Boekrecensie De avant-gardisten – De Russische Revolutie in de kunst 1917 - 1935

De Russische avant-gardisten: excentriek, rebels, grappig ★★★★☆

Prikkelend en meeslepend beschrijft Sjeng Scheijen de magie, de verrukking en het drama van de Russische avant-garde. Want er is zoveel meer dan Malevitsj.

Beeld Olivier Heiligers

Ze waren excentriek, koppig, grappig en enorm toegewijd – aan hun kunst en alle creatieve uitingen waarvan het dagelijks leven naar hun overtuiging doordrongen moest zijn. Ze waren radicaal, nauwelijks politiek, tegen de gevestigde orde, maar bepaald niet vóór bommen en granaten. Ze konden een feestje bouwen maar ook bloedserieus zijn, ze waren ambivalent en weinig consequent. En ze vormden bovenal geen homogene groep. Futuristen, dat waren ze. Russische futuristen.

Levenskunstenaars die hun stempel drukten op die onvoorstelbaar roerige historische periode ‘die wordt samengevat als de Russische Revolutie’, zoals Sjeng Scheijen het krachtig verwoordt in zijn nieuwe boek De avant-gardisten – De Russische Revolutie in de kunst 1917-1935.

De fascinatie van de auteur voor deze avant-gardisten, deze vooruitlopers, deze toekomstomhelzers, is vanaf de eerste bladzijde niet alleen invoelbaar maar ook aanstekelijk. De energie, de lol, de ontdekking en ontwikkeling van nieuwe kunstvormen als performance, installatie, conceptueel en abstract werk, parallel aan die waanzinnige maatschappelijke omwenteling – je zou er graag deel van hebben uitgemaakt. Ook al weet je inmiddels dat het helemaal niet best afliep, noch met de idealen, noch met de idealisten. En toch.

Dat is de kern van dit mooie boek: de doem en de magie, de verrukking en het drama van die relatief kortstondige maar intense periode. De onverbloemde liefde van de auteur voor zijn onderwerp is een van de charmes van De avant-gardisten, en waarschijnlijk ook een reden voor de toegankelijkheid ervan. Kazimir Malevitsj mag de bekendste zijn van het stel (in Nederland haalde zijn erfenis meermalen het nieuws), maar Scheijen wil zijn lezers ook laten kennismaken met een fenomeen als Vladimir Tatlin, een vreemde snuiter als yogi Vladimir Goldsjmit, volkscommissaris van Verlichting Anatoli Loenatsjarski – en met de opmerkelijk sterke vrouwelijke vertegenwoordiging binnen de avant-gardisten, onder wie Olga Rozanova, wier schilderij Groene streep is opgenomen in een van de kleurenkaternen in het boek. Een zinderend en gedurfd werk dat ‘in ieder overzichtswerk van abstracte kunst zou moeten staan’, schrijft Scheijen begeesterd, en je bladert ernaartoe en denkt: o, ja! Waar kan ik dat zien?

Prikkelende feiten

Net als zijn succesvolle biografie van Sergej Diaghilev is dit boek gebaseerd op gedegen onderzoek; Sjeng Scheijen (1972) is slavist en gespecialiseerd in Russische kunst uit eind 19de en begin 20ste eeuw. Naast (kunst)historische wetenswaardigheden, cijfermateriaal en mijlpalen, verdiepte hij zich ook in dagboeken, briefwisselingen en memoires. Die ‘verhalen’ maken De avant-gardisten niet alleen tot levendige literatuur, maar zorgen ervoor dat ook wie al bekend was met de Russische avant-garde, waarschijnlijk op prikkelende nieuwe (biografische) feiten en feitjes zal stuiten.

Zo komt, naast zijn talent, ook de magische aantrekkingskracht van Vladimir Tatlin gedetailleerd over het voetlicht, zijn charisma ondanks zijn ‘algehele lelijkheid’, zoals een bewonderaarster schrijft. En zijn vindingrijkheid: om naar Berlijn en Parijs te kunnen reizen, geeft Tatlin zich uit voor een blinde muzikant, in (zelf genaaide) Oekraïense pofbroek als ‘levend onderdeel’ van een Russische expositie in de Duitse hoofdstad. Een hilarische foto getuigt van dit toneelstukje. Een en ander leidt tot een ontmoeting met Picasso, die Tatlin inspireert tot het maken van zogeheten reliëfs, waarmee hij terug in Rusland een groot effect sorteert. De schilderkunst, die vanaf de Renaissance bovenaan stond in de hiërarchie van schone kunsten, viel van haar voetstuk, schrijft Scheijen.

Een geduchte rivaal van Tatlin is Kazimir Malevitsj, de Poolse provinciaal met het pokdalige gezicht, de man achter het suprematisme, de radicale vernieuwer en de schepper van Zwart vierkant (door de gevestigde conservatieve kunstenaarsorde gezien als het ‘wapenschild van het moderne hufterdom’), gevolgd door de ‘wit-op-wit’-schilderijen, die ‘geschilderde zang van stoere, verrukte engelen’.

Sjeng Scheijen: De avant-gardisten Beeld Prometheus

Standbeelden omver

Ziedaar de triomf der magie, die telkens uit het boek naar voren komt. Maar ook de voornoemde doem zou zich snel aandienen. In de chaotische tijden na de omwenteling in 1917 hoopten de optimistische avant-gardisten nog veel te kunnen betekenen in de nieuwe gremia, en dat leek eerst helemaal niet zo vreemd: er moest iets met de talloze kunstschatten uit de paleizen, om maar wat te noemen. Standbeelden moesten omver, nieuwe dienden opgericht. Onderzoek en onderwijs zouden anders worden ingericht. En de bolsjewieken zochten gegadigden onder degenen die zich enthousiast hadden betoond over de veranderingen. Even was er sprake van een unieke situatie: een groep spraakmakende kunstenaars op beleidsbepalende posten. Maar zo bleef het niet.

De nieuwe machthebbers duldden al snel geen andersdenkenden meer – en de kunstenaars hadden op hun beurt geen idee van besturen. Tel daarbij op de tekorten, de honger en de kou, die menigeen zo niet het leven,  dan toch de energie ontnamen. Mecenassen vluchtten, de avant-gardisten verruilden Moskou voor de provincie en kregen meer en meer tegenwerking; Lenin betitelde futuristische sculpturen als vogelverschrikkers.

Toch bestond er nog lange tijd strijdbaarheid en bleven de avant-gardisten toegewijde docenten. Uiteindelijk, toen de Stalinterreur de samenleving infiltreerde, werd ook de groep oud-leerlingen van Malevitsj opgeroepen voor verhoor of gearresteerd. De meester zelf stierf een natuurlijke dood, op 15 mei 1935. De rouwwagen had een zwart vierkant op de grille en reed met groots vertoon over de befaamde Nevski Prospekt, schrijft Scheijen: het was duidelijk dat hier niet alleen de leidende kunstenaar, maar de hele avant-garde ten grave werd gedragen.

Sjeng Scheijen: De avant-gardisten – De Russische Revolutie in de kunst 1917-1935
Prometheus; 592 pagina’s; € 37,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden