De poolhaas moet het gelukkigste dier zijn

In witte kleren in een witte kamer voor een wit stuk papier zitten lijkt mij schitterend en dan hoeft het buiten niet eens te sneeuwen....

Kees Fens

Ik lees een boek over kleuren in de kunst, geschreven door een beroemde kleurenexpert, John Gate. Het boek is zo diepzinnig dat ik nogal eens op kijk van het lezen. Ik zie in het water voor mijn huis een witte roeiboot over het water gaan, twee in het wit geklede gestalten laten de spanen langzaam gaan. Het is mooi en ook koel. En alle kleuren in het boek verliezen het. Ik zie de boot verdwijnen, er komt een tweede nog wittere aan, hij vaart traag alsof hij met zijn witte gestalte wil pronken. Achter het stuurrad staat een lange witte man, voornaam, hij kijkt als een heerser voor zich uit. In mijn blik passeert hij een geheel in het wit gekleed meisje, ze heeft een witte pet op en draagt een witte schoudertas. Ze loopt zeer zelfbewust. Ik hoop dat zij op weg is naar een witte kamer. Ik moet terug naar de kleuren.

Ik heb in mijn boek nog niets over wit gevonden. Ik blader er ongeduldig in. Tegen het einde vind ik een paginagrote reproductie van een schilderij van Mary Cassatt. Meisje aan het raam heet het, het dateert van 1883. Het meisje is geheel in het wit gekleed, zij draagt een rijk geplooide witte jurk en heeft een prachtige breedgerande witte hoed op waar blauw doorheen schemert. Wit, lees ik, was de zomermode voor vrouwen in de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw. Aan alle schaduwen die de plooien in de jurken opriepen, haalden de impressionisten hun hart en kunst op. Ik zie ineens een menigte in het wit geklede vrouwen voor mij, vooral van Renoir. Bij de Franse impressionisten is het altijd zomer.

In de negentiende eeuw begonnen ook de heren zich in het wit te kleden. De mooiste pakken werden in de tropen gedragen. Tempo doeloe, een witte cultuur van het blanke ras. Ik heb altijd naar een witte wereld verlangd. Het antieke Rome met al die witte toga’s, het moet schitterend zijn geweest. (De laatste witte toga wordt in Rome gedragen door de paus, door de huidige paus zelfs met enige koketterie. Zijn lengte roept in herinnering de beschrijving van een andere paus door Bertus Aafjes: ‘een witte paaskaars’). De meeste mannen en vrouwen in India zijn in het wit gekleed, het is elke keer betoverend. Op de oude foto’s zie ik mijn vader het liefst, laat ik eerlijk zeggen met liefde, in zijn tropenuniform, op het wit geschilderde dek van zijn schip. Misschien zijn die foto’s wel het begin van mijn betovering.

In Europa werd wit tenniskleding (en cricketkleding, natuurlijk) en het gaf voor mij iets heel rijks aan die sport, iets ontoegankelijks ook. Niet voor niets hielden de spelers zich nagenoeg onzichtbaar achter hagen en hekken. Alleen het geluid van de tikkende ballen was voor de buitenwereld. Armoede was grijs of vaal gekleurd. Witte kleding is op Wimbledon nog altijd verplicht (al die kleuren bij meer losbandige toernooien). Bij de finale dit jaar verscheen Federer zelfs in een geheel wit pak, prachtig. Hij had alleen nog een witte hoed moeten dragen om de zomer naar de volmaaktheid te doen reiken. Zijn pak was de ideale kleding voor de witte kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden