De rol van het Westen is uitgespeeld. Althans, dat denkt journalist Robert Kaplan

Na decennia van dominantie zal de westerse wereld van het toneel verdwijnen. Althans, dat betoogt Robert Kaplan in een reeks provocatieve essays.

Robert D. Kaplan. De terugkeer van de wereld van Marco Polo − Oorlog, strategie en de westerse belangen in de 21e eeuw. 
Uit het Engels vertaald door Margreet de Boer. 
Spectrum; 392 pagina’s;  24,99. 

Beeld rv

De belangrijkste verdienste van het nieuwe boek van Robert Kaplan is het door hem gekozen perspectief. De Amerikaanse auteur, journalist en oud-beleidsadviseur vraagt zijn Europese lezers voortaan naar hun eigen continent te kijken als een bescheiden onderdeel van Eurazië. Op deze enorme landmassa gaat ons deel van de wereld niet meer dan een kleine rol spelen.

Teruggrijpend op de voorgaande eeuwen dicht Kaplan vooral China, Rusland, Turkije en Iran hoofdrollen toe. De westerse beschaving is daarentegen bezig in Eurazië te ‘ontbinden’, ons liberalisme gaat ‘oplossen’ in ‘interessante culturele combinaties’. Drijvende krachten achter die trend zijn de mondialisering, technologische ontwikkeling en de geopolitiek. De eerste twee maken de wereld kleiner, waardoor tot voor kort ver verwijderde culturen meer invloed op ons gaan uitoefenen. De derde factor werkt ronduit in Europees nadeel.

Op geopolitiek vlak ziet Kaplan een afnemende invloed van de leidende westerse macht, de Verenigde Staten, mede vanwege de geografische afstand tot Eurazië. Zeker nu de VS opgescheept zitten met een president die van onvoorspelbaarheid zijn handelsmerk heeft gemaakt, ziet hij het met de mondiale Amerikaanse reputatie rap bergafwaarts gaan. China zal profiteren, vooral in Azië, de regio waar het in de wereld steeds meer om zal draaien. Illustratief voor Kaplans perspectief is wat hij benoemt tot ‘het geopolitieke middelpunt van de hedendaagse wereld’: het gebied van het Midden-Oosten tot aan Centraal-Azië en China; en van de Perzische Golf tot aan de Zuid-Chinese Zee. Geen Europa in beeld, hooguit aan de periferie. Na decennia van dominantie van het wereldtoneel gaat de westerse wereld plaatsmaken voor anderen.

Die voorspelling doet Kaplan niet met vreugde, zoals bijvoorbeeld de Aziatische academicus Kishore Mahbubani; die hamert al een jaar of tien vol leedvermaak op dit aambeeld. Kaplan komt daarentegen tot zijn conclusie op basis van een koele analyse. De voormalige correspondent voor The Atlantic afficheert zichzelf als behorend tot de ‘realisten’ onder de beschouwers van buitenlandse politiek. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger is hun voorman. Hun kenmerk: een grote liefde voor feiten, omdat die onaangename waarheden aan het licht kunnen brengen.

Dat leidt tot dwarse, prikkelende standpunten.

Boekenweek illustraties def Beeld Olivier Heiligers

Zo koestert Kaplan grote bedenkingen tegen de stelling dat economische ontwikkeling als vanzelf goed is voor vrede. De naoorlogse, door het Westen gedomineerde wereldorde is op die aanname gegrondvest. Het is de raison d’être van de Europese Unie: meer welvaart en economische verbondenheid maken de prijs van oorlog zo hoog dat vrede verzekerd is, zo was en is de redenering.

Maar Kaplan wijst op een ander, minder aangenaam mechanisme. Meer ontwikkeling, betere infrastructuur en bijvoorbeeld beter onderwijs hebben maar al te vaak tot meer onrust geleid. Nieuwe wegen kunnen worden gebruikt om met tanks buurlanden binnen te vallen. En beter onderwijs leidt tot rebellerende ‘middengroepen die niet zo gelaten zijn als armen op het platteland’. Om die onrust te temmen willen leiders nog weleens kiezen voor een buitenlands avontuur in de vorm van oorlog. Vandaar dat meer ontwikkeling niet de vanzelfsprekende motor van vrede is waarvoor velen haar wensen te houden.

Kaplan illustreert zijn visie met grote kennis van zaken, waarbij hij zich behendig door tijdperken en regio’s beweegt. Samen met zijn provocaties maakt dat deze essays zeer lezenswaardig. Wel moet de lezer nogal wat herhalingen van standpunten verdragen, omdat de afzonderlijke stukken niet op elkaar zijn afgestemd. Ook krijgt Europa te weinig aandacht en komt de invloed van Trump maar mondjesmaat aan bod.

Kaplan verafschuwt hem ten diepste, want Trump is allesbehalve een realist. Zie zijn gebrek aan liefde voor feiten, maar zie vooral ook, zo betoogt Kaplan, Trumps ontbrekende ‘gevoel voor tragiek’. De ware realist is daarvan doordrongen, omdat hij weet heeft van de geschiedenis. Dat gevoel maant tot voorzichtigheid. Ook baseert een realist zijn beslissingen bij voorkeur op grondige kennis − niet bepaald een kenmerk van Trump.

Kaplans langetermijnvoorspellingen, geponeerd met het aplomb waarop Amerikanen patent hebben, moeten met de nodige korrels zout worden genomen. De auteur zelf weet dat als geen ander. Niemand voorzag in 1900 de Eerste Wereldoorlog, niemand voorzag aan het einde van die oorlog de Tweede, zo betoogt hij graag. Voor de door hem voorspelde verdwijning van Europa geldt die kanttekening evenzeer. Het is zeker geen wetmatigheid, zoals Kaplan wel suggereert. Zijn harde oordeel over Europa in deze gebundelde stukken velde Kaplan vooral in 2015 en 2016, toen Europa onderuit leek te gaan door een combinatie van opkomend populisme en een onbeheersbare vluchtelingencrisis. Beide bedreigingen zijn inmiddels geluwd, al weet niemand hoelang dat zo blijft.

Ook bij de opmars van China zijn serieuze kanttekeningen te plaatsen. Geopolitiek lijkt het land de wind mee te hebben, nu het met Xi beschikt over een sterke man die een veel duidelijker strategie heeft dan zijn zwalkende Amerikaanse tegenvoeter. Toch is de fundamentele stabiliteit van China veel wankeler dan die van de VS of de EU, weet ook Kaplan. Terecht noemt hij de Oeigoeren ‘een bom onder het tapijt van de Chinese staat’. Ook andere minderheden (Binnen-Mongolen, Tibetanen) kunnen onrustig worden. Daar hangt niets minder dan ‘het lot van de Chinese staat’ van af, schrijft hij, ‘zeker als de aan de horizon opdoemende grote economische en politieke problemen zich daadwerkelijk gaan voordoen’. Kortom, ook Kaplan heeft de wijsheid niet in pacht, al beschikt hij over indrukwekkend veel kennis. Aan de lezer valt het geluk toe zijn eigen oordelen te scherpen aan de provocaties van deze eigenzinnige waarnemer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden