Beschouwing De roos in de kunst

De roos is al sinds de oudheid de bloem van de liefde, zo erg dat je er nu eigenlijk niet meer mee kunt aankomen. Waarom uitgerekend de roos?

De rozen van Heliogabalus (1888) door Lourens Alma-Tadema. Beeld Collection Juan Antonio Pérez Simón, Mexico

De Volkskrant ontleedt de sterrenstatus van die prikkelende bloem. 

In American Beauty, Sam Mendes’ onverwoestbare satire op de Amerikaanse middenklasse, wordt een uitgebluste familieman, Lester Burnham (Kevin Spacey), verliefd op de vriendin van zijn tienerdochter, Angela heet ze (Mena Suvari). Al snel verandert hij in een puber van 42. Hij beëindigt z’n baan, begint weer met joggen en gewichtheffen en direct ook maar met blowen. ’s Nachts, in het echtelijk bed, zijn snurkende vrouw naast hem, fantaseert hij over Angela. Ze stript. Wanneer ze haar cheerleadersjack opentrekt, waait Lester, en ons, een wemeling van rozenblaadjes tegemoet.

Mena Suvari als Angela in American Beauty. Beeld x

Rozen zijn de allemansvrienden onder de bloemen. En dan heb ik het niet over de exemplaren waarvoor je maliënkolders om je handen doet voor het snoeien; het gaat hier om de verbeelde roos, de roos als metafoor. Treft men die roos op tarotkaarten, dan staat ze voor balans. Ziet men haar in een raadzaal: discretie. Op een socialistische vlag: dood aan ’t grootkapitaal! Als heraldiek symbool verwijst ze dan weer naar de huizen van Stark en Lannister, pardon, die van York en Lancaster en naar de Tudors natuurlijk, én, in de doorn-vrije variant (rosa sine spina) naar de Britse koningin Elizabeth I of, belangrijker, de Heilige Maagd Maria, zij die in de hemelen zijt. Haar bekendste connotaties zijn echter amoureus. Een roos kan een symbool zijn voor aanzwellende liefde, zoals in Belle en het Beest, of liefde die afsterft, zoals in diezelfde Disney-film. Maar hoe werd de roos de passiebloem bij uitstek? En waarin verschilde die betekenis van tijd tot tijd?

Still Belle en het Beest. Beeld filmbeeld

Genot en pijn

Rozen spelen een kleine maar belangrijke rol in de tentoonstelling Middeleeuwse tuinen: aardse paradijzen in Oost en West, 1200-1600 in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het is een leuke en ook goed gemaakte expositie, gaat u er vooral naartoe. De tentoonstelling gaat over vier eeuwen tuingeschiedenis, en daarbij draait het zowel om reële tuinen, zoals kruidentuinen en moestuinen, als om de (meestal) geestelijke varianten, zoals de paradijstuin en de liefdestuin. Albertus Magnus gaf in de 13de eeuw al instructies over hoe die laatste, de vividaria, in hun ideale vorm aan te leggen: ‘Te midden van de kruiden en het gras moet in het vierkante gazon een verhoogd stuk gras zijn, met lieflijke bomen erop zodanig gemaakt dat men erop kan zitten, waarop de zintuigen zich kunnen verkwikken [.]… Aangenaam verpozen is wat men zoekt in een lusttuin.’ Deze giardini segreti, schrijft Annemarieke Willemsen, conservator van de expositie, waren uitgelezen plekken voor ontmoetingen tussen onmogelijke geliefden, denk: Tristan en Isolde, of gedroomde, zoals die in de poëzie van de Perzische dichter Hafiz. Er bloeiden rozen.

Zeven liefdesparen in een tuin, uit de Khamsa van Nava’i (1492), van Nizam al-Din Ali-Shir. Beeld RV

Een rode roos vertoont door de oogharen gezien gelijkenissen met het menselijke hart, dat allereerst, en dan is er nog die doornige steel… Rozen kunnen zowel genot als pijn verschaffen, of beter: bij rozen gaat de kans op genot altijd gepaard met de kans op pijn, net als in de liefde zelf. Toegegeven, dat geldt ook voor cactussen. Maar die laten zich dan weer niet in een bosje binden.

Mythe en liefde

De geschiedenis van de roos is als een rozenkrans waarvan we het ene uiteinde vasthebben, maar waarvan het andere is verdwenen in de mist van de geschiedenis…. Zeker is dat de bloem al in de oudheid werd geassocieerd met de godin van de liefde, Venus (merk op dat het Engelse woord voor roos, rose, een anagram is van Eros). De vijf bladeren, zo vertellen de mythes uit die tijd, corresponderen met de vijf punten van de ster Venus en haar Griekse evenknie, Aphrodite, en dat vijftal – en nu betreden we obscuur terrein – staat in de leer van Pythagoras voor het Hieros Gamos, het heilige huwelijk tussen hemel en aarde en daarmee voor verbinding in algemene zin.

De roos zou tegelijk zijn ontstaan met de liefdesgodin zelf. Toen zij oprees uit schuimende golfkoppen, was daar ook die geurige bloem. De 15de-eeuwse kunstenaar Sandro Botticelli maakte er een schilderij van, De Geboorte van Venus (Galleria Uffizi, Florence). Het toont de liefdesgodin op een schelpvormig waveboard te midden van een worp witte rozen, Alba’s voor de kenners, herkenbaar aan de lange kelkbladeren en het grijs-groene loof.

Sandro Botticelli, De Geboorte van Venus (1485). Beeld Uffizi Gallery

Al in de 5de eeuw voor Christus werd dat moment door de Griekse lierdichter Anacreon bezongen:

‘De roos is het parfum van de Goden
De vreugde van de mens
Het siert de gratie van bloesemende liefde
Het is de favoriete bloem van Venus’

Maar al bij die good old Grieken werd de roos geassocieerd met pijn. Wanneer Venus, sneller volwassen geworden dan we voor mogelijk hielden, de onweerstaanbare Adonis probeert te vangen, trapt ze in een doorn, waarna uit haar bloedspoor rode rozen oprijzen. En wanneer diezelfde Adonis even later wordt gedood door een wild zwijn, groeit uit zijn bloed eveneens een rode roos (aan dit verhaal ontleent de in Griekenland bloeiende Adonis aestivum z’n naam). De roos als symbool voor de liefde en de herinnering eraan; ze belichaamt alles wat het hart beweegt.

Illustratie uit Roman de la Rose (1490-1500). Beeld Imageselect

Deze romantische roos maakte een comeback in de hoofse epistels, zoals de Roman de la Rose, (aangevangen door Guillaume de Lorris rond 1230, vervolgd door de rozen-exploitant Thibaut le Chansonnier en vertaald in het Engels door Geoffrey Chaucer), een verhaal in de vorm van een droom. De naamloze hoofdpersoon betreedt daarin een mysterieuze, omheinde tuin met fruitbomen, papegaaien en watertjes en in de weerspiegeling van een van die vijvers ziet hij een rozenstruik. Bliksem, donder: onze hoofdpersoon is op slag verliefd – op een rozenknop. Het geluk duurt niet lang. Vrouwe Jaloezie verschijnt ten tonele (waar komt die opeens vandaan?) en bouwt een burcht om de uitverkoren roos en sluit haar ook nog eens op in een toren, onbereikbaar voor de reikhalzende minnaar, die natuurlijk net geen ladder bij zich heeft et cetera et cetera… Het verhaal is op te vatten als een verzameling metaforen voor onbeantwoorde liefde of als een satire op de waanzin ervan, maar hoe je het ook leest: het deed de boekverluchters uit die tijd opbloeien. Men putte zich uit in bloemrijke illustraties. Daarop zie je een soort middeleeuwse hangjongeren in tuinen met fonteinen en fruitbomen en ook rozenperken. Rond die afbeeldingen treft men weer florale motieven: klavertjes en viooltjes én indrukwekkende dubbele rozen.

Illustratie van de Meester van het gebedenboek van Dresden. Vrouw knielt in de mystieke rozentuin. (1490-1497). Beeld Imageselect

Heiligheid en mystiek 

De belangrijkste onbereikbare vrouw met wie de roos indertijd werd geassocieerd was de Heilige Maagd Maria zelf, rond wie al vanaf 500 AD een mystieke cultus was ontstaan: Maria-mania. Middeleeuwse commentatoren, vertelt schrijver en hovenier Allen Paterson in zijn boek A History of the Fragrant Rose, waren er vlug bij om rozen te gebruiken als metafoor voor het verloren bloed van haar gestorven zoon Jezus, ongeveer zoals auteurs in de oudheid dat hadden gedaan met het bloed van Venus en Adonis. Diezelfde commentatoren zagen in de vijf rozenbladeren een reflectie van de vijf wonden die Christus opliep bij zijn dood aan het kruis.

Door die associatie met de heilige maagd kregen rozen zelf ook een zweem van heiligheid en kreeg de rozentuin de reputatie van een mystieke plek. Die tuinen vond je soms bij kloosters, maar de meeste bestonden enkel in de verbeelding. Ze werden, zoals Paterson schrijft, minder gecultiveerd door tuinmannen dan door schilders en schrijvers.

Door de Vlaming Jan van Eyck, bijvoorbeeld. Op zijn schilderij Madonna bij de fontein uit 1439 uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen staat de maagd in een nachtblauw gewaad op een heraldiek tapijt voor een opstaand bloembed gevuld met rozen. Of door de Duitser Stefan Lochner. Diens Madonna in rozenprieel (uit het Wallraf-Richartz Museum in Keulen) toont Maria met rozenkroon te midden van engelen en voor een trellis met, opnieuw, rozen. Beide madonna’s bevinden zich in een hortus conclusus, een gesloten tuin. Het hek aldaar is een florale kuisheidsgordel: ze symboliseert Maria’s maagdelijkheid. Het symboliseert ook Maria’s nimmer verwelkende schoonheid, doe ons daar ook wat van. Eigenlijk symboliseren die rozen al het goede in de wereld. Daar kun je nu niet meer mee aankomen.

Jan van Eyck, Madonna bij de fontein, 1439. Beeld koninklijk museum voor schone kunsten antwerpen
Stefan Lochner, Madonna im Rosenhag, 1448 Beeld Wallraf-Richartz-Museum

Uitgebloeid

In onze tijd lijkt de roos als symbool uitgebloeid, verwelkt haast. Een dichter die haar gebruikt in een beeldspraak is óf een dilettant óf geniaal. Duikt de roos op in de titel van een liedje dan belooft dat doorgaans weinig goeds (tenzij het een liedje is van Outkast). Anno 2019 betekent de roos weeë jarennegentigknuffelrock à la Jon Bon Jovi of, jawel, Guns N’ Roses.

In de film American Beauty wordt dat cliché slim uitgebuit. In die film staan rozen voor benepenheid en schone schijn. Het zijn rozen die Claire, Lesters hysterisch opgewekte en hyper-materialistische vrouw, met obsessieve toewijding cultiveert in haar voortuin; het is een bosje rode rozen dat stilletjes getuigt van de vreugdeloze tafelconversaties van het gezin Burnham (‘Kun je de asperges doorgeven?’), en de uitbarstingen die erop volgen; het zijn rode rozen, ten slotte, die Lesters begeerte voor Angela belichamen, een begeerte die, als puntje bij paaltje komt, niet wordt geconsumeerd, want: gebaseerd op een wederzijds misverstand. Rozen, zegt American Beauty, zijn oppervlakkig en gevaarlijk. Wanneer Lester (spoiler alert) uiteindelijk door z’n hoofd wordt geschoten, dan tekent de bloedvlek op de muur zich af als een rode roos.

Middeleeuwse tuinen: aardse paradijzen in Oost en West, 1200-1600, Rijksmuseum van Oudheden, t/m 1/9.

Voor dit stuk is gebruik gemaakt van: Allen Paterson, A History of the Fragrant Rose. Little Books Ltd, 2006.

LUSTHOVEN

Ook in de hoofse literatuur uit de middeleeuwen was de roos belangrijk. Vaak gaat het in zulke verhalen over ridders die een jonkvrouw beminnen (een rol waarvoor iedere vrouw in aanmerking komt behalve de eigen echtgenote), wat gepaard gaat met gedoe met vermommingen en clandestiene ontmoetingen. Men treft elkaar in een lusthof. Uiteraard zijn daar rozenstruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden