DE RENAISSANCE IN VEEL DETAILS

In zijn biografie van Leonardo da Vinci probeert Charles Nicholl de mens achter de kunstenaar te vinden. Daarbij psychologiseert hij te veel....

'Perche la minesstra si fredda.' Omdat de soep koud wordt. Van alleaantekeningen van Leonardo da Vinci zou je een mysterieuzer of diepgaandercitaat kunnen kiezen als opening van een ambitieuze biografie. Maar deAmerikaanse auteur Charles Nicholl, wiens massieve boek Leonardo da Vinci:Flights of the Mind eerder deze maand in Nederlandse vertaling verscheen,vindt dat niet. In 1518, een jaar voor zijn dood, krabbelt Leonardo dezewoorden op een blad vol geometrische aantekeningen, op een plek waar detekst abrupt ophoudt. Het genie heeft ook wel eens trek.

Nicholl stelde zich de ambitieuze taak om alle informatie van en rondomLeonardo-het-genie te demystificeren en de gewone mens te ontdekken. DeLeonardo die, om een pen te testen, 'dimmi' op de randen van zijnonschatbare aantekeningenvellen schreef: zeg me.

De auteur gaat tot de hemel en terug om de levenssfeer van deRenaissanceman te registreren. Alle mensen die Leonardo gekend heeft, komenlangs en krijgen een minibiografie cadeau, van zijn halfbroer Giuliano totde machtige Florentijn Lorenzo de' Medici en de brute heerser CesareBorgia. Van zijn arme moeder tot de vermoedelijke vrouw achter Mona Lisa,Lisa del Giocondo, en van zijn geliefde - in welke zin van het woord danook - leerjongens tot zijn geduchte rivaal Michelangelo di Buonarroti. Hetboek had ook 'De geschiedenis van de Hoge Renaissance in veel details'kunnen heten.

Met een makkelijke pen beschrijft Nicholl de sociale en fysieke wegendie de grote kunstenaar-wetenschapper bewandelde: langs de straten vanVinci, Florence, Milaan, Rome, en vele tussenstations. Nicholl onthult dedrammerigheid van verzamelaarster Isabella d'Este en maakt deonuitstaanbaarheid van Leonardo's onvermogen om zijn scheppingen als af tebeschouwen tastbaar.

Nicholl biedt niet alleen het verhaal, maar ook de herkomst: bij alleinformatie behoudt hij de bescheidenheid om de lezer te vertellen hoe hijeraan komt. Die openheid wekt sympathie, maar is slechts een strategischmiddel. Gaandeweg blijkt dat de auteur op meerdere punten zijn nuchterestreven naar het vinden van 'de mens Leonardo' voorbijvliegt met absurdgeromantiseer over diens passies en angsten. Documenten zijn meer dan eensuitgangspunt voor Nicholl om een waaier aan mogelijkheden te ontvouwen diehelemaal nergens gestaafd kunnen worden, maar die in het boek een heeleigen leven gaan leiden.

Zoals bij de notitie van Leonardo uit 1505: 'De grote vogel zal zijneerste vlucht maken boven de rug van de Grote Cecero en zal de wereld vanverbazing en alle kronieken van zijn faam vervullen en eeuwige roem brengenaan het nest waar hij geboren is.' Naar wordt aangenomen, heeft Leonardohet hier over zijn plannen om een vliegmachine te testen, misschien vanafde berg Monte Ceceri bij Fiesole.

In vier onlogische stappen komt Nicholl van dit plan tot eenjeugdtrauma. Eerst constateert hij dat nergens staat genoteerd dat de(veronderstelde) proefvlucht is uitgevoerd of geslaagd, dan oppert hij datde proefvlucht misschien wel is mislukt. Bij een volgende tegenslag in hetleven van Leonardo concludeert Nicholl dat het de kunstenaar, met demislukte vlucht erbij, allemaal een beetje veel wordt: 'Leonardo hadverstoorde relaties, onafgemaakte projecten, was besluiteloos en wildevluchten.'

Tot slot gaat Leonardo 'misschien wel vanwege de mislukte proefvluchtin 1505' de mechaniek van de vleermuis beschrijven, in plaats van die vande vogel. Uiteindelijk is het volgens Nicholl allemaal een uiting van'existentiële onrust, het verlangen weg te zweven uit zijn leven vanspanningen en wedijver, uit de knellende greep van oorlogsstokers enzwaaiers met contracten.' Nicholls Leonardo hunkert naar rust maar kan hetniet vinden en voelt zich constant emotioneel gevangen.

Met hulp van Freud wordt Leonardo's levenswerk en zijnbewonderenswaardige nieuwsgierigheid steeds meer gereduceerd tot hetresultaat een verondersteld trauma door een afwezige vader, waar geenbewijs en nauwelijks een aanwijzing voor is. Nicholl werpt zich afwisselendop als een soort inspector Morse, een psychotherapeut en een hippe,hedendaagse codebreker naar het model van Dan Brown, de schrijver van DeDa Vinci Code. Van demystificatie van Leonardo blijkt, ondanks hetbeloftevolle begin over afkoelende soep, vooralsnog geen sprake.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.