ReportageDe Sgabello Collection

De serieuze én impulsieve kant van verzamelaar Casper van der Kruk zie je terug in zijn collectie

De expositie van de Sgabello Collection is een bloemlezing van wat er de afgelopen twee decennia te koop was in Nederlandse galeries.

Verzamelaar Casper van der Kruk en curator Liesbeth Willems kijken naar een werk van Gabriel Lester. Links een schilderij van Sven Kroner.Beeld Eva Faché

Nieuwsgierig monsterde Casper van der Kruk in 2002 een atypische gevel in de Jordaan in Amsterdam. Een gladde wand van legergroen polyester met vier ondoorzichtige, uitstulpende ramen en een kajuitdeur. Binnen kocht hij in een opwelling zijn een eerste schilderij.

Dat toevallige bezoek, aan Galerie Fons Welters met de gevel van Joep van Lieshout, legde de kiem voor een grote passie: het verzamelen van hedendaagse kunst. Achttien jaar later toont Casper van der Kruk ongeveer driekwart van zijn Sgabello Collection: ruim 160 schilderijen, foto’s, beelden, video’s en de eerste aankoop, een schilderij van Gé-Karel van der Sterren. Hij had geen idee dat het een rising star was.

‘Ik zie mijn verzameling nu voor het eerst op deze manier’, zegt Van der Kruk in Project Space On The Inside, een nieuwe kunstruimte van 1.000 vierkante meter in Amsterdam-Noord. ‘Tegelijk is het een bloemlezing van wat er de afgelopen twee decennia te koop was in Nederlandse galeries.’

Iconische architecten

Vóór 2002 was Van der Kruk meer geïnteresseerd in architectuur. In 1990 werd hij gebouwmanager van het Byzantium, een appartementen-, kantoren- en winkelcomplex met openbare parkeergarage aan het Vondelpark, ontworpen door Rem Koolhaas. ‘Daarna bouwde ik een aardige architectuurbibliotheek op en bezocht gebouwen van iconische architecten. Aan de liefde voor de beeldende kunsten ging dus mijn passie voor de bouwkunst vooraf.’

Al duurde het even voordat zijn kunsthorizon begon te verbreden. De eerste vijf jaar kwam hij alleen bij Fons Welters, met wie hij bevriend raakte. Bij hem kocht hij werk van onder anderen Maria Roosen, Folkert de Jong, Berend Strik, Sven Kroner en Gabriel Lester. In 2007 nam Welters hem mee naar de internationale kunstbeurs Frieze in Londen. 

‘The Boxer’ van Folkert de Jong.Beeld Sgabello Collectie

‘De Frieze was een openbaring, met namen en bedragen waarvan ik geen weet had’, zegt Van der Kruk. Zo informeerde hij naar een werk van de Duitse fotograaf Andreas Gursky, een luchtfoto van een bergetappe in de Tour de France. ‘Ik verstond 46 duizend pond, maar het bleek 460 duizend te zijn.’ Na de Frieze was het hek van de dam. Van der Kruk ging in 2010 in deeltijd kunstgeschiedenis studeren. Nu gaat hij de beurzen af in Basel, Miami, Londen en Brussel, al koopt hij vooral van jonge kunstenaars.

Impulsief en emotioneel

‘Casper heeft twee kanten’, zegt Liesbeth Willems, die de expositie cureerde. ‘Hij is precies en serieus, maar ook impulsief en emotioneel. Dat zie je in zijn collectie terug. Ik heb zelf juist geleerd kritisch te zijn en soms even te wachten met kopen, zeker bij jonge kunstenaars.’

Willems cureerde jarenlang de collectie van Rattan Chadha, de oprichter van kledingmerk Mexx en hotelketen CitizenM, waarvan de Kunsthal Rotterdam in 2019 de expositie Trouble in Paradise liet zien. Van der Kruk, die zelfstandig zijn keuzen maakt, doet haar eerder denken aan het verzamelaarsechtpaar Herbert en Dorothy Vogel uit New York. Zij besteedden al hun tijd en bescheiden budget in de jaren zestig en zeventig aan kunst. ‘In hun appartementje lagen de kunstwerken tot onder het bed. Ook bij Casper hangen alle wanden vol, tot in de badkamer, gangen en keuken aan toe. Hij leeft er tussen zijn kunstwerken en kunstboeken, overwegend van jonge kunstenaars met wie hij vriendschappen onderhoudt en die hij steunt.’

Om orde te scheppen heeft Willems in de expositie tientallen kleinere werken in clusters samengebracht: monochrome gems (edelstenen) en colourful gems. Op een tussenverdieping hangen (Not) guilty pleasures: foto’s van beroemdheden die Van der Kruk bewondert, zoals een vijfluik met Mohammed Ali, boksend in zijn woonkamer, een zilvergelatinedruk uit 1963 van Steve Schapiro.

Aukje Dekker, ‘In Search of the Miraculous’. Dekker photoshopte zichzelf in een foto van Bas Jan Ader en zijn zeilbootje.Beeld Sgabello Collectie

De expositie heet In Search of the Miraculous, verwijzend naar een werk van Aukje Dekker. In een bombastische lijst heeft ze een zwart-witfotootje opgehangen van Bas Jan Ader, de conceptuele kunstenaar die in 1975 vanuit de VS de Atlantische Oceaan wilde oversteken – hij werd nooit teruggevonden. Dekker heeft zichzelf in kleur erbij gephotoshopt, een arm om Ader geslagen. ‘In meer werken uit de collectie van Casper zit iets verwarrends of mysterieus’, aldus Willems.

Anders dan de buurlanden heeft Nederland weinig grote verzamelaars, en er zijn er maar weinig die hun eigen collectie laten zien, uit angst voor het oordeel van anderen. Van der Kruk haalt zijn schouders op. ‘Ik ken de topverzamelaars, maar hoor daar gezien mijn budget absoluut niet bij. Ik wil niets bewijzen, ik pretendeer niets, ik koop niet op naam en faam. Het begint met emotie. Het moet me overrompelen, omverblazen, prikkelen, of ik moet het niet snappen en me daaraan ergeren.’

In Search of the Miraculous, Project Space On The Inside, Amsterdam, t/m 29 november.

Klein krukje

Elke verzameling moet vroeg of laat een naam krijgen. Casper van der Kruk kwam uit op de Sgabello Collectie. Sgabello is het Italiaanse woord voor een klein (renaissance) krukje. ‘Aangezien mijn familienaam ‘Van der Kruk’ is en Italië mijn favoriete (vakantie)land is, vind ik ‘Sgabello Collection’ net even mooier klinken of staan dan ‘Van der Kruk Collection’.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden