Beeldende kunst

De sculpturen vol dood en erotiek van Berlinde De Bruyckere grijpen je bij de keel

Berlinde de Bruyckere richt de installatie ‘Aletheia, on-vergeten’ (2019) in tijdens de opbouw van haar tentoonstelling in Maastricht. Beeld sas schilten
Berlinde de Bruyckere richt de installatie ‘Aletheia, on-vergeten’ (2019) in tijdens de opbouw van haar tentoonstelling in Maastricht.Beeld sas schilten

In het Bonnefantenmusem in Maastricht toont de Vlaamse kunstenaar sculpturen en installaties tussen gruwel en genot.

Als jassen aan de kapstok hangen ze in het Bonnefantenmuseum, vijf zacht uitziende sculpturen gemaakt van oude gordijnen bedekt met plukken dierenhaar. De vormen doen denken aan de vleugels van engelen zoals die op Renaissanceschilderijen staan afgebeeld. Toch zien deze vleugels er allerminst verheven uit, maar eerder alledaags. Alsof ze na een lange werkdag bij thuiskomst zijn afgedaan. Misschien wel door iemand die hard heeft gewerkt in het ziekenhuis, de schoenen heeft uitgeschopt en moe op de bank is geploft.

Sjemkels heten deze sculpturen, ze kwamen tot stand tijdens de eerste lockdown en zijn vernoemd naar ‘de zevende engel’ uit een gedicht van de Poolse dichter Zbigniew Herbert. ‘Sjemkel is niet zoals de andere engelen’, zegt Berlinde De Bruyckere over haar inspiratiebron. ‘Hij is onvolmaakt en heeft ook iets duisters, iets kwetsbaars.’

De Belgische kunstenaar Berlinde De Bruyckere (57) geniet in de kunstwereld de status van superster. Ze brak internationaal door toen ze in 1999 België vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië. Talrijke tentoonstellingen, aankopen door grote musea en uitnodigingen voor biënnales volgden. Voor haar tweede deelname aan de Venetiaanse Biënnale in 2013 werkte ze samen met de al even beroemde Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee. Haar laatste grote tentoonstelling in Nederland en België was Sculptures and Drawings, in 2015 in Smak in Gent en Kunstmuseum Den Haag. In Gent trok dit overzicht bijna 90 duizend bezoekers, een record.

We spreken elkaar aan de telefoon naar aanleiding van haar solotentoonstelling die deze zomer in het Bonnefantenmuseum in Maastricht is te zien. Door een aantal onfortuinlijke omstandigheden bleef een ontmoeting in levenden lijve uit. Allereerst was daar de coronacrisis, die een stokje stak voor een bezoek aan het atelier van de kunstenaar in Gent. Toen De Bruyckere de tentoonstelling eind februari aan het opbouwen was in Maastricht leek een ontmoeting alsnog mogelijk, tot een sneeuwstorm roet in het eten gooide. Haar stem klinkt zacht en licht schor aan de telefoon, bescheiden. Ze praat snel en vloeiend over haar werk, in een tikje abstracte zinnen die haar interesse in het lichaam en lichamelijke processen verraden.

Over Engelenkeel, de titel van de tentoonstelling, zegt ze: ‘Vanuit de keel gebeurt er heel veel, het is de plek vanwaaruit we praten, maar ook hoesten en spuwen.’ Heel lichamelijke dingen dus, die je niet direct met een engel associeert. ‘Ik vond het woord in een gedicht van de Poolse dichter Herbert, die een belangrijke inspiratiebron voor deze tentoonstelling vormde. Voor mij klinkt het als een kreet, en die kreet is wat alle kunstwerken in deze tentoonstelling verbindt.’

 ‘Arcangelo I & II’, 2020. Beeld Sas Schilten
‘Arcangelo I & II’, 2020.Beeld Sas Schilten

In het Bonnefantenmuseum laat de kunstenaar niet eerder in Nederland of België vertoond werk uit de afgelopen zes jaar zien. Er zit veel nieuw werk bij, dat direct of indirect naar de coronacrisis verwijst. De serie Sjemkel kwam tot stand nadat de Belgische krant De Standaard De Bruyckere had gevraagd welk kunstwerk ze tijdens de isolatie van de eerste lockdown bij zich wilde hebben. Ze noemde het schilderij De dode Christus ondersteund door een engel (1507) van de Renaissanceschilder Giorgione: ‘Als ik vroeger naar het schilderij keek, ging mijn aandacht uit naar het dode lichaam van de Christusfiguur. Nu werd ik plotseling geraakt door de engel die achter hem staat. Hoe die met zijn veel te kleine handen dat lichaam ondersteunt, dat vond ik ontroerend. Het deed me denken aan de medewerkers van ziekenhuizen die in deze crisis voor zo veel doodzieke mensen moesten zorgen.’

Het kwetsbare, lijdende lichaam is een terugkerend thema in De Bruyckeres oeuvre. Ook kunstwerken in de tentoonstelling van ver voor de pandemie, zoals een van pijn verwrongen lichaam in was, of een vitrine met drie enorme paardenkarkassen, doen denken aan de kwetsbaarheid waarmee de coronacrisis ons heeft geconfronteerd. Verrassend is dat Engelenkeel, anders dan het overzicht uit 2015, ook een sensuele kant van het lichaam laat zien. Het past bij de tegenstellingen die voortdurend opduiken in het gesprek met De Bruyckere, en die volgens de kunstenaar steeds meer centraal komen te staan in haar werk: ‘Deze tentoonstelling gaat over de spanning tussen leven en dood, over Eros en Thanatos, rouw en hoop.’

Dat zijn geen bescheiden thema’s. Haar kunst is dan ook, zoals ze het zelf zegt, ‘van het grote gebaar’. Ze wil troost bieden en tegelijkertijd wil ze bezoekers raken, misschien wel op plekken waar ze niet geraakt willen worden. ‘Vroeger kwamen mensen naar de kerk om te rouwen. Ik heb het altijd bijzonder gevonden dat mensen in snikken kunnen uitbarsten bij een piëta, een beeld of schilderij van de rouwende maagd Maria. Religie geeft mensen een ruimte waar pijn niet zozeer verwerkt hoeft te worden, maar er gewoon mag zijn. Dat probeer ik met mijn kunst ook.’

Dat lukt aardig bij Aletheia, on-vergeten (2019), een sleutelwerk dat je naar de keel grijpt. Wanneer je de laatste zaal van de tentoonstelling betreedt, denk je in een sneeuwlandschap te stappen. De vloer is bedekt met glinsterende zoutheuvels. Verspreid over de ruimte staan tientallen pallets met grote stapels (wassen afgietsels van) dierenhuiden. Gruwelijke associaties met massagraven of lijken die zijn achtergelaten op een besneeuwd slagveld dringen zich op.

Berlinde de Bruyckere: ‘Sjemkel’.  Beeld Sas Schilten
Berlinde de Bruyckere: ‘Sjemkel’.Beeld Sas Schilten

De inspiratie voor Aletheia was een bezoek dat De Bruyckere in 2013 aan een industriële huidenwerkplaats bracht. ‘Doorgaans haal ik de dierenhuiden voor mijn sculpturen bij kleinere, ambachtelijke werkplaatsen, maar op een gegeven moment werden mijn wensen specifieker.’ Zo belandde ze bij een grootschalige huidenhandel in Anderlecht, in de buurt van Brussel. ‘Bij het eerste bezoek aan die plek was ik helemaal verstijfd. Overal zag ik pallets met enorme stapels dierenhuiden. Ik was nog nooit door zo veel dood omringd geweest.’

De route van de tentoonstelling loopt dood bij dit slagveld, je moet via dezelfde weg terug. Na de confrontatie met dat dode punt valt extra op dat er naast de vertrouwde thema’s als kwetsbaarheid en dood ook kunstwerken zijn die juist levenskracht en erotiek uitstralen. Bijvoorbeeld in Penthesilea, een serie monumentale sculpturen die De Bruyckere maakte als decorstukken voor de gelijknamige opera van Pascal Dusapin, opgevoerd in 2015 in Brussel. De bijna vier meter hoge kokers van verweerd, met dierenhuiden bespannen metaal worden nu als autonome sculpturen gepresenteerd.

Het is moeilijk te beschrijven wat een kunstwerk precies erotisch maakt zonder in verschrikkelijke clichés te vervallen. Wat het ook is, deze kunstwerken hebben ‘het’, met hun vlezige lellen en fallische vormen en de spanning tussen het harde metaal en de fluwelige dierenhuid, die schreeuwt om aangeraakt te worden. Hetzelfde geldt voor Met tere huid (2015-2016), een serie tekeningen waarin de vormen doen denken aan geslachtsorganen. Veel van De Bruyckeres wassculpturen wekken de suggestie van een blauwige huid waar de dood doorheen schijnt, maar in deze tekeningen lijkt de huid springlevend, doorbloed en fluweelzacht.

Detail van ‘Per Benedetto’, een van De Bruyckeres vroegere wassculpturen, uit 2009  Beeld Sas Schilten
Detail van ‘Per Benedetto’, een van De Bruyckeres vroegere wassculpturen, uit 2009Beeld Sas Schilten

Met tere huid is geïnspireerd op wat ik zag in Anderlecht’, zegt De Bruyckere. ‘Namelijk het moment waarop een vel op een grote metalen kolom wordt opengevouwen om het te inspecteren en een kwaliteitslabel te geven. Met snelle handelingen snijden de werknemers aan de binnenkant vleesresten weg , ik vond dat mooi en sensueel.’

Typisch voor De Bruyckere, om op zo’n plek niet alleen gruwel, maar ook of juist schoonheid te zien. Het strooien van zout om de huiden te pekelen beschrijft ze als iets prachtigs: ‘Het deed me denken aan boeren die hun akkers inzaaien. En het lijkt ook een beetje op ejaculeren. Daar heb je weer die spanning tussen leven en dood. Van de dode vellen wordt iets nieuws gemaakt, ze krijgen een nieuwe toekomst.’

Berlinde de Bruyckere tijdens de opbouw van haar tentoonstelling in Maastricht.  Beeld Sas Schilten
Berlinde de Bruyckere tijdens de opbouw van haar tentoonstelling in Maastricht.Beeld Sas Schilten

Berlinde de Bruyckere: Engelenkeel.

Bonnefantenmuseum, Maastricht, t/m 3/10.

De zomer van De Bruyckere

Ook buiten het Bonnefantenmuseum kun je deze zomer niet om Berlinde De Bruyckere heen. Haar werk is te zien in de groepstentoonstelling De pest (★★★★★ in de Volkskrant), t/m 22/8 in Museum het Valkhof in Nijmegen. Ook neemt ze deel aan de Biënnale Kunst in de Heilige Driehoek (Oosterhout, 10/7 t/m 15/8) en aan de Belgische Kortrijk Triënnale, van 26/6 t/m 24/10.

Trage kunstwerken

De wassculpturen van De Bruyckere herken je meteen aan hun vlezige, rauwe uitstraling. Hun oppervlak lijkt op huid die beurs of onderkoeld is, of in een verregaande staat van ontbinding verkeert. Dit effect bereikt ze door afgietsels te maken van lichaamsdelen, boomstronken en andere organische vormen. De mallen bestrijkt ze met dunne lagen was in verschillende kleuren, die door de bovenste laag heen schijnen als aderen door de huid. In veel kunstwerken in Engelenkeel combineert ze was met dierenhuid of textiel. Ze laat een dierenhuid uren- of dagenlang in de was indrogen en trekt die daarna weer los, waarbij een deel van de haren achterblijft. Het zijn trage kunstwerken, die laagje voor laagje worden opgebouwd. Ook gebruikt ze oude dekens of gordijnen die jarenlang zijn blootgesteld aan weer en wind .

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden