De schone schrijfster die in de handen van een harkerige Vestdijk viel

Henriëtte van Eyk schreef vrolijke verhalen, terwijl het in haar eigen leven nooit ging zoals ze wilde, blijkt uit de aangenaam nuchtere biografie van Aukje Holtrop.

Henriëtte van Eyk: dat is een naam die ruikt naar oude jaargangen van tijdschriften. Of naar beduimelde pockets, in de nalatenschap van een bejaarde, met op het omslag een kinloze mevrouw van Fiep Westendorp. Ze was vooral een populaire ‘stukjesschrijfster’, voor Margriet, Elegance, Het Parool, Algemeen Handelsblad en Elsevier’s weekblad. Ze was geestig, observeerde scherp en bespotte mensen met pretenties en kouwe kak. In haar vrolijke verhalen over kerstmannen en paashazen kwam het altijd goed. In haar kinderverhalen was alles, dieren, bomen en theekopjes, bezield.

Begin jaren dertig schreef ze serieus literair werk, zoals Gabriël en De kleine parade, die werden geprezen door de bovenbaas van de literaire kritiek, Victor van Vriesland. Én door Simon Vestdijk, die haar minnaar zou worden. Maar de grote romans waarvan ze droomde kwamen nooit. Ze moest haar brood verdienen. Misschien lag haar talent bij het luchtige, korte verhaal. Maar ook daarin behoorde ze nooit bij de top, zoals Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt.

Een feminist was ze ook al niet, hoewel Opzij-oprichter Wim Hora Adema haar beste vriendin was en ze dapper haar eigen geld verdiende. Ze hoopte toch op die Ene die zich ‘verantwoordelijk’ voor haar zou voelen. Ze stak de draak met burgermansfatsoen maar was zelf ook een keurige mevrouw die haar verdriet verborgen hield. Ze was beeldschoon – net Marlene Dietrich, met die zwoele ogen – maar te verlegen om daar gebruik van te maken. Ze had een groot schrijftalent, maar zwalkte tussen journalistiek en literatuur en buitte dat talent nooit helemaal uit. Die tragiek hoort ook wel bij haar generatie vrouwen; ze hingen er een beetje bij in de literatuur.

Aukje Holtrop, auteur van een mooie biografie over Nynke van Hichtum, schreef een bondige en aangenaam nuchtere biografie van Henriëtte (Jet) van Eyk (1897-1980) waarin deze overtuigend tot leven komt. Er bestond al een, nog beknopter, levensverhaal van Van Eyk, door Lucie Th. Vermij, maar dat voldeed kennelijk niet. Bij Holtrop is de grondmelodie: het ging nooit zoals Jet het wilde. Chagrijnig werd ze niet, en ze bleef tot op hoge leeftijd aan het werk.

De vier mannen uit de titel – met een knipoog naar een Vestdijk-titel  brachten haar geen geluk. Haar geadoreerde vader liet haar in de steek. Hij vluchtte naar Amerika, met zijn schoonmoeder die zijn minnares bleek, nadat zijn bedrijf door zijn oplichterij failliet was gegaan. Het leven van geliefde broer Bert eindigde tragisch door gedoe met vrouwen en doordat hij rondliep als travestiet. Jets eerste man, de journalist Jean de Nève, was een avonturier, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet ging. Ook Jet was actief in het verzet; zij hielp schrijvers die geen lid wilden worden van de Kultuurkamer. De Nève kwam verknipt terug uit concentratiekamp Sachsenhausen en terroriseerde Jet daarna. In 1946 vond zij haar grote liefde: Simon Vestdijk. Maar ook die romance werd niet wat zij beloofde.

De relatie duurde van 1946 tot 1955, en kreeg nog een staartje in 1961. Daarna was het voorgoed voorbij. Jet bleef alleen, met haar hondjes. Een groot deel van de biografie beschrijft de teloorgang van deze beroemde literaire liefde, die goed te volgen is omdat ze elkaar honderden brieven stuurden (deels in 2007 bezorgd door Vestdijk-biograaf Wim Hazeu).

Vestdijk werd dolverliefd op ‘Jetje’ en zij viel voor zijn harkerige avances. Maar hij had al een vriendin, die hij in het begin verzweeg: Ans Koster, die bij hem in Doorn woonde, hem verzorgde, zijn administratie deed, zijn depressies verdroeg, met hem sliep en – het belangrijkste – hem rustig liet werken. Vestdijk beloofde Jet dat hij Ans zou verlaten om met haar te trouwen. Jet was niet gek: ze wist dat hij dat nooit zou doen; zijn leven met Ans, die hij in brieven gemeen beschreef als een ‘meubel’, was heel gerieflijk. Tegen Ans zei hij dat hij het had uitgemaakt met Jet – klassiek bedrog. Jet deed aan die maskerade mee, om Simon maar niet kwijt te raken. Wat natuurlijk toch gebeurde.

Aukje Holtrop toont en ontleedt deze verhouding genadeloos. Ze kiest geen partij voor Van Eyk, maar volgt wel haar perspectief. Het is moeilijk om géén hekel te krijgen aan de egocentrische, lompe Vestdijk die zich niet wenst te verplaatsen in de gevoelens van zijn vriendin. Vrouwen waren er om hem te koesteren en te verzorgen, of om op afstand te bewonderen, maar ze moesten niet zélf verlangens hebben of eisen stellen. Vestdijk was niet de enige man die toen zo dacht. Wat een pech om als schrijfster in dat tijdperk te leven.

Aukje Holtrop: Henriëtte van Eyk - Vrouw tussen vier mannen (****)

De Bezige Bij; 368 pagina’s; € 34,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden