POSTUUM

De rock-'n-roll van Peter Pontiac

Dinsdagavond overleed op 63-jarige leeftijd striptekenaar Peter Pontiac. Een postuum van dé underground stripartiest. Daarnaast schreef Joost Pollmann, Volkskrant-stripmedewerker, een persoonlijke herinnering aan zijn broer en vertellen de liefhebbers over het werk van de tekenaar.

Beeld Adrie Mouthaan

Tekenaar Peter Pontiac (Beverwijk, 1951) gebruikte elke vierkante millimeter van zijn tekenvel. Als er iets is dat zijn stijl als underground-tekenaar typeert, is het de rijkheid, de overdaad aan details die bijna uit het tekenkader lijken te barsten. Het is ook angst voor het witte papier, de horror vacui, zei hij er zelf over. Of misschien was het onzekerheid, alsof hij bang was dat hij de wereld niet genoeg te vertellen had. Dat had hij wel. Pontiac is de meest oorspronkelijke rock-'n-roll-stripartiest die Nederland heeft voortgebracht.

Als ik de pen oppak, heeft hij gezegd, voelt het alsof ik een gitaar omhang. Pontiac - pseudoniem voor Peter Pollmann - kreeg zijn eerste bekendheid als ontwerper met bootleghoezen voor de Rolling Stones en Bob Dylan in de jaren zestig. Hij was bij de geboorte van 'cosmisch ontspanningscentrum' Paradiso in 1968, tekende voor het cultblad Hitweek van Willem de Ridder, leefde in een commune en verloor zichzelf aan de drugs. 'Daar ben ik echt de kluts van kwijtgeraakt. Ik zag krokodillen in de gracht zwemmen.'

Bij die hippietijd hoorde een grote argwaan tegen het geld en de gevestigde politieke orde. Die is altijd gebleven. Pontiac heeft de drugs afgezworen toen hij vader werd, maar zijn verzet tegen het establishment is fier overeind gebleven. Toen hij in 2011 de Marten Toonderprijs leek te krijgen uit handen van VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra, zei hij: 'Ik ging alleen akkoord als ik mijn handen vooraf met poep mocht insmeren.'

Klaas Knol (Stripwinkel Lambiek)

‘Pontiac was de godfather van de underground. Maar ook een erg zachtaardige man. Hij had een heel zachte stem, als hij moest spreken voor een publiek moest de microfoon altijd ­harder worden gezet.

‘Peter was het geweten van de Nederlandse stripwereld. Zijn maatschappelijke illustraties waren niet cynisch, maar wel heel scherpzinnig: iets wat niet voorhanden lag, kon hij laten zien in één tekening. Zo heeft hij een keer voor een project tegen racisme een hand getekend met vier vingers die tegen de duim zeiden dat hij er niet bij mocht. Hij vond het zelf een logische ­tekening, maar ik dacht: ‘wat ben jij geniaal’.

Seks, drugs, rock 'n' roll is het cliché dat aan het oeuvre van Pontiac kleeft. En zoals bij de meeste clichés, klopt het aardig. Het zit allemaal in zijn vroege werk uit de jaren zeventig, dat in kleine stripbladen als Tante Leny presenteert! en Gummi werd gepubliceerd. Zwartgallig werk van een groot grafisch talent.

De wanhoop, geilheid en het trippen: het was allemaal ongespeeld: veel van zijn tekeningen zijn onbarmhartig zelfonderzoek. Zijn boosheid over het kapitaal, zijn gevecht tegen de deadline, zijn drugsgebruik, het zit er allemaal in: '27 September: een grijze dag en nog niets voor de middenpagina gedaan - 1 oktober moet ik klaar zijn en eigenlijk ben ik te moe en te spaced om iets concreets te doen, dus lieve lezer, hier komen dan wat plaatjes uit mijn warrige decadente koortsige hersens ?!#HA*.' Tante Leny presenteert!, 1975.

Die echtheid combineerde hij met een god gegeven pennenstreek. Pontiac had op zijn jongenskamer zichzelf alles geleerd. Hij had weinig nodig. Met een Rotring of gewoon een balpen kon hij een complete wereld afleveren. Hij kon alles uitdrukken in zwart-wit met een rijk reservoir aan stippels, arceringen en zorgvuldig getekende tekstkaders. 'De balpen is zo'n fijn gehoorzaam medium.' Hij maakte ook boekomslagen, tekende portretten van zijn favoriete muziekhelden voor het blad Muziek Express en maakte logo's voor muziekblad Oor.

Joost Swarte over Peter Pontiac

'Peter Pontiac was geïnspireerd door de tekenaars die werkten voor bladen als de Noten kraker, die heel gedetailleerde politieke statements maakten. Ik heb altijd erg gewaardeerd dat Peter zijn verantwoordelijkheid als auteur voelde. Hij maakte wat voor hem belangrijk was, van tekeningen over de punkbeweging tot kinderboekjes. Je kon hem moeilijk een richting opsturen die anders was dan wat hij zelf voelde. Alle tekeningen bevatten een duidelijke boodschap. Wat hij vond, stak hij niet onder stoelen of banken, maar zette hij op papier. Peter was een natuurtalent. Als hij mensen tekende, hadden ze meteen de juiste volumes. En hij leerde het zichzelf allemaal aan zonder opleiding.'

Verteller en tekenaar

Hij was duidelijk geïnspireerd door de Amerikaanse undergroundartiest Robert Crumb. De man van Fritz the Cat, Dat psychedelische, inktzwarte, drukke en gruizige, dat zit ook allemaal in de stijl van Pontiac. Veel zelfkant, seks, geen heldendom en vaak - zeker in het vroege werk - een dosis meligheid.

Maar wie daar doorheen kijkt, ziet twee grote talenten. Hij kan niet alleen tekenen, maar is ook een uitstekend verteller. Dat zie je al in het vroege stripwerk, zoals The Amsterdam Heroïne Connection (1977). Of Frankie Lee in Quo Vadis (1978), dat leest ook nog eens als een serie filmshots, met zorgvuldig gekozen afwisseling van in- en uitzoomen.

Tekst werd later in zijn leven belangrijker, dat wordt zichtbaar in zijn belangrijkste boek Kraut, 2001. Hier vallen zijn tekst- en tekentalenten volledig samen met een persoonlijke zoektocht naar de motieven van zijn NSB-vader, Joop Pollmann. Die was een fanatiek aanhanger van de nationaal-socialisten. Vader had in een strafkamp gezeten en verdiende later de kost als journalist bij het schandaalblad Story. Op een dag in 1978 verdween hij. Zijn auto werd op een strand in Curaçao gevonden, het lichaam van de vader is nooit geborgen.

Joost Nijssen (Directeur Podium)

‘Het wordt nu heel spannend om te kijken hoe ver Peter is gekomen met zijn graphic novel over de dood, Styx. Hij is er al aan begonnen voordat hij ziek werd en gaandeweg is de dreiging van de dood uit z’n eigen leven vermengd geraakt met wat hij er in Styx over wilde zeggen.

‘Het klopt daarom ook om de novel uit te geven als deze nog niet af is, juist omdat de dood het onderwerp van het boek is. Sowieso wilde Peter dat het uitgegeven zou worden, óók als hij het niet zou redden. Op een gegeven moment is hij daarom in zwart-wit gaan tekenen, wat minder tijd kostte. Alles om de cirkel van het verhaal rond te krijgen. Als het ergste verdriet voorbij is, gaan we aan de publicatie werken.’

Kraut is een huiveringwekkende graphic novel (literaire beeldroman), in de vorm van een lange brief aan zijn vader, van wie het altijd onduidelijk is geweest of hij zelfmoord heeft gepleegd. 'Misschien omdat ik hoopte dat hij het zou lezen', heeft hij gezegd.

Pontiacs gezondheid was al lange tijd slecht door een chronische leveraandoening. Hij dook onlangs op om fondsen te zoeken voor een boek over de dood. Dat lijkt morbide, maar dat was wel Pontiac. Die tekende over wat hij meemaakte en maakte mee wat hij tekende.

Meer dan een virtuoos

Barst '51: ik kan me vergissen, maar volgens mij heette zo de tentoonstelling die mijn broer Peter Pollmann alias Pontiac in onze kelder thuis had georganiseerd, samen met kunstbroeder Raymond Spierings. Tekeningen, geprikt aan muren waarop schimmel zat. Zij waren toen tieners en ik een knulletje van 9 of zoiets; het was de eerste expositie van 'hedendaagse kunst' in mijn leven en Peter was sowieso de eerste kunstenaar die ik van dichtbij heb mogen bewonderen.

Afgelopen zomer, in het Friese dorpje Boer, hebben we samen de tekeningen bekeken die hij nog had kunnen maken voor zijn Unvoll­endete, het stripboek over de Dood in het algemeen en die van hemzelf in het bijzonder: Styx, of de Zesplankenkoorts. Er zat vooral veel humor in, wat toch opmerkelijk is voor iemand die het achteloze begrip deadline niet meer kon gebruiken zonder erbij te grimlachen.

In de halve eeuw tussen Barst en Styx heeft Peter een oeuvre bij elkaar getekend waar steevast, en wat gemakzuchtig, het stempel 'Underground' op wordt gezet. Hij is eind jaren zestig inderdaad opgebloeid in de schaduw van Robert Crumb en heeft het nodige getekend over seks en drugs, maar zijn werk bevat gelukkig heel wat meer thema's dan die puberale twee.

Welt­schmerz was een woord dat goed bij hem paste en dat zich in zijn werk uitte als ­hevige argwaan jegens de hypocrisie van het politieke bedrijf en als melancholie over het leven überhaupt: het is bepaald niet toevallig dat nog dit jaar zijn verzameld werk gaat ­verschijnen onder de titel Blues.

Het ironische is dat Peter over zijn tekenkundige vaardigheden altijd on­zeker is gebleven en dat compenseerde met grafische hoogstandjes, terwijl hij tegelijkertijd probeerde méér te zijn dan virtuoos, want een kunstenaar - vond hij - moet ook iets over de wereld en het leven willen zeggen.

Me dunkt dat hij daarin geslaagd is. Als ik mag zeggen wat ik altijd heb beschouwd als zijn allermooiste werk, dan zeg ik: Mean Muse Blues uit 1976, een wederom onvoltooide strip over een tekenaar die aan zijn werktafel zit en peinst: 'Dit keer moet ik mijn meesterwerk maken - iets dat er echt toe doet... bijvoorbeeld over wat ik zou doen als ik doodging!'

Joost Pollmann
Stripmedewerker de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden