De shockdoctrine

De harde hand van de vrije markt

Het inzicht dat vrijheid op de vrije markt sterk wordt beknot, kan nauwelijks origineel worden genoemd. Veel psychologen hebben laten zien dat vrije keuzes zo complex zijn, dat we ze helemaal niet aankunnen en daarom op gewoonten en routines terugvallen. Sociologen betogen dat het marketinggeweld waaraan wij in het dagelijks leven worden blootgesteld, eraan bijdraagt dat allerlei wensen en behoeften nauwelijks 'eigen' zijn, maar artificieel worden aangekweekt door het bedrijfsleven. Zelfs economen hebben nu ontdekt dat de statuscompetitie waartoe het kapitalisme ongevraagd opjut, vaak helemaal niet gelukkig maakt.

De Canadese onderzoeksjournaliste Naomi Klein, sinds de publicatie van haar bestseller No Logo (2000) hét boegbeeld van de andersglobalisten, gaat veel verder in haar kritiek op de vrije markt. De markt is volgens Klein, kort gezegd, geen vrij, maar een dictatoriaal regime.

Sinds het verschijnen van No Logo (2000), een boek dat een jaar na de antiglobaliseringsrellen in Seattle niet beter getimed had kunnen zijn, heeft de buitenwacht niet veel meer van haar vernomen: de paar boeken die zij nadien schreef en de documentaires waaraan zij meewerkte, bleven grotendeels onopgemerkt. Maar haar nieuwe boek, De shockdoctrine, heeft alles in zich om opnieuw veel stof te doen opwaaien. Het heeft een dramatische boodschap, strijkt neoliberalen en neoconservatieven tegen de haren in, en biedt een radicaal andere kijk op de opmars van de vrije markt in grote delen van de wereld.

Impliciet neemt Klein het op tegen de neoconservatieve denker Francis Fukuyama, eind jaren tachtig auteur van Het einde van de geschiedenis. Volgens Fukuyama zou het ontwikkelingspad van iedere samenleving uitkomen bij een democratie, met de vrije markt als enig passende economische orde.

Fukuyama's these leek eind jaren tachtig, na de perestrojka en de val van de Berlijnse Muur, evident. Maar volgens Klein laat de recente geschiedenis iets heel anders zien: de vrije markt is in veel niet-westerse landen met harde hand opgelegd en heeft weinig met democratie te maken.

Machthebbers maakten daarbij handig gebruik van rampen, oorlogen of financiële crises. Vaak gesteund door het Witte Huis en door internationale instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF), brachten zij de bevolking van hun land zo in verwarring, dat die niet in de gaten had wat haar door de strot werd geduwd: een ware shocktherapie, bestaande uit een mix van één of meer neoliberale ingrepen. Dat wil zeggen: forse bezuinigingen op het overheidsbudget, terugdringing van de macht van vakbonden, afschaffing van handelsbarrières en onteigening van kleine boeren ten gunste van het grootkapitaal.

Zo ging het in Chili in de jaren zeventig na de staatsgreep van Pinochet, in Polen eind jaren tachtig, in Rusland, in Zuid-Afrika na de Apartheid, in Sri Lanka na de tsunami, in New Orleans na de orkaan Katrina, en zo gaat het nu in Irak. De vrije markt was en is volgens Klein in al die landen allesbehalve een vrije keuze van het volk. De invoering ervan was zo controversieel, dat zij in het geniep (Polen), per decreet (Rusland), door tijdelijke opschorting van de democratie (Bolivia), met geweld (Chili en Argentinië) of tijdens een totale chaos (Irak en New Orleans) moest plaatsvinden.

De gevolgen waren volgens Klein vaak desastreus: in Polen daalde de industriële productie na de shocktherapie met 30 procent; in Rusland steeg het aantal inwoners onder de armoedegrens van 2 miljoen in 1989 naar 74 miljoen in 1995; in Chili kromp de economie midden jaren zeventig met 15 procent en steeg de werkloosheid van 3 naar 20 procent.

Wie zich onder Pinochet verzette tegen zijn neoliberale programma, kon rekenen op gevangenschap en marteling. Buitenlandse multinationals als Ford, Fiat en ITT stonden erbij en keken ernaar. Orlando Letelier, de Chileense ambassadeur in de VS onder Salvador Allende, sprak dan ook van 'een innerlijke ov

ereenstemming' tussen 'de vrije markt en ongelimiteerde terreur'. In 1976 werd hij door de Chileense geheime dienst in Washington uit de weg geruimd met een autobom.

De enigen die profiteerden, waren een binnenlandse politieke elite en het veelal buitenlandse grootkapitaal. Vandaar dat Klein spreekt van 'corporatistische dictaturen'. In Rusland was zelfverrijking in de jaren negentig zo eenvoudig, dat Moskou volgens het Amerikaanse tijdschrift Fortune na New York intussen de meeste miljardairs van de wereld huisvest.

De kwade genius in Kleins verhaal is de Amerikaanse econoom Milton Friedman, de belangrijkste naoorlogse pleitbezorger van de vrije markt, die eind vorig jaar overleed. Friedman schroomde er ondanks Pinochets repressieve bewind niet voor de dictator van advies te dienen. 'Een shockbehandeling' was volgens Friedman 'het enige medicijn' om het land er weer bovenop te helpen. Dat advies bezorgde hem bij de Chileense elite volgens Klein de status van een popster.

In eigen land adviseerde Friedman om van de orkaan Katrina gebruik te maken door het onderwijs in New Orleans radicaal te hervormen: schaf het overheidssysteem af en breng er een nieuw marktgericht vouchersysteem voor in de plaats. Zijn discipelen, de Chicago-boys (vernoemd naar de economiefaculteit van de Universiteit van Chicago, het neoliberale bolwerk waar Friedman lang lesgaf), kwamen op invloedrijke plekken terecht en zetten zijn werk voort. Hun leidraad: alleen een crisis kan leiden tot ingrijpende economische hervormingen.

Klein vindt die leidraad immoreel en verwerpelijk - een merkwaardig oordeel, want ook in haar eigen linkse kerk is de gedachte dat crisis een uitstekende voedingsbodem is voor revolutie sinds Marx gemeengoed.

Kleins betoog is vrijwel altijd prikkelend en vaak overtuigend: zij onderbouwt haar these met diepgravende onderzoeksjournalistiek, uitgebreid archiefmateriaal en talloze interviews met betrokkenen. Vanuit haar perspectief vallen recente ontwikkelingen - Brazilië en Argentinië die het IMF de rug toekeren, Poetin die de privatisering van de oliemarkt ongedaan maakt, Bolivia, Ecuador en Venezuela die linkse leiders in het zadel helpen en houden - bovendien uitstekend te begrijpen: als de bevolking mag stemmen over de vrije markt, stemt zij tegen.

Niettemin doet Klein hier en daar aan geschiedvervalsing. De Azië-crisis van eind jaren negentig, bijvoorbeeld, presenteert zij als een triomf voor het IMF en zijn neoliberale ideologie. Maar in werkelijkheid liep het instituut uit Washington enorme reputatieschade op, die nog altijd niet is hersteld. Klein beschouwt het IMF als een hegemonisch instituut, maar steeds meer landen zijn financieel zo solide geworden dat zij het IMF niet meer nodig hebben. Het IMF loopt daardoor inkomsten mis (een bezuinigingsoperatie bij het instituut is aanstaande), en z'n legitimiteit is ter discussie komen te staan.

Het boek, 672 pagina's, had ook een stuk dunner gekund, zonder de, weliswaar zeer lezenswaardige, hoofdstukken die alleen zijdelings met haar centrale these te maken hebben: over marteltechnieken die eind jaren vijftig in opdracht van de CIA door de psychiater Ewen Cameron in Canada werden ontwikkeld. De parallel die Klein trekt met de 'marteling' waaraan de bevolking van landen wordt onderworpen door de gedwongen invoering van de vrije markt, is een ordinaire retorische truc die het boek ontsiert.

Ook de slothoofdstukken over Irak, waarin Klein haar ziel en zaligheid heeft gelegd (en waarvoor ze ook een gevaarlijke reis naar Irak ondernam), horen niet in De shockdoctrine thuis. In die hoofdstukken laat Klein zien dat er door de privatisering van veel Amerikaanse leger-, beveiligings- en wederopbouwtaken een nieuw rampenkapitalisme is ontstaan. Ongetwijfeld heel pervers, al die schimmige bedrijven, zoals Halliburton, die met hulp van de Amerikaanse (ex-)ministers Donald Rumsfeld en Dick Cheney miljardencontracten binnenhalen, en belang hebben bi

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden