De schilder die beweging wist te betrappen

Geboren: 12 september 1857 in Rotterdam. Bekend als: schilder en fotograaf. Gaf naam aan: Breitnerweer. Markante uitspraak: 'Van Gogh maakt kunst voor eskimo's.' Gestorven: 5 juni 1923 in Amsterdam....

ARTIESTEN, dat waren ze. En ze scholen samen in de 'moderne cafés'. Bavaria in de Kalverstraat, Schiller op het Rembrandtplein, dat waren in Amsterdam de ontmoetingsplaatsten in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Daar werd de nieuwe drank 'pilsener' geschonken, en rookten jongens met morsige sikjes, net van de HBS, hun hypermoderne 'cigaretten'. Willem Kloos, de dichter, was er vaak bij, Albert Verwey en Frans Erens, de schilders Willem Witsen, Isaac Israëls en George Breitner.

Jonge schilders, dichters en schrijvers, ze hoorden bij elkaar eind vorige eeuw. Ze wilden hetzelfde, met woorden of met verf. Kunst was voor hen expressie van emotie. 'Allerindividueelste emotie', zei Kloos. Zij toonden de werkelijkheid, haar schoonheid en haar gruwel. Zonder morele bedoeling, maar wel nadat zij door hun ziel was gegaan. Om kunsthandel of kopers maalden zij niet. Zij werkten niet voor hun brood, maar voor hun Kunst.

George Hendrik Breitner, een klein, rossig ventje met een spits gezicht, kwam niet uit Amsterdam. Hij werd in 1857 geboren in Rotterdam, als zoon van een graanhandelaar. Toen hij in 1886 in Amsterdam arriveerde, had hij al een geschiedenis. Hij had de traditionele Haagse Academie bezocht, en was er 'wegens wangedrag' afgeschopt. Omdat hij uitblonk in het tekenen van paarden, vroeg Willem Mesdag hem de artillerie te schilderen op zijn immense Panorama. Hij kende ook de andere schilders van de Haagse School, de broers Maris en Anton Mauve, en bewonderde hun werk: fris, onschools en 'naar de natuur'. Maar zelf had hij weinig op met de natuur.

Amsterdam zou zijn natuurlijke verblijfplaats worden, en het voornaamste onderwerp van zijn werk. Breitner ging er op in de maalstroom van het leven. Hij werd de schilder van stadsgezichten. Talloze malen schilderde hij de Dam, het Rokin, de eilanden, de Jordaan, met verschillend weer, en onder wisselend licht. Hij ving de snel voorbijschietende bewoners van de stad op zijn doeken, vaak met ruige kwaststreek, gezichten niet meer dan een snelle veeg of een vlek - een echte impressionist. Hij had geen programma en geen boodschap. Hij liep door de stad, en hij keek, hij keek en hij keek.

Zijn werk viel bij zijn nieuwe kunstenaarsvrienden in de smaak. Van het groepje jonge schilders dat samen op pad ging, ateliers en minnaressen deelde - Witsen, Israëls, Jan Veth en Breitner -, was Witsen de spil. Maar Breitner was het onmiskenbare genie, zoals het vanzelf sprak dat Kloos de geniale dichter van het stel was. Veth schrijft in een brief uit 1887 dat hij zijn vriend bewondert 'omdat ik zijn meerderheid erken en hij mijn artistiek geweten wel eens benauwd maakt'.

Het Amsterdam waar Breitner zo hongerig in opging, onderging een metamorfose. De halfdode haven- en handelsstad bloeide aan het eind van de vorige eeuw op door nieuwe investeringen. De stoommachine gaf de industrie een duw, de scheepvaart nam weer toe. Grote projecten zoals het Rijksmuseum (1885) en het Centraal Station (1889) werden gerealiseerd, warenhuizen en hotels schoten uit de grond. Het inwonertal van Amsterdam verdrievoudigde tijdens Breitners leven: tussen 1850 en 1920 steeg het van 224 duizend naar 683 duizend.

Het nieuwe proletariaat moest ook ergens wonen. Betaalbare woningen, zoals in de Jordaan, of op de eilanden - waar Breitner zijn atelier had -, werden volgepropt met kinderrijke gezinnen. De boel verkrotte in hoog tempo, gebrek aan hygiëne veroorzaakte ziektes. Het benauwd samenhokken joeg de mannen de kroeg in en de vrouwen en kinderen de straat op - tot Breitners genoegen. Want daar kon hij ze schetsen. Of, nog sneller, fotograferen.

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw kwam de handcamera in zwang, waarmee je momentopnamen kon maken zonder lamp of statief. Het was voor Breitner een ideaal middel om het vluchtig mensenbeweeg te betrappen. De tientallen dienstboden, waspitten en fabrieksmeisjes op zijn schilderijen staan vrijwel allemaal op zijn foto's, zo blijkt uit de duizenden negatieven die hij naliet.

Net als zijn veel beroemder geworden generatiegenoot Vincent van Gogh, had Breitner een voorkeur voor volkse types. Maar anders dan Van Gogh toonde hij geen deernis met de stakkers in hun grootsteedse misère, en politiek interesseerde hem niet. Het was de schilderachtigheid van de ellende die hem verrukte.

Hoogstens moet hij in de voortjakkerende sloebers en afgejakkerde paarden in die natte straten - zelden lacht er bij Breitner een zonnetje - zijn eigen melancholieke, bokkige aard hebben herkend. Ook hij zat eeuwig in geldzorgen, tobde altijd met een geslachtsziekte, en vond nooit troost in de liefde. In de naakten die hij weergaf zoals ze op zijn sofa waren neergeploft, uitgeblust, met chagrijnige koppen, niet bereid een zweem van koketterie in hun pose te leggen, weerspiegelt zich de tragiek van de schilder.

Het was Van Gogh die kleur opnieuw uitvond, maar Breitner ontdekte de beweging. Hij haalde de fotografie de schilderkunst binnen. Beide technieken dienden hetzelfde doel: in het vastgelegde moment de suggestie van beweging bewaren. Alles wappert, stuift, druipt en trilt op zijn schilderijen: de jurken van de meiden waaien hoog op; woest galopperende paarden komen in stofwolken op je af gedenderd. Het schilderij Paleisstraat (1896) laat zien dat hij de uiterste consequentie trok uit het realisme: niet de schilder componeert een scène, het toeval doet het werk. Breitner hield als het ware een lege lijst voor de besneeuwde Singelbrug, en wachtte af wie er binnenwandelde: een vrouw, met hoed en mof - nog even en zij zakt de lijst uit -, een oudere vrouw die babbelt met een kind, een kwispelend hondje. Vijf seconden later zou het een compleet ander schilderij zijn.

Wij zijn nu zo gewend aan mensen die op foto en film het kader in- en uitwandelen, dat het moeilijk voorstelbaar is hoe baanbrekend Breitners ontdekking was. De kunstkritiek van zijn tijd herkende zijn vondst niet, zoals bij alle kleine revoluties. Critici schreven unaniem over dit schilderij hoe jammer het was dat de harmonie was verstoord door die grote 'halve' vrouw.

Maar ook een nieuwlichter wordt oud. Breitner werd al vroeg oud, na zijn veertigste. In de jaren 1900-1910 was hij op het toppunt van zijn roem. Hij kreeg tentoonstellingen, het grote publiek leerde hem kennen en zijn werk werd eindelijk goed verkocht. Maar de avant-garde was al op weg naar de volgende etappe: symbolisme en expressionisme. Hij bleef schilderen tot aan zijn dood in 1923, maar de fut was eruit.

Nooit zou hij succes krijgen in het buitenland, zoals de schilders van de Haagse School met hun typisch 'Hollandse' werk. Buitenlandse handboeken vermelden hem niet, of wijden slechts enkele regeltjes aan deze 'stadsimpressionist'.

Bij ons heeft zijn werk inmiddels een hoog kalendergehalte. Iedereen kent Breitner. De museale aandacht voor zijn werk is niet bijster groot, maar bij de schaarse overzichtstentoonstellingen van zijn werk stroomden de mensen toe. Het publiek houdt van Breitner, en dat is te begrijpen. Zijn schilderijen gaan over wat hij zag, en niet over wat hij dacht, zoals bij de generaties na hem. Hij schilderde zoals schilderen bedoeld moet zijn: hartstochtelijk, met ferme streek en uit verrassende hoeken, maar je kan altijd zien wat het voorstelt.

Het oog is behoudend. Wie door zijn wimpers kijkt ziet het Bickerseiland in de sneeuw er nog net zo bijliggen, met ernaast een gapend gat voor een kantoortoren. En wie zich, kraag omhoog, in een miezerregentje naar huis spoedt over de glinsterende steentjes van de Dam, begrijpt de melancholie die Breitner er telkens heeft overvallen. 'Echt Breitnerweer' zeggen de mensen dan tegen elkaar.

Aleid Truijens

Dit is de zevende aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.