De regels van het spel

DE ROMANS van Renate Dorrestein zijn vaak met die van de Britse schrijfster Fay Weldon vergeleken. Niet ten onrechte. Net als Weldon gaat Dorrestein ondeugden als jaloezie, agressie, hebberigheid en bezitsdrang met een niets en niemand ontziende, bittere humor te lijf....

Het grote verschil tussen Weldon en Dorrestein is dat bij de eerste dat gevoel van loutering onmiddellijk wegsijpelt - de indruk die haar boeken maken, is volstrekt oppervlakkig. Bij Dorrestein blijven de rimpelingen in het gemoed die ze tweegbrengt, langer doorgolven. Medelijden dat in angst omslaat, of omgekeerd, afkeer die door mededogen wordt vervangen - dat zijn dingen die je bijblijven. Voeg daarbij dat al haar romans een volstrekt eigen toon hebben, dan is duidelijk dat ze weliswaar niet tot de meest literaire, maar wel tot de meest originele schrijvers in Nederland behoort.

Behoorde. Want met haar nieuwe roman Zonder genade blijkt Dorrestein opeens te zijn overgestapt naar het genre dat wordt vertegenwoordigd door Karel Glastra van Loon, Thomas Verbogt en de Vonne van der Meer van de eilandromans. Daarmee is ze een stuk minder origineel geworden.

Wat is er mis met dat genre?

Op het eerste gezicht niets. Glastra van Loon, Van der Meer en Thomas Verbogt zijn bekwame schrijvers die over de opzet en het onderwerp van hun romans zorgvuldig nadenken. De kwesties die ze aansnijden, zijn zeker niet onbetekenend - al kun je ze moeilijk wereldschokkend noemen. De kneep zit 'm in de volslagen zouteloze manier waarop Glastra van Loon, Verbogt en de latere Van der Meer met die kwesties omgaan. Tot vindingrijke oplossingen komen ze niet: het blijft allemaal even herkenbaar en makkelijk te verteren, en als het dat niet is, dan is het, zoals in het nieuwste boek van Glastra van Loon, melodramatisch. Het gevolg is dat hun boeken niet boven het gehalte van een doorsnee weekbladartikel uitkomen.

Hun aandacht voor het detail versterkt dat idee. Het is allemaal middelmaat wat de klok slaat en dat zou nog tot daaraan toe zijn, als de genoemde schrijvers niet van ons zouden verlangen dat we die middelmaat als hoogst oorspronkelijk of zelfs van hoog niveau zouden beschouwen. Dat maakt hun boeken door en door 'Hollands', in de meest benepen en bedillerige zin van het woord. Op geen enkele manier leiden ze de lezer over de grens van zijn eigen al dan niet beperkte ervaringen heen, laat staan dat ze zichtbaar maken wat er aan die grenzen vooraf gaat. Het is allemaal 'zoals het leven is', of beter, zoals zij denken dat wij ons het leven voorstellen.

Het zou te ver gaan om Dorresteins nieuwste roman benepen te noemen. Maar origineel en verrassend is hij evenmin. Het boek valt onder de noemer 'psychologische roman': de hoofdpersoon is een man die door de dood van zijn stiefzoon wordt gedwongen toe te geven dat de orde in zijn leven een schijnorde is.

De man, Phinus Vermeer, heeft een hoge positie bij de spelletjesfabriek Jumbo. Dat is een duidelijke metafoor: Phinus leeft van spelregels, niet alleen op zijn werk, maar ook thuis. Van het opgroeien van Jem, zijn stiefzoon, houdt hij bijvoorbeeld een dossier bij, wat in het licht van de latere gebeurtenissen een bizarre betekenis krijgt.

Als Jem voor het eerst met een vriendinnetje uitgaat, dwingt Phinus hem min of meer naar een dure disco te gaan, omdat dat volgens hem zo hoort. In die disco wordt Jem door een dronken feestganger doodgeschoten.

Phinus' drang om alles te willen beheersen is tegengesteld aan de manier waarop hij is opgevoed. Twee tantes ontfermden zich over hem, toen hij als kind zijn ouders verloor. Die twee tantes doen nog het meest denken aan een kruising tussen de two fat ladies uit de gelijknamige BBC-serie en de twee dames uit het VPRO-kinderprogramma. Ze borrelen over van de lankmoedige en treffende uitspraken, van de humor en de fantasie, of in elk geval met wat voor fantasie moet doorgaan, maar daarmee zijn ze meer typetjes dan tantes van vlees en bloed. Het jongetje Phinus raakt door de fantasieën en het schijnbaar non-conformistische gedrag van zijn tantes in verwarring. Daardoor heeft hij er moeite mee greep op de werkelijkheid te krijgen. Ter compensatie vlucht hij in zijn eigen fantasiewereld, wat zijn toestand alleen maar verergert. De stortvloed aan sprookjes en verhalen, de verstikkende liefde van de tantes en zijn eigen dromen verhinderen hem het verlies van zijn ouders te verwerken.

Als Phinus volwassen is, lijkt zijn werk het antwoord op zijn moeilijkheden te zijn: hij behéérst nu immers de fabricage van spelletjes - hij wordt er niet langer door meegesleept. Maar na de dood van Jem begint zijn zorgvuldig opgebouwde leven te wankelen. Hij is ervan overtuigd dat de dood van zijn stiefzoon zijn schuld is. Hij vermoedt dat zijn vrouw er net zo overdenkt, maar durft er niet over te praten.

Omdat hun verhouding steeds slechter wordt, besluiten ze een weekendje in een hotel in Aduard door te brengen. Daar raken ze verstrikt in een vechtpartij met twee agressieve meisjes en uiteindelijk keren ze gescheiden naar Amsterdam terug.

Phinus gaat naar huis, waar hij tot zijn grote verrassing van de vriendin van Jem te horen krijgt dat ze van hem, Phinus, zwanger is. Dezelfde avond komt hij na een nieuwe vechtpartij in de gevangenis terecht.

Daarmee bereikt het verhaal zijn apotheose. Nu Phinus alle regels van het fatsoen heeft verbroken, kan hij eindelijk toegeven dat zijn leven een opeenstapeling van beheersstrategieën is. Hij kan eindelijk aan het rouwproces beginnen.

Waarmee we, maar die conclusie trekt Dorrestein niet, terug zijn bij de regels van het spel, want de gedachte achter dit louteringsproces komt linea recta uit het groot gezinsgezondheidsboek: een mens moet door een diep dal gaan eer hij de waarheid onder ogen kan zien, en de dood van een geliefde moet door middel van een rouwproces verwerkt worden.

Het is allemaal even zwart-wit, even voorspelbaar. De boodschap die Dorrestein uitdraagt, is net zo weinig subtiel als de metaforen en symbolen die ze gebruikt: de vele verwijzingen naar spelregels en sprookjes natuurlijk, maar ook de barst in een glas dat Phinus aan zijn vrouw geeft. En neem de twee agressieve meisjes: ze voegen niets aan het verhaal toe. Je kunt ze net zo goed door twee doorgefokte pitbulls vervangen, zij het dat ze de toename van zinloos geweld vertegenwoordigen.

Het is als met de manier waarop de meeste mensen het over 'deze snel veranderende samenleving' of over het verlies van normen en waarden hebben: de vraag of er zoiets bestaat als zinloos geweld, en of dat tegenwoordig werkelijk vaker voorkomt dan, ja dan wanneer? komt in dit boek niet aan de orde. Van bijna elke bladzij wordt ons toegeroepen dat het een illusie is te denken dat we ons leven kunnen beheersen, maar wat de achtergrond van dit denken betreft komt Dorrestein, net als Van der Meer, Verbogt en Glastra van Loon, niet verder dan populair psychologische verklaringen.

In Zonder genade werkt Dorrestein de clichés van deze tijd een voor een af. Zonder zelfspot en zonder relativering. Het is allemaal even keurig en treurig; verdwenen zijn de nuances, de pit, en de humor. Voor zover er aan dit boek nog een 'on-Hollandse' invloed kleeft, komt die van een ándere Britse schrijfster, Joanna Trollope. Een verbetering kun je dat niet noemen.

Renate Dorrestein: Zonder genade.
Contact; 256 pagina's; fl 45,-.
ISBN 90 254 0296 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden