De randschriftdrift van leergierige lezers

Tussen 1790 en 1830 - de tijd van de romantiek - heerste er in Engeland een ware leeshausse, die, volgens de historici, niet de betiteling 'revolutie' verdient, maar een commercieel en propagandistisch georganiseerde voortzetting is van de in de 18de eeuw al groeiende leesdichtheid....

Het eerste hoofdstuk is een introductie tot het eigenlijke onderwerp vanhet boek: een onderzoek naar de effecten van de leeshausse, zoals die inde bewaard gebleven boeken zichtbaar worden. Men las, maar schreef ook metde auteur mee of tegen hem in de marges van het boek, op schutbladen, ofsoms op toegevoegde blanco pagina's (die de vanzelfsprekendheid van deannotaties kunnen bewijzen). De marges van boeken zijn nooit met rustgelaten door de lezers, maar in de hier gegeven periode lijkt de beoefeningvan de marginalia welhaast een systeem of een methode geworden.

De auteur is een expert op het gebied van randschriften; een vorigestudie van haar heet Marginalia. Het nieuwe boek is intensiever, tot een kleine periode beperkt, en geeft ruime aandacht aan de grootstemarginalia-schrijvers van de gegeven periode, en misschien wel van alletijden: Blake, Keats en, vooral, Coleridge, die aan het randschrift demooie betiteling 'geschreven antwoord' gaf. (Van alledrie zijn derandschriften overigens in stand verheven, want afzonderlijk uitgegeven,die van Colleridge tussen 1980 en 2001 in zes omvangrijke en zeer kostbaredelen.)

De oorsprong ligt bij de school- en studieboeken. De marge was daarvoor de toegevoegde kennis, voor aantekeningen uit de lessen, voorverklaringen ook. Het boek leverde zo meer kennis dan die van zijneigenlijke inhoud, want de inhoud van andere boeken werd er gedeeltelijkin overgenomen. Het boek werd er belangrijker maar ook persoonlijker door.In de periode van 1790 tot 1830 krijgen de marginalia in heel andere danschool- of studieboeken nieuwe functies. H.J. Jackson, die een paarduizend boeken met marginalia in Engelse bibliotheken heeft bestudeerd,behandelt ze alle uitvoerig, overigens in een soort kruisbeschrijvingen,want de soorten raken elkaar vaak.

De voor mij mooiste soort is die van de toegevoegde kennis: verwijzingennaar parallelplaatsen in andere werken, referenties aan andere boeken (endat heel precies), citaten uit andere boeken. (Boeken waren in de gegevenperiode duur, vandaar de overname van delen van andere boeken in het ene.)De echte margeschrijver had een veel grotere bibliotheek dan het aantalboeken dat die telde. Wat hij in de extreme gevallen nastreefde was eensoort internet: een kennisverzameling door allerlei verwijzingentoegankelijk gemaakt. Leende hij een boek uit, dan kreeg de lener die'bij-kennis' erbij, de geleerdheid van de boekbezitter ook! Velevoorbeelden, vaak van anonieme lezers, laten de margedrift vaak schitterendzien, het mooist wellicht bij Keats, wiens randschriften vaak prachtigeinterpretaties zijn, waarmee hij dan weer anderen gelukkig maakte. Velemarginalisten zijn zeer sociale figuren!

De voor ons bekendste margeschrijver is de kritische lezer (tegenwoordigis zijn aanwezigheid nog alleen in het arrogante woordje sic zichtbaar).Hij weerlegt, laat zijn onvrede met een gegeven inzicht blijken, isvoortdurend in strijd met de auteur (die hij soms ook aanspreekt, lezen alseen vorm van discussie); sommige margeschrijvende lezers lijken nooit totenige instemming te kunnen komen. Lezen is zo ook een demonstratie vanmacht, over de schrijver. De allergrootste strijdvaardige is deschilder-dichter William Blake, hij is ook de felste, vanuit zijn zeerdiepe (en oorspronkelijke) religieuze overtuigingen. Dat de boeken met deuitbundigste marginalia bijna altijd wetenschappelijke of literair-historische werken zijn, zal duidelijk zijn. Alleen de grotepoëzie van oudere dichters leent zich ook tot vaak oorspronkelijkerandschriften.

Een van de heel groten in het boek, en dat in verschillende klassen vanmarginalia, is Horace Walpole, de meest belezen man van zijn tijd. Deparagraaf over hem is misschien wel de mooiste uit het boek; de auteur kanhier haar zeer grote belezenheid heel mooi demonstreren, haar marginaliabij de zijne schrijven!

Mooi aan het marginalia-onderzoek is niet alleen het zichtbaar wordenvan wetenschappelijke of literaire netwerken binnen één boek, maar ookvan de oordelen van een tijdperk over de toen gelezen boeken. Die oordelen,vaak van onbekende lezers, verdienen een ordening (die valt buien ditboek). Bijzonder is ook dat we van enkele schrijvers werk buiten hunofficiële werk leren kennen, vaak uiterst bondig, maar daardoor ook heelraak. De groten leveren de mooiste citaten, die een indrukwekkende bijdragevoor de literatuurgeschiedenis vormen. Boeiend materiaal levert hethoofdstuk 'Socializing with Books', over de vaak zeer persoonlijke omgangmet boeken (de marginalia zijn echt een antwoord aan het boek) en desociale rol die de 'gemargineerde' boeken spelen in het leenverkeer tussende lezers.

Over de aard van het lezen en van de lezer in de gegeven periode staatniet zo veel diepgaands in het boek. De vraag is of er meer dan vermoedenste geven zijn. Want niet elke lezer schrijft marginalia, en veelrandschriftschrijvers laten hele boeken zonder annotaties, de marginaliazijn vaak conventioneel, alleen de groten zijn persoonlijk enoorspronkelijk. De studie van Jackson is literair-historisch interessanterdan sociaal-historisch, al is het bijna verrukkelijk over zoveel kleineaantekeningen van evenzovele krabbelaars te lezen.

Een van de mooiste figuren is Richard Woodhouse, die als tekstverzorgeren commentator van Keats lijkt op te treden. Al zijn marginalia bij hetwerk - historische gegevens en andere informatie, interpretaties,verwijzingen - liet hij na. Maar er is meer, hij is, zoals de auteurschrijft, 'een bijzondere contemporaine vertegenwoordiger van de wijzewaarop poëzie in deze periode werd gelezen in een combinatie vantraditionele en nieuw opkomende methodes'. Wat wordt er allemaal nietzichtbaar, groots bij Woodhouse, in stukjes en beetjes bij de anoniemelezers

Ik zou graag de randschriften van een groot geleerde, Harold Bloombijvoorbeeld, willen lezen. De studie is de oorzaak van dat verlangen, wantzonder toevoegingen van de lezers is elk boek onvolledig, denkt men, nee,weet men, na lezing van dit bewonderenswaardige boek.

H.J. Jackson: Romantic Readers - The Evidence of MarginaliaYaleUniversity PressImport Roodveldt366 pagina's 42,-ISBN 0 300 107854Yale

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden