Filmrecensie The Predator

De Predator is terug: get to ze choppa! (drie sterren)

In zijn jarentachtignostalgie neemt regisseur Black zichzelf en zijn voorgangers niet al te serieus.

Beeld uit The Predator. Beeld AP

De originele Predator (1987) is een relikwie uit het door testosteron gedreven videobandtijdperk. Ingrediënten: een handvol spierbalcommando’s onder aanvoering van Arnold Schwarzenegger, de ondoordringbare Midden-Amerikaanse jungle, een buitenaards roofdier, onverbloemd geweld en tot cult uitgegroeide oneliners (‘Ruuun! Gooo! Get to ze choppa!’, adviseerde Arnie in zijn typische accent). Het monster in de film – een wat mal ogend, gemaskerd beest met dreadlocks, voorzien van infraroodvizier, laserwapens en onzichtbaarheidstechnologie – kreeg legendarische status onder liefhebbers, met twee vervolgfilms en twee spin-offs, waarin de Predator het opneemt tegen het buitenaardse monster uit de serieuzere Alien-films.

Tamelijk komische film

Filmmaker Shane Black (Iron Man 3, The Nice Guys), die als acteur ooit officieel debuteerde naast Schwarzenegger in de eerste Predator en daarin gruwelijk aan zijn eind komt, bewijst zich hier als de juiste bewaker van de toon voor deze nieuwste aflevering van de saga. Collegafilmers die op een vergelijkbare jaren tachtig nostalgie inspeelden, verzandden te vaak in gelikt en zielloos lopendebandwerk. Black creëert daarentegen in de eerste plaats een ontspannen en tamelijk komische film die noch zichzelf, noch de status van zijn voorgangers al te serieus neemt.

The Predator

Genre: Actie
Regie: Shane Black
Met Boyd Holbrook, Jacob Tremblay, Olivia Munn, Trevante Rhodes, Keegan-Michael Key.
107 min., in 137 zalen.

De plot is even dwaas als gevat: het autistische zoontje van een militair (gespeeld door Jacob Tremblay, de jonge steracteur uit Room) opent een postpakketje met een Predatormasker, doorgrondt de technologie in een oogwenk en ontketent onbewust een nieuwe buitenaardse strijd. Vóór zijn vader (Boyd Holbrook) met wat rouwdouwers en een evolutiebioloog (Olivia Munn, op haar best in een zelfbewuste mansplainscène) te hulp schiet, serveert Black een scène waarin het jochie met zijn masker tijdens Halloween over straat kuiert – met onverwacht geestig resultaat. Daar zet hij haast ouderwetse, voornamelijk analoge actie tegenover: scènes waarin mannen plots van de grond worden gegraaid en door het monster in een boom gruwelijk worden afgeslacht.

De actie wordt richting het slot wat repetitief en de humor is niet altijd even scherp, maar de onnadrukkelijke wijze waarop Black zijn personages door de film laat rommelen – zelfs de verplichte choppa-referentie voelt nauwelijks geforceerd – resulteert in aangenaam onnozel filmvertier met een eigen smoel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.