De Rouwclub

Een licht en eerlijk verhaal over de dood, met oog voor de entourage

Oudejaarsdag, 2008. Schrijfster Vrouwkje Tuinman hoort dat haar beste vriend in coma ligt. Kort daarna overlijdt hij, net als zijn nieuwe liefde Simone. Samen zaten ze in de auto die tijdens een proefritje over de kop sloeg en in een poldersloot belandde. In 2010 verscheen Intensive care, met teksten van Tuinman over verlies en rouw, begeleid door beelden van fotografe Andrea Stultiens, zus van Simone.

Over die samenwerking en de band die met de andere nabestaanden is ontstaan, vertelde Tuinman in een interview in Vrij Nederland: 'De rouwclub noem ik ons. We zijn nog naar de Efteling geweest.' Een jaar later publiceerde ze de dichtbundel Wat ik met de sleutel moet. Tuinman schrijft: 'Ik vind dat nu wel iemand anders een tijdje dood mag zijn./ Een top tien is zo gemaakt.'

Het gemis bleef en nu is er een roman: De rouwclub. Harold heet de verongelukte vriend, Emma de beste vriendin.

De eerste dertig bladzijden is Harold nog springlevend en werkt hij als hoofdproducent van muziekfestival Walhalla. Behalve beste vriendin is Emma ook zijn collega. Ze zien elkaar bijna dagelijks: 'Het was zondag, een uur of vier, ze had Harold al twee dagen niet gesproken en was blij toen ze zijn naam op haar display zag.' Maar Harold belt niet zelf, hij heeft een ongeluk gehad en wacht in diepe coma op de dood.

Algauw verzamelt zich een bont gezelschap rond zijn ziekenhuisbed. Wat hen bindt drijft hen eveneens uiteen: allemaal hadden ze een band met Harold, niemand koestert dezelfde herinneringen. En dat steekt. Wanneer Emma een huurauto ophaalt om naar het ziekenhuis te rijden, tekent ze voor drie dagen: 'Direct had ze spijt. Door hardop het getal drie te noemen had ze Harolds ziekenhuisverblijf met evenveel nachten verlengd.'

De rouwclub laat zien dat spitsvondig redeneren geen soelaas biedt om de dood te verzachten. Toch vind je in dit verhaal geen wanhoopskreten, de personages happen vaak genoeg naar lucht. Met jeugdliefde Hanna maakte Harold een krantje, De HaHa genaamd. En Emma, zowel bemind als gemeden om haar galgenhumor, noemt de tijd vóór de dood van haar beste vriend 'BH'. De uitgelaten sfeer die bij een muziekfestival hoort, is als vanzelfsprekend verweven met Tuinmans lichte en eerlijke taal.

De korte hoofdstukken presenteren verschillende tinten van rouw en de voortdurende wisseling van vertellers levert een staalkaart van stemmen op. Dat is plezierig lezen, maar het blijft bij vegen verdriet. De vluchtige sprongen in perspectief lopen synchroon met de beleving van de nabestaanden: ze schampen elkaar en raken verstrikt omdat de dood van Harold een noodgedwongen trefpunt vormt.

Uiteindelijk blijven ze bijeen, saamhorig in de rouw - een heuse rouwclub dus - maar de personages komen aan gewicht tekort om ook de lezer te binden. Meer dan hun grillen blijft de omgeving je bij: de vrolijke chaos op Walhalla, het huis van Harold met een kast vol cadeaus (die hij alvast gekocht bleek te hebben), het opvallend filosofische tapijt in het uitvaartcentrum: 'Het was echter de vloerbedekking zelf die het gevoel gaf dat je in een bladerdek wegzonk. Hij was hemelsblauw, maar in het midden van de hal lag een verontrustende vlek in rood, oranje en turquoise.

'Het is een sterrenstelsel', zei de stem achter de balie. (...) 'Speciaal voor ons ontworpen. Het symboliseert dat hoe nietig we ook zijn, we allemaal opgaan in iets oneindig groots.'

Korte pauze.

'Geloof ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden