Documentaire

De Ramp

Terug naar die zolder

Documentairemaker Koert Davidse reconstrueerde met ooggetuigen de nacht van de Zeeuwse watersnoodramp. 'Plotseling zagen ze weer de lijken drijven die ze zo zorgvuldig hadden weggestopt.'

Twee generaties in één beeld, beide beschadigd. De zoon vertelt quasi-laconiek over hoe zijn moeder de Zeeuwse watersnoodramp overleefde. Zijn moeder, op de achtergrond plukkend aan een zakdoek, luistert. toe.

Het verhaal van moeder Bolijn is een verhaal over de dood van een kind. Zoon Leen, destijds zestien en toen broer van de verteller in beeld, verdwijnt in de golven omdat hij zich niet langer kan vastklampen aan een elektriciteitsmast. Zijn moeder, een weduwe, kijkt toe, achterblijvend met het een duivels dilemma: zelf ook het ijskoude, kolkende water in, en hopen op een wonder? Of in de paal blijven, zodat ze de rest van haar leven voor haar andere zoons kan zorgen?

Ze blijft in de paal, en wordt 24 uur later verkleumd teruggevonden - het water is inmiddels alweer gezakt en ze moet met een ladder uit haar positie bevrijd worden.

Koert Davidse, geboren nabij Goes, wist dat de grote ramp van 1953 de Zeeuwen nog in het systeem zit. Niemand hoeft op Schouwen-Duivenland uit te leggen hoe verwoestend een getijdenstroom kan zijn. Het water, dat in één nacht 1835 mensen de dood in sleurde en talloze huizen wegvaagde, is er een alledaags onderwerp. Als gevolg van de ramp hebben de Zeeuwen het gevoel dat zij in Zeeland mogen wonen zolang de zee daarmee instemt - daarin kan geen Deltawerk verandering brengen.

Buiten Zeeland zijn de verhalen over de watersnoodramp helemaal niet zo bekend. Nou ja, iedereen weet dat het erg was. Dat is te zien op de veelvuldig op televisie vertoonde Polygoonbeelden, gedraaid vanuit een reddingsvliegtuig. Een grote watervlakte, uit het water prikkende daken, nijverige hulptroepen. Maar wat er precies gebeurde?

'Er is nog nooit een documentaire over 1953 gemaakt', zegt regisseur Koert Davidse, nog altijd verbaasd. 'Er is natuurlijk wel veel aandacht voor geweest. Op televisie, in boeken. Een film is er niet. Terwijl in een recente enquête de ramp als tweede werd genoemd, na de Tweede Wereldoorlog, als belangrijkste historische gebeurtenis in Nederland in de vorige eeuw.

In De ramp reconstrueert Davidse de watersnoodramp met verslagen van ooggetuigen. Oer-Hollandse mensen, close up gefilmd. Met gruwelijke herinneringen. die pijn doen 'Buurvrouw Verstraete zat met haar net geboren baby in een deken gewikkeld op een plank of een deur, met nog een kind aan haar voeten. Het wapperen van die deken, dat beeld is me altijd bijgebleven.'

De ramp is een nauwgezet document, waarin het gat tussen 1953 en 2002 wordt gedicht. Met een helikopter vliegt Davidse over het Zeeuwse land, zoals vijftig jaar geleden het reddingsvliegtuig met aan boord de filmploeg van het Polygoon Journaal. Zeeland is nog net zo vlak als toen, alleen is alles nu geordend. De weilanden zijn lentegroen, de bomen in volle bloei. Ogenschijnlijk onschuldig landschap, klaar om gemaaid en weer bemest te worden. Davidse: 'Na bijna vijftig jaar lijkt de ramp voltooid verleden tijd. Maar voor veel mensen die er toen woonden en nog wonen, is die nacht dagelijks aanwezig.'

Over de slachtoffers, over mensen die vrienden en familie voor hun ogen zagen verdrinken, gaat De ramp. 'Het was acht jaar na de oorlog. We zaten midden in de wederopbouw. De directe gevolgen werden rigoureus aangepakt. Hulpacties, en later de Deltawerken. Alleen de slachtoffers - die werden vergeten.'

Tot in details, van uur tot uur, wordt door de achterblijvers verslag gedaan van wat er precies gebeurde nadat ze door het water werden overvallen. Een van hen, Stoffel van Mourik, woont nog altijd dichtbij de plek waar hij 49 jaar geleden werd gered door een voorbij drijvende staldeur. Daarop bracht hij een dag en een nacht door, totdat hij aanspoelde bij Kattendijk, aan de andere kant van de Oosterschelde. Ook zijn vader overleefde de ra

zijn moeder, twee zusters en een broer kwamen om.

Ceel Dalebout, in 1953 kruidenier te Capelle, had meer geluk. Samen met hun vier kinderen, tussen de zes jaar en vijftien maanden oud, klommen hij en zijn vrouw over een ladder naar het huis van de buren - alleen de kippen, snel in een Verkadekist gestopt, kregen ze niet mee. 'Ons huis stortte in, dat van de buren bleef staan.'

Die kist met kippen is een van vele details die De ramp boven een gemiddelde documentaire uittillen. De film is behalve een reconstructie ook een sociologisch portret - temeer doordat Davidse bewust heen en weer schakelt tussen het heden en het verleden. Door die aanpak valt op hoe snel de wereld verandert. Luidende klokken verspreiden het nieuws van de bezweken dijken, enkele dorpelingen denken nog echt dat met het water de zondvloed is gekomen, en wanneer de omvang van de ramp doordringt, gaan alle mannen op pad om reddingswerk te verrichten; de vrouwen blijven in bed.

Voor slachtofferhulp was in de jaren vijftig, toen de blik vooruit werd gericht, naar betere tijden, geen plaats. De moeder die haar kind verloor - zijn lichaam werd nooit teruggevonden - heeft het zelf opgelost, in stilte.

Professionele steun was er pas veertig jaar later, toen de Riagg een complete afdeling klaar had staan omdat werd verwacht dat de herdenking van de ramp oude wonden zou open maken. Davidse: 'Er gebeurde helemaal niets. Niemand kwam opdagen. Blijkbaar wordt alles nog altijd binnenskamers opgelost.'

Voor het oog van de camera breken enkele geïnterviewden wél., mede doordat Davidse veel tijd heeft gestopt in de voorbereidingen. 'De NPS wil de film pas in 2003 op televisie uitzenden, precies vijftig jaar later. Daardoor liep het project vertraging op. Dat is de film ten goede gekomen. Ik heb veel tijd in de mensen kunnen investeren.'

Na een vertoning in Vlissingen, op het festival Film by the Sea, vertelden kinderen en kleinkinderen van de hoofdpersonen aan Davidse dat zij veel details voor het eerst hadden gehoord. 'Ik heb bewust gehamerd op die ene nacht, op wat er precies is gebeurd. Ik ging steeds weer terug naar die zolder, naar wat zich daar precies afspeelde toen het water maar bleef stijgen. Dat heeft iets losgemaakt. De meeste mensen hadden hun herinnering aan de rampnacht zo vervormd dat het acceptabel werd. Daar zijn ze nu doorheen gebroken. Plotseling zagen ze weer de lijken drijven die ze zo zorgvuldig hadden weggestopt.'

In De ramp richt Davidse de aandacht ook op de huidige levens van de geïnterviewden. 'Die nacht is voor deze mensen het heden. Ze denken er vrijwel altijd aan. En het wordt alleen maar erger; ze worden ouder, krijgen meer tijd om over de dingen na te denken.'

De ramp, deels geïnspireerd op het gelijknamige boek van Kees Slager, kreeg vorm tijdens een scenarioworkshop van het Amsterdamse documentairefestival, geleid door Niek Koppen. Diens werk heeft voor Davidse als een voorbeeld gediend. Ook hier worden, net als in De slag om de Javazee, de beelden van de ouder geworden slachtoffers geplaatst tegenover het verleden in hun getuigenissen. De prachtige, effectieve muziek van het Paleis van Boem leidt de kijker langs (veelal nooit eerder getoonde) archiefbeelden, getuigenissen, en actuele beelden van groene weilanden, met als resultaat dat de film uiteindelijk over meer dan het onderwerp alleen gaat; De ramp is een film over de willekeur van het noodlot, en hoe daarmee om te gaan.

Davidse: 'Het was een ongelooflijk moment toen mevrouw Bolijn aan het slot toch nog haar fotoboek pakte en zelf begon te praten over de nacht waarin zij haar zoon in het water zag verdwijnen. Al die tijd liet ze de zoon haar verhaal vertellen. Nu, op 91-jarige leeftijd, bleek ze zover te zijn dat ze zelf haar verhaal kon doen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden