De revolutieverzamelaar

De stem uit de bierkelder

Maria Paderewski, de echtgenote van Ignacy Paderewski, gevierd klavierleeuw en kortstondig politiek kopstuk van het in 1919 herrezen Polen, had een curieuze hobby.

Bezoekers die de staatsman wensten te spreken, werden door de First Lady persoonlijk op slijtplekken en andere onvolkomenheden in de kleding geïnspecteerd. Het waren arme tijden, de Eerste Wereldoorlog had ook in Polen flink huisgehouden, en zo droeg Maria Paderewski haar steentje bij aan de wederopbouw van het land.

Bij een audiëntie in november 1919 dient ook de Nederlandse journalist George Nypels zijn jas af te staan. Tijdens het interview met de premier, dat aangenaam verloopt maar weinig nieuwswaardigs oplevert, zet mevrouw Paderewski met vaardige vingers een knoop aan de 'gevoerde demi-saison' van de buitenlandse gast, die nog zit bij te komen van de overkomst uit Berlijn: 28 uur in een trein met kapotte ramen, door een landschap 'vol sneeuw en oorlogsverwoesting'.

Wie was George Nypels? Een begrip in de Nederlandse dagbladpers, een pionier van het heet van de naald geschreven frontbericht, een avonturier met een scherpe blik en een geslepen pen, die in de periode tussen de wereldoorlogen furore maakte als 'reiscorrespondent' van het Algemeen Handelsblad, de liberale Amsterdamse krant die in 1970 opging in de fusie met de Nieuwe Rotterdamse Courant.

Net als zijn Duitse collega en leeftijdgenoot Egon Erwin Kisch, de uitvinder van het begrip 'razende reporter', was de Maastrichtenaar George Nypels (1885-1977) een van de voormannen van de literaire reportage. Maar terwijl Kisch ook in Nederland nog wordt gelezen en herdrukt, verdween Nypels - naar wie op zijn minst een prestigieuze journalistieke onderscheiding genoemd had moeten worden - al tijdens zijn leven in de vergetelheid.

Daar zit iets raadselachtigs en onrechtvaardigs in, aangezien de reportages waarmee Nypels de concurrentie in het interbellum achter zich liet ook vandaag nog onverminderd door hun stijl en inhoud imponeren. Dat valt althans op te maken uit de goed gekozen citaten in de onlangs verschenen hommage De revolutieverzamelaar, waarin leven en werk van George Nypels met veel enthousiasme door de journalist Henk van Renssen worden opgerakeld.

De auteur heeft een ongebruikelijke, maar overtuigende vorm gevonden om zijn verhaal te vertellen. Een persoonlijk verslag van de speurtocht naar Nypels' journalistieke nalatenschap (gevolg van een toevallige vondst in een antiquariaat, die zijn nieuwsgierigheid prikkelde) verweeft hij behendig met historische en biografische feiten en een chronologie van Nypels' voor het Algemeen Handelsblad gemaakte reportages, die deels in Van Renssens eigen woorden, deels in rechtstreekse, in moderne spelling overgezette citaten worden gereconstrueerd.

Die reportages beginnen in december 1918 in Berlijn, waar Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg zojuist de revolutie hebben uitgeroepen, en voeren vervolgens in hoog tempo langs de voornaamste brandhaarden in het braakliggende Europa van vlak na de Eerste Wereldoorlog; waar oproer was, dook George Nypels op - de term 'revolutieverzamelaar' is van hem zelf.

Om een indruk te geven van zijn werktempo: in februari 1919 is hij 'op zoek naar revoluties' in Brunswijk, Wenen en Ljubljana, in maart reist hij door naar Boedapest, in april verkent hij de bierkelders van München, in juni trekt hij door Opper-Silezië en Polen, van juli tot september peilt hij de stemming in Oostenrijk en Italië, om de laatste maanden van het jaar te besluiten met een huzarenstuk: na een tocht vol ontberingen dringt hij als een van eerste vertegenwoordigers van de 'bourgeois' pers door in de jonge, grondig afgegrendelde Sovjet-Unie.

Verkleumd, uitgeput en ziek keert hij in januari 1920 terug in Amsterdam, waar hij meteen de eerste aflevering van zijn 23-delige feuilleton 'Onder de bolsjewiki' publiceert.

Nypels was met goede papieren in het vak gestapt. Als leergierige zoon van een welge

stelde Maastrichtse ondernemer ontdekt hij al vroeg het plezier van het rondneuzen in den vreemde en leert hij spelenderwijs de continentale do's en don'ts kennen. Hij is even nieuwsgierig als sceptisch, niet bang uitgevallen, en lijkt voor het geluk geboren: gesprekken met kopstukken als Benito Mussolini en Béla Kun krijgt hij zo ongeveer in zijn schoot geworpen. En ondanks de grimmige gebeurtenissen waar hij gedetailleerd verslag van doet, verraden zijn goedgehumeurde observaties hoezeer hij ervan geniet om met zijn neus boven op de geschiedenis te zitten.

Als hij in 1923 in München Adolf Hitlers eerste demonstraties van volksmennerij meemaakt, beschrijft Nypels hem haast vertederd: 'Een spits, smal gezicht, waarin een paar guitige kleine oogjes en een geestige spitse neus boven een heel klein half tandenborstelsnorretje.'

Dat 'de Beierse Mussolini' echter geen grap is, is hem duidelijk: 'Al wie zijn antisemitisme, zijn nationaal-socialisme, zijn economische theorieën enz. verfoeit of veroordeelt, moge er rekening mee houden dat deze jonge kerel een woordentovenaar en een massapsycholoog van heel bijzondere kwaliteit is, en dat dergelijke mensen met de massa's meer kunnen doen dan alle dikke boeken schrijvende of wetenschappelijke politici samen. (...) Ik heb Hitler onlangs gehoord. Drie volle uren lang heb ik hem dingen horen vertellen waarvan slechts een zéér klein percentage me sympathiek was. En toch heb ik me geen ogenblik verveeld (...) en zelden heb ik een duizendhoofdige menigte zo aan de lippen van een redenaar zien hangen, zo prachtig zien reageren, precies zoals het mannetje op het toneel zulks wenste.'

Een decennium later maakt Nypels in zijn nieuwe standplaats Wenen van dichtbij mee wat 'het mannetje op het toneel' nog meer in petto heeft. Na een conflict met hoofdredacteur A. Heldring, die meer gezellige stukjes over het Weense uitgaansleven en minder kritische berichten over de nazi-terreur wil, pakt Nypels begin 1938 zijn biezen. Hij wijkt uit naar Praag en wordt onder Duitse druk als 'Greuelpropagandist und Kriegshetzer Nummer eins' op een zijspoor gezet in Tunis, om begin jaren veertig in Brussel te belanden.

Daar raakt Nypels verwikkeld in een onontwarbare verzetsaffaire, waarvoor W.F. Hermans het scenario geschreven had kunnen hebben. Hij wordt gearresteerd en op transport naar het concentratiekamp Neuengamme gezet, maar dezelfde dag nog bereiken de geallieerden Brussel en Nypels komt met de schrik vrij. In een bizarre kronkel van het lot wordt hij later om dezelfde affaire door een militair tribunaal in België bij verstek tot een hoge boete en vijf jaar gevangenschap veroordeeld.

Die klap komt George Nypels niet meer te boven. Hij trekt zich terug in Maastricht, verdiept zich in zijn collectie erotica en werkt aan zijn memoires, Grepen uit mijn journalistieke herinneringen¿ een onvoltooid manuscript dat zijn biograaf wegens de verbitterde toon als 'vrijwel onleesbaar' terzijde heeft gelegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.