Schrijvers over Murakami Nina Polak

De romanschrijver kan zich gelukkig tegenstrijdigheden veroorloven

Nina Polak. Beeld Sacha de Boer

Voordat Haruki Murakami romanschrijver van beroep werd, runde hij een jazzbar in de binnenstad van Tokio. Zijn eerste roman, Luister naar de wind (1979), schreef hij met de hand op goedkoop ruitjespapier, aan wankele cafétafeltjes, als het ware tussen het tappen van biertjes door.

Deze, en meer mythologiserende wetenswaardigheden lees je in Romanschrijver van beroep, Murakami’s pas vertaalde bundeling essays over het schrijverschap. De Japanse veelschrijver blikt terug op 35 jaar in het vak en formuleert aan de hand van zijn eigen ontwikkeling zijn mening over dingen als originaliteit, doorzettingsvermogen en het belang, of liever de onzin, van literaire prijzen.

Die mening is, zoals het hoort, niet vrij van tegenstrijdigheden. Van literaire prijzen, bijvoorbeeld, zegt de schrijver dat het hem weinig kan schelen wie ze wint en wie niet, hijzelf incluis. Hij houdt er niet van om op televisie te komen en hij kan in de eerste plaats niet begrijpen waarom mensen zich bezighouden met zoiets onbenulligs als een literaire prijs. Over de meest prestigieuze literaire prijs van Japan, de Akutagawaprijs (waarvoor hij genomineerd werd, maar die hij nooit won), zegt hij: ‘Of ik die prijs nu al dan niet won, is even futiel als een storm, of nee, als een bries in een glas water.’

Tegelijkertijd erkent de schrijver dat de debuutprijs die hij kreeg van een literair tijdschrift zijn ‘toegangsticket’ tot de literatuur is geweest, een doorslaggevende gebeurtenis in zijn leven.

Van zulke tegenstrijdigheden hangt het hele boek aan elkaar, vooral waar het gaat over Murakami’s relatie tot zijn critici. Hij draagt met nadruk een filosofie uit van eigenzinnigheid en lichte rebellie (die je soms het idee geeft dat je op een feestje naar de obligate levenslessen van een oude hippie zit te luisteren): ‘Laten we voor alles in ons eigen ‘echte gevoel’ geloven. Wat onze omgeving ook moge zeggen, het doet er niet toe. Zowel voor de schrijver als voor de lezer is er geen betere maatstaf dan het ‘echte gevoel’.’

Maar hoe hard je ook roept dat je het niet kan schelen wat de kritiek ervan vindt, de gretige onbarmhartigheid van de pers kan je moeilijk helemaal koud laten. Zijn vermoeidheid over de aanhoudende kritiek op zijn werk in eigen land noemt Murakami dan ook als een van de redenen dat hij halverwege de jaren tachtig naar de Verenigde Staten verhuist, waar hij opnieuw een beginner is.

Je kunt het hem niet kwalijk nemen, zulke inconsequenties. De innerlijke strijd tussen autonomie enerzijds, en behoefte aan erkenning anderzijds hoort onlosmakelijk bij schrijver zijn. Al maakt het rebellie-ideaal van Murakami wel een wat stoffige indruk. Hij lijkt het vooral te ontlenen aan een collectie oude mannen-helden: Ernest Hemingway, Thelonious Monk, The Beatles, J.D. Salinger en meer zwaar gecanoniseerde dwarsdenkers. Het laat weer eens zien dat zelfs als het over rebellie gaat, conformisme altijd op de loer ligt.

Het is een minder geijkt idee onder kunstenaars dat je op dat stressvolle spanningsveld van eigengereidheid en erbij willen horen, goed voor jezelf moet zorgen om overeind te blijven en een krachtige wil te houden. Vroeg opstaan, dagelijks hardlopen en sla eten, zo geeft Murakami toe, steken hard af tegen de mythe van het zuipende, vrouwenverslindende schrijfbeest (ik neem aan dat hij alweer Hemingway in zijn hoofd heeft). Maar hij kan niet zonder (die sla dus). Een schrijver heeft bovenal doorzettingsvermogen nodig, vindt Murakami, en op de vraag wat je moet doen om dat te verkrijgen heeft hij maar één antwoord: ‘een fysieke basisconditie kweken. Robuuste, duurzame fysieke kracht verwerven. Je eigen lichaam tot bondgenoot maken.’ Want als je lichaamskracht afneemt, zo luidt de hypothese, zal ook je denkvermogen verzwakken.

Nu zijn romanschrijvers sowieso niet de grootste denkers, volgens Murakami – ze zijn traag van begrip en niet al te scherpzinnig – maar een fitte geest hebben ze blijkbaar wel nodig. De interessante implicatie van deze gezondheidsfilosofie vind ik dat ‘denken’ daarin dus ook als een lichamelijke functie wordt voorgesteld. Het cartesiaanse dualisme waarop het archetype van het fysiek aftakelende genie gebaseerd is, wordt daarmee ondermijnd. Daarmee overtuigt hij me er overigens niet van om mee te doen aan de gezondheidsdictatuur en dagelijks een uur te gaan rennen, maar dat is misschien mijn oude-mannen-rebellie. De romanschrijver – niet scherpzinnig genoeg om een eenduidig oordeel te vellen – kan zich gelukkig tegenstrijdigheden veroorloven.

Nina Polak is auteur en schrijft voor De Correspondent. Vorig jaar verscheen haar tweede roman Gebrek is een groot woord (uitgeverij Prometheus). Afgelopen donderdag kreeg zij hiervoor  de BNG Bank Literatuurprijs toegekend.

Nederlandse schrijvers over Murakami’s nieuwe boek
Lees ook wat Pieter WaterdrinkerAnna Woltz en Connie Palmen als schrijvers van het boek van Murakami vonden.

Een kijkje in de innerlijke chaos geeft Murakami ons niet (drie sterren)
In Romanschrijver van beroep is Murakami even alledaags als zijn hoofdpersonen. Nuchter er relativerend schrijft hij over zijn werk. Maar waar is de jongen die Kraai wordt genoemd? Lees de recensie van Ype de Boer hier.

De boekenredactie
Op allerlei manieren over boeken schrijven, daar is de boekenredactie van de Volkskrant de hele dag mee bezig. Maar hoe kiezen zij welke boeken uit het enorme aanbod worden behandeld, en hoe bepaal je wat goed en slecht is? Boekenchef Wilma de Rek: ‘Een roman is goed als je erin wilt blijven wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.