RecensieDe boekhandel van de wereld

De Republiek was een natie die werd geregeerd door papier, blijkt uit dit fascinerende boek ★★★★★

Beeld Olivier Heiligers

Het succes van Nederland in de 17de eeuw is te danken aan een ongelooflijke hoeveelheid drukwerk. Dat betogen Andrew Pettegree en Arthur der Weduwen in hun fascinerende boek. 

Toen stadhouder Willem III op 11 november 1688 vanuit Hellevoetsluis met een oorlogsvloot uitvoer om de Britse kroon op te gaan eisen, werden er niet alleen gigantische hoeveelheden munitie in de schepen geladen. De zeelui hesen ook een complete drukpers met een voorraad loden letters en onbedrukt papier aan boord. Bovendien waren er in het grootste geheim al 50 duizend exemplaren gedrukt van The Declaration of His Highnes(s) William Henry, die gingen ook het ruim in. De verklaring gaat over ‘the Reasons inducing him to appear in Armes in the Kingdom of England, for Preserving of the Protestant Religion, and for Restoring the Laws and Liberties’. De drukpers ging mee om Willem III in staat te stellen razendsnel proclamaties te laten drukken voor de Britse bevolking. Die ­ingescheepte houten drukpers gebruiken ­Andrew Pettegree en Arthur der Weduwen als voorbeeld van het belang van het gedrukte woord in hun fascinerende boek over drukwerk in de 17de eeuw.

Je zou denken dat er over de ‘Gouden Eeuw’ nauwelijks meer een nieuwe zienswijze te berde te brengen zou zijn. We weten toch alles al over de schilderkunst, de literatuur, het ­toneel, de bouwmeesters en vooral de zelfverworven rijkdom en de lust tot het demonstreren ervan. De Tachtigjarige Oorlog kennen we, met de creatie van een republiek die na enige tijd toch op een koninkrijk ging lijken, en de voortdurende aanvaringen tussen patriciaat, raadpensionarissen, stadhouder en de Raad van State. De Engelse historicus Andrew Pettegree en zijn jonge collega Arthur der Weduwen, beiden werkzaam aan de universiteit van St. Andrews en gespecialiseerd in de boekdrukkunst, geven een klinkklaar bewijs dat er nog nieuwe invalshoeken te construeren zijn. Van hen komt de cruciale zin ‘De Republiek was werkelijk een natie die werd geregeerd door papier’. Het succes van de 17de eeuw ligt voor hen niet in de schilderkunst, de VOC of de handelsmentaliteit, maar in de ongelooflijke concentratie van drukwerk in die tijd. 

Schoolboekjes en pamfletten

Zo dichtbevolkt als Nederland was in het ­Europa van die tijd, zo dichtbepapierd was het ook. Om dat hard te kunnen maken hebben de twee boekhistorici naar drukwerk gezocht dat de tand des tijds minder goed doorstaat dan de befaamde atlassen van Blaeu of Galilei’s in Italië verboden Discorsi, dat bij Elsevier gedrukt werd. Het gaat hun om veelgebruikte schoolboekjes, aangeplakte verordeningen, medische zelfhulpboeken, gebedenbundels, kranten en vooral ook pamfletten. Wat veel gebruikt wordt, wordt weinig bewaard en komt vaak niet in bibliotheken of archieven terecht. 

Pettegree en Der Weduwen ontdekten dat veel van wat in Nederland verdwenen is, wel nog in buitenlandse archieven opgeborgen ligt. Dat is voor hen meteen een bewijs voor de enorme importantie van Nederland voor Europa in de 17de eeuw: buitenlandse vorsten en diplomaten verzamelden en bewaarden niet alleen pamfletten en proclamaties, maar ook Nederlandse kranten. In Nederland werden de kranten na lezing gebruikt om vis in te verpakken of als toiletpapier. Schoolboekjes versleten, proclamaties werden overgeplakt, pamfletten werden vervangen door nieuwe. Pettegree en Der Weduwen pakten het onderzoek naar de bulk aan drukwerk anders aan dan gebruikelijk. Ze zochten via advertenties, veilingen en beschrijvingen van verzamelingen naar wat uitkwam en gingen daarnaar op zoek in binnen- en vooral buitenland. In ­Dublin troffen ze een collectie van zesduizend Nederlandse pamfletten aan, in Stockholm een verzameling vroege kranten, in Kopen­hagen veilingcatalogi met aantekeningen.

In de Republiek werd per hoofd van de ­bevolking meer aan boeken uitgegeven dan waar ook. Het aantal gealfabetiseerden was het hoogst van Europa. Er werd meer gepubliceerd en vooral verhandeld dan waar ook. Want ook toen al was de Republiek een doorvoerland. Omdat Latijn de taal was van alle ontwikkelde lezers in Europa, verkochten ­Hollanders boeken die in Duitsland of Italië waren gedrukt in landen als Frankrijk of Engeland. Vaak ging dat met vervalsingen op de titelpagina: dan stond er dat het boek in Leiden gedrukt was, maar ­eigenlijk was het import. Andersom kwam ook voor als het om verboden boeken ging. Spinoza’s godsdienstkritische Tractatus Theologico-Politicus is niet in Hamburg gedrukt, zoals de titelpagina beweert.

De klassieken in pocketformaat

Het succes van de Nederlandse boekhandel en uitgever had verschillende oorzaken. In de eerste plaats is er de uitvinding van de pocket: een zakboek dat makkelijk mee te nemen was en naar verhouding goedkoop. In dat formaat werden de klassieken uitgegeven, die gewild waren over heel Europa. Scholieren kochten ze, maar ook hun ouders die wilden pochen met hun goede smaak. 

Van belang is ook dat er boekenveilingen van de grond kwamen, met catalogi. De verzamelzucht werd daardoor gestimuleerd, liefhebbers spiegelden zich aan wat een ander in zijn collectie had. Boeken kregen een tweede leven, ook financieel gezien, want er werd verdiend bij de aanschaf van een boek én bij de doorverkoop. Ook telt mee dat drukkers in de universiteitssteden zeker waren van een stabiel inkomen. Elke student die afstudeerde moest een bewijs van zijn kunnen laten drukken en gratis uitdelen. Ten slotte is er de doorvoer van boeken, waar kapitalen aan verdiend werd. De handelaars waren daarbij niet al te recht in de leer. Katholieke boeken werden grif verkocht, en Blaeu schrok er niet eens voor terug zelf missalen te drukken.

Al met al moet de burger van de 17de eeuw bedolven zijn onder papier. De overheid ontdekte het gedrukte formulier, de winkelier de advertentie, de gemeente het aanplakbiljet, de boekhandel het zakboekje. In een van hun hoofdstukken proberen Pettegree en Der ­Weduwen te reconstrueren wat de verschillende bevolkingsgroepen in huis zullen ­hebben gehad. Het is een van de fascinerende reconstructies in dit rijke en overdonderende boek. Het rekenboek van Bartjens is in de lagere klassen aanwezig, de Bijbel overal. Dat de overheid in 1674 op het idee kwam om belasting te heffen op drukwerk kan alleen maar als een staaltje Hollands denken gezien worden.

Andrew Pettegree & Arthur der Weduwen: De boekhandel van de wereld – Drukkers, boekverkopers en lezers in de Gouden Eeuw. Vertaald door Frits van der Waa. Atlas Contact; 608 pagina’s; € 39,99.

Andrew Pettegree & Arthur der Weduwen: De boekhandel van de wereld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden