De republiek

Knip- en-plakwerk in een niettemin authentieke, academische roman

'Wat is het toch heerlijk om een intellectueel te zijn! ... dat ja ook nee betekende, wit ook zwart, hier ook elders, het leven ook fictie.' Aldus jubelt Friso de Vos, ik-verteller in Joost de Vries' tweede roman De republiek. Hij is redacteur van een academisch tijdschrift voor alles wat met Hitler te maken heeft.

Toch is de werkelijkheid soms pijnlijk eenduidig. Een dodelijk ongeval treft Friso's goede vriend en inspirator Josip Legilimens Brik, een op de Sloveense filosoof Slavoj Žižek gelijkende zwaarlijvige professor met een 'slisssch', 'Yesch!' - een accent dat 'in theorie geen bestaansrecht' heeft, maar in het echt staan dingen nu eenmaal altijd op de verkeerde plek. Brik richt zich in zijn studies niet op de feiten, maar op verhalen over de oorlog en verbeeldingen van Hitler.

Dankzij een ongelukkig gestemd lot (bij De Vries is toeval geen toeval) kan Friso niet bij de herdenking van Brik in New York zijn. Wel aanwezig is Philip de Vries, een student van Brik en - lang, blond en knap - evenbeeld van Friso. Hun beider vriendschap met Brik maakt hen rivalen. Friso zal op listige wijze van deze vijand profiteren.

Nog meer namenspel: Josip Brik verwijst naar Osip Brik, een vooroorlogse Russische criticus met futuristische opvattingen. De Vries (niet Philip, maar de auteur) voert ook een Nina Barth op, knipogend naar de Franse literatuurwetenschapper Roland Barthes.

De Vries kent niet alleen zijn klassiekers, hij weet meer. En dat lijkt zijn probleem. Vernieuwing is onmogelijk geworden: alles is al gedaan, wat serieus bedoeld is, wordt kitsch. Zelfs een poging om oorlogsslachtoffers uit het verleden te eren - een tatoeage van een kampnummer - wordt gretig ingezet als shockeffect.

'Wij worden oud geboren ... met de last van al die geschiedenis om onze nek.' Hoe creëer je nog iets van waarde en belang? In plaats van die bestaande wereld uit de weg te gaan, is De Vries er vol voor gegaan, op overdreven wijze. Zo zijn er scènes waarvan je je afvraagt of je die niet al elders hebt gelezen. In plaats van bekende beelden en historische figuren te maskeren, gebruikt hij ze juist allemaal. 'Het ene bedrog heft het andere op - is dat het?', vraagt Friso nadat hij is vreemdgegaan. Het bedrog dat De Vries uitvoert met andermans fictie lijkt Plato's bezwaar tegen de kunst in zijn ideale republiek - het gevaar van kunst als dubbele verbeelding die ons van de waarheid vandaan houdt - te weerleggen. Want het resultaat is, paradoxaal genoeg, authentiek. Al levert Brik kritiek: 'Die literaire verwijzingen lijken misschien belezen, maar suggereren ze ook niet een gebrek aan originaliteit?'

Nee, De republiek is een openlijk 'knip-en-plakwerk' dat voortdurend verwijst en herkenning oproept, maar tegelijk vernieuwend is: de combinatie en het elegante stikwerk zijn van Joost de Vries.

Soms vliegt hij uit de bocht: dan is het 'klokslag elf uur' of springt een deur 'ijverig' open. Dan raakt hij de balans kwijt tussen zijn soms haast archaïsche stijl en de 'hedendaagse' verwijzingen naar Facebook en Kanye West. Vaker gaat het wel goed: Brik met 'zweetplekken die als schotwonden onder zijn oksels opbloeiden', een 'bed dat zo strak en rigide is opgemaakt dat het leek alsof ze het bed wilde straffen voor het feit dat het zacht was.' Soms gaat De Vries te ver, met nóg een 'alsof'-vergelijking. Maar ach, waarom eigenlijk? Te ver volgens welk criterium? Brik creëerde een eigen vakgroep waarin niets te overdreven is, en even kunstig en overtuigd schept De Vries een 'wereld in een wereld', waarin hij de wetten bepaalt. Hij mag het weten, Yesch!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.