigen land is babyboomer Elle Eggels de personificatie van bijna-literatuur. Lezeressen bepalen massaal de smaak, de verkoopcijfers. Is hier sprake 'van overmacht van het tweederangse, dat zich heeft geëmancipeerd' (publicist P.F. Thomése)? Waar of niet waar, de herenkritiek heeft het nakijken. Het vrouwenfront is ontstuitbaar. Een uitgever die niet meteen met de muziek meemarcheert, zal op z'n minst het raam open zetten.

Dames gaan voor, ook bij Nijgh & Van Ditmar-uitgever Vic van de Reijt. Hij zegt: 'Stel dat mijn budget maar één aankoop in het buitenland toestaat en ik moet kiezen tussen een puisterige adolescent uit New Jersey en een welgeschapen blondine uit Wisconsin die een even goed boek hebben geschreven. Dan ben ik een dief van mijn eigen portemonnee als ik niet voor de laatste kies.'

Van de Reijt kreeg de wind van voren van feministische critici toen hij vorig jaar een groepsfoto van vijf jonge debutantes met gouden handjes op de cover van zijn catalogus zette. 'Er werd schande van gesproken, terwijl het was gepresenteerd met een knipoog. Mijn god, waar blijft het relativeringsvermogen, denk je dan. Ik zei: "De volgende keer drukken we drie heren af; vader, zoon en heilige geest."'

Hoewel mannen de meerderheid vormen op de bestsellerlijst '98 van de Stichting Speurwerk (zeven tegen drie, www.speurwerk.nl) blijven vrouwen aan een inhaalslag bezig ('ze roken ook meer', zegt Van de Reijt). De opmars die in de jaren zeventig inzette met Hannes Meinkema, Anja Meulenbelt, Marga Minco, Hella Haasse en Mensje van Keulen, culmineerde in de jaren negentig met indrukwekkende scores voor Nelleke Noordervliet, Margriet de Moor, Renate Dorrestein. Hun buitenlandse zusters Donna Tartt, Jung Chang en Doris Lessing baadden in nog grotere weelde. Vanwaar dan vaak die neerbuigendheid bij de herenkritiek?

'Wansmaak van Dolle Mina's' ligt volgens literatuurprofessor Ton Anbeek ten grondslag aan het succes van Anna Enquists Het geheim. In de jaren vijftig kreeg haar vakgenote Nel Noordzij een dergelijk oordeel opgeplakt: ze moest maar trouwen, deze juffrouw Noordzij, dan zou ze nog 'een heel aardige vrouw kunnen worden'. Anthonie Donker typeerde schrijfsters als vrouwen 'die met de breipen romans haken'. Vrouwen hebben van literatuur 'net zoveel verstand als ik van luiers', betoogde de foute publicist Albert Kuyle al eerder.

In de jaren dertig smoorde een hetze tegen schrijvende vrouwen in doodzwijgen, zo concludeerde Erica van Boven in haar proefschrift over 'damesromans' en de kritiek. Grote namen waren er, de eerste eeuwhelft: Top Naeff, Ina Boudier-Bakker (De klop op de deur, duizend pagina's), Alie Smeding, Madelon Szekely-Lulofs, Elisabeth Zurnike en Jo van Ammers-Kuller.

Op de top honderd van de afgelopen eeuw in hp/De Tijd prijken een paar vrouwennamen, de samensteller is een man. 'Maar wie hebben een deel van het onderhandelingsapparaat bij de uitgeverijen in handen?' vraagt boekenpaus Martin Ros zich af. 'Nou? Wie?' Ongeduldig grijpt hij mijn pols.

'Vrouwen maken daar de dienst uit! Jazeker, het is een postfeministisch verschijnsel. Net zo goed als wij gedomineerd worden door mannen die onder invloed van het marxisme stonden, zitten vrouwen in de boekenbranche op sleutelposities. Vrouwen hebben het communisme gevolgd, is je dat nooit opgevallen? De cpn werd door die tantes gedomineerd, dat weet je toch! Vrouwen hebben de macht overgenomen, het gaat om de duit en de fluit. Moet je ze op hoge posten zien kwekken, ik juich dat toe. Ze moeten ook overal aan de macht komen. Maar niet op deze wijze. Niet als een groot aantal potentiële bestsellers van vrouwen de voorrang krijgt boven die van mannen, zoals die Connie Pouwmans of hoe heet ze. Dat vind ik echt zorgelijk.'

'Ze schrijft niet slecht, hoor. Maar het is ook niet goed, die Sluismans.' Er moet, kraait Ros, uberhaupt veel minder worden uitgegeven. Als redacteur van een debuutserie noemt hij het niveau van de inzendingen voor 75 procent 'verschrikkelijk'. Er zitten veel vrouwen met verloren liefdes bij. Toch gaat de opmars van het vrouwenboek door, zeker in de beeldvorming. Veel gehoorde verklaring: de vrouw achter het boek lijkt belangrijker te zijn dan het boek zelf. Voorwaarde: ze is mooi, jong, intelligent. Dat appelleert aan lezeressen tussen de 40 en de 70 jaar. Die hebben hun portie narigheid wel gehad.

Dan krijg je het effect: 'Bedankt dat je dit met ons hebt willen delen' (Hanneke Groenteman tegen Connie Palmen). Connie als Mariaverschijning. Lezeressen die in de rij staan met een cadeautje als offerande, fluisterend: 'Sterkte hoor. Dapper van je.' De dominantie van tv-exposure is onmiskenbaar, terwijl de rol van de geschreven kritiek steeds marginaler wordt. Gevolg: in Connie lijkt voor lezeressen alles samen te komen wat het leven aan ongemakkelijkheden biedt. Ze wekt bewondering door haar onafhankelijkheid, haar gebrek aan schuldgevoel. Ze heeft het enfant terrible van de Nederlandse journalistiek bedwongen en nu zien we haar gearmd met Hans van Mierlo, al sinds 1966 een vrouwenidool.

En daarmee lijkt Connie Palmen emblematisch voor een bepaalde manier van omgaan met een bepaald type vrouwenliteratuur. In haar kielzog komen de debutantes, soms gepresenteerd met vampachtige foto's. Maar ze smijten geen viezigheid op papier, zoals Hermine Landvreugd ('de buurman die zijn overhemd helemaal openknoopte, liet Tarzan het sperma van zijn behaarde buik likken. Dat deed de hond wild kwispelend'). Nee, ze grossieren veeleer in gekwetste liefdes, gekwetste dochters, gekwetste ambities.

'Meestal is de inzet een vorm van falen', zegt Michaël Zeeman, kampioenlezer van Nederland. 'En de verborgen verleider is, dat ze ondanks dat falen toch een boek hebben geschreven, nooit dankzij. Dat boek wordt niet gezien als volgende fase in het falen, terwijl de onbevangen, kritische en niet al te hitsige lezer vaststelt dat het met het falen nog niet gedaan is! Na het met allerlei charmante bewegingen omgeven debuut is het frisse eraf. En dan hebben we een probleem. Want dan is je succes echt afhankelijk van wat je schrijft. Het tweede boek, dáár komt het op aan.'

En dan maar hopen op een opvallend plaatsje in de boekwinkel. Dat valt niet mee, wanneer een boekhandelsketen tevoren de selectie al heeft gemaakt. 'Iedereen roept dat de literatuur verschraalt', zegt (kleine) uitgever Bas Lubberhuizen, 'maar de media lopen klakkeloos achter de Generale Bank-prijs van de Libris-jongens aan, terwijl die overal in het land precies dezelfde boeken hebben liggen.' 'Als je niet in dikke stapels ligt, dan kun je het wel vergeten', zegt (grote) uitgever Ronald Dietz van De Arbeiderspers. 'Er wordt in boekhandels een enorme slag geleverd om ruimte. Het is oorlog, echt oorlog.'

Geen debutantenparcours zonder valkuilen. Ze heeft nog een hoop hindernissen te nemen, Daphne Buter uit IJmuiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.