De Nederlandse popcultuur in 100 voorwerpenpuzzel van een Chinees-Indisch gerecht

De puzzel van een Chinees-Indisch gerecht

Omdat ook de naoorlogse Nederlandse popcultuur een geschiedschrijving verdient: 100 voorwerpen uitgekozen, belicht en verklaard. Aflevering 86: De puzzel van een Chinees-Indisch gerecht (2019)

De puzzel van een Chinees-Indisch gerechtBeeld Annabel Miedema

Het gerecht heet Tja Daai Ha, oftewel Gebakken Grote Garnalen. De receptuur is makkelijk. Mix bloem, aardappelzetmeel, baking powder, zout en een beetje water tot een egaal, dun beslag. Zet in de koelkast. Pel de garnalen. Smeer ze in met zout, peper, oestersaus en rijstwijn. Wentel ze door het aardappelzetmeel, dompel onder in het beslag en bak ze vervolgens tweemaal in frituurvet. O ja, overbodig maar wel karakteristiek: voeg er een eigenzinnig gesneden wortelroos aan toe, plus een waaiertje van komkommerschijfjes. Eet smakelijk. 

De Rotterdamse kunstenaar Benjamin Li (34) at het gerecht op 21 april 2019 in restaurant Paradijs in Uden. Hij fotografeerde het bord met garnalen, wortelroos en komkommer, en maakte er een legpuzzel van. Waarom? Omdat puzzelen volgens hem net zo’n zoektocht is naar eenheid als het vinden van balans tussen geur, kleur en smaak in een Chinees gerecht. 

Inmiddels reist Li door heel Nederland op zoek naar Chinees-Indische restaurants. Daar legt hij de gerechten vast, vraagt menukaarten op en koopt af en toe een porseleinen schaal of bord. Indien mogelijk knoopt hij een gesprekje aan met de kok. Alles met als doel een archief op te bouwen en een historisch inzicht te geven hoe ‘rijk, gevarieerd en mooi’ de Chinees-Indische restaurants zijn. 

Li doet het al jaren. Om precies te zijn sinds 16 november 2013. De avond waarop Gordon, tijdens de uitzending van Holland’s Got Talent, aan de Chinese zanger en wetenschapper Xiao Wang vroeg welk nummer hij zou gaan zingen. ‘Nummer 39 met rijst?’ Li schrok zich dood van de uitspraak. En van de discussie die volgde. Waaruit maar weer eens bleek hoe eenzijdig Nederlanders naar Chinezen kijken. Met alle stereotypische vooroordelen vandien. Alsof alle Nederlandse Chinezen in een restaurant werkten.

Er moest iets worden rechtgezet. Te beginnen bij het beeld van de Chinees-Indische keuken zelf, of beter, de oorsprong van de Chinese keuken in Nederland, en wanneer en waarom die ontstond. Antwoord: in 1911, toen de eerste Chinezen in Rotterdam arriveerden, als arbeidskrachten in de haven, ter vervanging van de stakende Nederlanders. En dat die Chinezen ook na de staking zijn gebleven, omdat ze hard werkten, tegen lage lonen. En dat ze in die tijd restaurantjes opzetten. Niet voor de Hollanders, die het eten te exotisch vonden, maar voor zichzelf.

Tot na de oorlog, ontdekte Li. Na de Soekarno-revolutie kwamen uit de Indische archipel plots duizenden repatrianten naar Nederland. Met een andere, Aziatische smaak. die de Chinezen in Nederland aan het denken zetten. Als ze nu eens, om hun restaurants meer klandizie te bezorgen, een combinatie konden maken van de Chinese en Indische kookkunst? En dat alles overgoten met een Hollandse saus. Letterlijk, legt Li uit, omdat Nederlanders nu eenmaal van sauzen houden. 

Het typeert het pragmatisme van de Chinezen – hun opportunisme, zoals Li het noemt – en hun aanpassingsvermogen. Voor Chinezen is het geen issue dat ze Indische gerechten op de menukaart zetten, met een Hollandse twist. Eerder een marketingtruc. Zoals de zogenaamde Chinese tomatensoep, die in China helemaal niet bestaat. Li moet altijd lachen als iemand dat besteld: Unox-soep waarin wat ketjap zit, suiker en een lente-uitje. 

Beeld Annabel Miedema

Het is even grappig als dat Nederlanders van de ‘Aziatische’ inrichting houden, met gedekte tafels, donker houtwerk, lampionnen aan het plafond en een gebeeldhouwde leeuw of krijger voor de deur. Komt in China ook niet voor. Daar eet je al snel op een plastic stoel, onder fel tl-licht. En krijgers staan er alleen bij de ingang van een begraafplaats. Li wil daar helemaal niet neerbuigend over doen. Hij is er eigenlijk wel trots op, hoe de Chinese keuken een overlevingskeuken is geworden.

Hoewel het de laatste tijd niet al te best gaat, weet hij van nabij. Zijn biologische ouders runden een restaurant in Dordrecht. En later een in Den Haag. Door de drukte moesten ze hun zoon onderbrengen bij een pleeggezin. Totdat ze het restaurant verkochten en Li weer thuis kwam wonen. Daarna begonnen ze een snackbar, een Nederlandse, met ballen gehakt en kroketten. Kant-en-klare frikandellen en bamischijven frituren is een minder tijdrovend dan de hele dag verse groenten snijden - over pragmatisme en overleven gesproken.

Dat pleeggezin is wel de reden waarom Li zich soms meer Nederlander voelt dan Chinees. En hij op zoek ging naar zijn Oost-Aziatische roots. En zich niet zomaar wil laten wegzetten als ‘nummer 39 met rijst’. Waarom wordt er zo weinig gesproken over hoe de Chinezen naar Nederland kwamen, wie ze waren en zijn. Kortom, Li’s onderzoek betreft de Chinese restaurants, het eten en zichzelf.

Maar zeker ook de Chinese gemeenschap in Nederland, die het volgens Li heel goed doet. Hard werkend, geen subsidietrekkers, niet zeuren. Zelfvoorzienend. En toch die Gordon. Die vooroordelen. Ook nu weer met het coronavirus. Dat hij een papiertje op de ruit zag hangen met de woorden ‘Chinezen mogen hier niet naar binnen’. Pure apartheid. 

Li wil juist optimisme uitstralen. Hij moet denken aan zijn gespaarde menukaarten, waarop een zeilschip staat met tekst ‘Het gaat je voor de wind’. Dat het dus goed komt met de Chinezen. Maak je geen zorgen. ‘Zo mooi. Dat wil ik uitdragen.’ 

Alle voorgaande afleveringen van De geschiedenis van de Nederlandse popcultuur in 100 voorwerpen zijn terug te vinden op deze overzichtspagina.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden