Boekrecensie ‘De populist’

‘De populist’ roept de gangbare ‘wat zou er gebeurd zijn als’-vragen op – al laat Carter Hett die wijselijk onbeantwoord (vier sterren)

Dat de herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog ontwrichtend hebben gewerkt voor Duitsland, trekt de Amerikaanse historicus Benjamin Carter Hett in twijfel.

Beeld Deborah van der Schaaf

Voor zijn boek over de ondergang van de Weimarrepubliek had de Amerikaanse historicus Benjamin Carter Hett beter een andere titel kunnen kiezen dan De populist. Zeker, het boek gaat over Adolf Hitler, de populist in kwestie. Maar het gaat vooral over de rechts-nationalistische wegbereiders van Hitler die in de ijdele veronderstelling verkeerden dat ze deze ‘ober in een stationsrestauratie’ hadden ingehuurd om hem naar believen te kunnen dechargeren. Met iets minder arrogantie en iets meer oog voor de kwaadaardigheid en het strategisch vernuft van Hitler, hadden zij de wereld voor het Derde Rijk kunnen behoeden. Want het Derde Rijk was niet de lotsbestemming van Duitsland.

Dat op zichzelf is niet de meest originele bijdrage van Carter Hett aan het nimmer eindigende debat over de machtsgreep van Adolf Hitler. Prikkelender zijn z’n observaties over de mythen die deze gebeurtenis omgeven. Zo beschrijft hij – met iets meer zwier dan Ernst Nolte heeft gedaan – de Weimarrepubliek als een gewaagd experiment dat zeker niet gedoemd was om te mislukken. Sterker nog: in haar goede jaren leek het gros van de Duitsers zich met haar te hebben verzoend. Democratische politici spraken meewarig over ruggegraatloze Duits-nationalen die hun verzet tegen de status quo hadden opgegeven. De extreme krachten ter linker- en rechterzijde leken veroordeeld tot een kommervol bestaan in de marge – maar radicaliseerden daar wel. De monarchistische rijkspresident en voormalige veldmaarschalk Paul von Hindenburg merkte geamuseerd op dat hij verdorie zelfs door de sociaal-democraten werd gerespecteerd. Er leek, kortom, een democratische consensus te ontstaan.

Alsof hij er lol aan beleeft om gangbare opvattingen te demonteren, trekt Carter Hett de ontwrichtende invloed van het vredesverdrag van Versailles in twijfel. Volgens hem was het verdrag ‘de mildste van alle regelingen die na de Eerste Wereldoorlog getroffen zijn’. Zo bepaalde het verdrag dat over de hoogte van de herstelbetalingen nader zou worden onderhandeld. Versailles was, zo schrijft Carter Hett parmantig, ‘niet de oorzaak van alle problemen tijdens het interbellum in Europa’. Als getuige-deskundige voert hij Kurt von Schleicher op, de laatste rijkskanselier voor het aantreden van Adolf Hitler. Die zei in 1933 tegen journalisten dat Versailles Duitsland ‘een herstelpauze van tien jaar’ had geboden.

De populist – Adolf Hitler, de ondergang van de Weimarrepubliek en de opkomst van het Derde Rijk

Benjamin Carter Hett

Uit het Engels vertaald door Fred Hendriks

Balans; 351 pagina’s; € 24,95.

Duitse politici, en met name rijkskanselier Heinrich Brüning (maart 1930-mei 1932), hadden die pauze benut om steeds gunstigere regelingen voor Duitsland te bedingen. Uiteindelijk was dit onderdeel van Versailles weinig meer dan een dode letter. Zelfs Hitler was hiervan zo onder de indruk ‘dat hij zichzelf alleen van zijn minderwaardigheidsgevoel tegenover Brüning kon verlossen door een haatcomplex tegen hem te ontwikkelen’. De politieke leiders van de Weimarrepubliek lieten zich dus allerminst onbetuigd in het verzet tegen Versailles, zoals hun nationalistische tegenstanders wilden doen geloven. De regering van de sociaal-democraat Friedrich Ebert had ondertekening van het vredesverdrag in 1919 zelfs willen weigeren als veldmaarschalk Von Hindenburg hem had kunnen verzekeren dat het leger in staat was Duitsland te verdedigen. Von Hindenburg achtte dit uitgesloten – hetgeen hem er niet van weerhield burgerpolitici de schuld van de militaire nederlaag in de schoenen te schuiven.

Helemaal consequent is Carter Hett niet in zijn relativering van de herstelbetalingen. Zo schrijft hij dat het Dawes Plan, de regeling die Duitsland in 1924 met de geallieerden trof, het land dwong om jaarlijks 600 miljoen dollar op de internationale kapitaalmarkt te lenen. Die last werd het land tijdens de Grote Depressie fataal. Carter Hett betwist overigens dat de beurskrach van 1929 daarbij de doorslaggevende gebeurtenis was. Eerder speelde de daaraan voorafgaande hausse op Wall Street de Duitsers parten: die zoog zoveel kapitaal aan dat ‘er voor Duitsland te weinig overbleef’.

De populist roept de gangbare ‘wat zou er gebeurd zijn als’-vragen op – al laat Carter Hett die wijselijk onbeantwoord. Wat zou er gebeurd zijn als het economisch herstel, dat zich medio 1932 voorzichtig aftekende, wat eerder en wat krachtiger had ingezet? Wat zou er gebeurd zijn als de democratische partijen hun krachten hadden gebundeld? Wat zou er gebeurd zijn als Heinrich Brüning in mei 1932 geen plaats had moeten maken voor Franz von Papen, een politicus die volgens de Franse ambassadeur André François-Poncet ‘de eigenaardigheid bezat dat hij door vriend noch vijand serieus werd genomen’. En wat zou er – last but not least – zijn gebeurd als de hoogbejaarde rijkspresident Paul von Hindenburg zich in zijn beleid wat minder had laten leiden door zijn afkeer van de sociaal-democraten, en als hij wat langer had volhard in zijn verzet tegen de benoeming van Hitler tot rijkskanselier?

‘De populist’ van Benjamin Carter Hett.

De rijkspresident koesterde een, door standsbesef ingegeven, afkeer van Hitler – de soldaat eerste klasse uit het Beierse leger. Na een onderhoud met Hitler in de zomer van 1932, toen de NSDAP verreweg de grootste partij was in de Rijksdag, zei Von Hindenburg dat hij het voor ‘God, geweten en vaderland’ niet kon verantwoorden de regering in handen te leggen van één partij, en al helemaal niet van een partij die ‘bevooroordeeld (was) tegen andersdenkenden’. In een gesprek met een aristocratische vriend noemde Von Hindenburg het ministerschap van Posterijen het hoogst haalbare voor Hitler. Maar toen hij uiteindelijk voor de keuze werd gesteld om de noodtoestand uit te roepen of Hitler te benoemen tot rijkskanselier, koos hij voor de laatste optie. En in zijn laatste levensjaar – Von Hindenburg stierf in 1934 – toonde hij zich ingenomen met de daadkracht van de rijkskanselier. Die waardering was niet wederkerig. Hitler verdacht de president er op goede gronden van dat hij de monarchie wilde herstellen.

De andere wegbereiders van Hitler raakten snel doordrongen van de strategische fouten die zij hadden gemaakt. Al in februari 1933 schreef de reactionaire denker Edgar Julius Jung, die meende dat de wereldgeschiedenis bij de Franse Revolutie een verkeerde afslag had genomen, aan een geestverwante vriend: ‘Wij zijn er deels verantwoordelijk voor dat deze kerel aan de macht is gekomen. Wij moeten hem zien kwijt te raken.’ Met dat oogmerk schreef hij een door de radio uitgezonden rede die Franz von Papen, vicekanselier in Hitlers regering, op 17 juni 1934 uitsprak in Marburg. Jung liet Von Papen onder andere zeggen dat het fascisme ‘een gecultiveerd, lezend en denkend volk als de Duitsers op de lange termijn niet zou bevredigen’, en dat Duitsland in internationaal isolement was geraakt door ‘een intolerante ideologie’.

Toen Jung, gezeten bij de radio, Von Papen deze woorden hoorde uitspreken, raakte hij buiten zichzelf van vreugde. Carter Hett: ‘In zijn opwinding besefte Jung niet dat hij naar zijn eigen doodvonnis zat te luisteren.’ Kort daarop werd hij gearresteerd en tijdens de zogenoemde ‘nacht van de lange messen’ vermoord. Von Papen werd als ambassadeur naar Wenen verbannen. De opstand tegen het nazibewind die zij hadden willen ontketenen, bleef uit. Ook doordat Von Papen na het uitspreken van de rede niets ondernam om de oppositie te organiseren. Dit is een van de vele fouten die Von Papen heeft gemaakt, maar een van de weinige die hij naderhand heeft willen toegeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden