De polsslag van de stad

Roddelkoning die bij de feiten bleef

Het gaat Bicker Raije om de feiten. Het nieuws haalt hij op straat, op de markt of in het koffiehuis. Hij beschikt over een groot netwerk. De ideale Amsterdamse stadsverslaggever kortom, uit de 18de eeuw.

Op 12 maart wordt in de Amsterdamse wijk het Funen een lijk uit het water gevist. De man was al twee maanden vermist, en er was een oproep gedaan in de kranten. Een jongetje dat aan de waterkant groene blaadjes zocht voor zijn konijn, zag de dode man drijven en waarschuwde zijn vader. Dit bericht had dit jaar in de krant kunnen staan. Het Funen is nu een groene Amsterdamse nieuwbouwwijk met jonge gezinnen, omgeven door water; echt een plek waar jongetjes konijnenvoer zoeken.

Maar dit bericht dateert uit 1772. Wij zouden in een krantenbericht niet vermelden dat het een 'Jood' betrof, en al zeker niet 'een fatsoenlijke Jood', en dat zijn zakken vol geld zaten zou ook onvermeld blijven. Evenmin zou het jongetje een premie opstrijken. Dat gebeurt wel in het bericht dat Jacob Bicker Raije erover schreef.

Bicker Raije was een Amsterdamse ambtenaar, geboren in 1703. Veertig jaar lang, van 1732 tot aan zijn dood in 1772, hield hij een kroniek bij van het leven in zijn stad. Hij was geen man van grote importantie; als hij deze kroniek niet had geschreven, zou niemand weten wie hij was.

Hij stamde uit een welgestelde koopmansfamilie, zijn moeder kwam uit de familie Bicker, een regentengeslacht. Hij had wat baantjes, maar druk had hij het niet. Hij werkte als ontvanger van Amsterdamse belastingen en was 'afslager' op de vismarkt. Het werk kon hij aan anderen uitbesteden, terwijl hij er toch goed aan verdiende - een 'sinecure' heette zo'n zorgeloos baantje dat de burgemeester aan zijn eliteburgers gaf. In zijn vrije tijd was Bicker Raije kapitein van de schutterij. En dus amateur- kroniekschrijver.

Zijn kroniek vormt een geweldige bron voor wie geïnteresseerd is in het dagelijks leven in het 18de-eeuwse Amsterdam. Die eeuw geldt als een saaie tussentijd, een tijd van stijve pruikenkoppen, brallende gelegenheidsdichters en zelfvoldane renteniers. De bloei van de Gouden Eeuw was voorbij, en de spectaculaire industrialisatie was nog niet in zicht.

Historicus Machiel Bosman, die vorig jaar Elisabeth de Flines schreef, een prachtig, dramatisch liefdesverhaal, op basis van historische documentatie, raakte gecharmeerd van het werk van deze 18de-eeuwse verslaggever. Van de 3715 berichten koos hij er 600, waarbij 'zeggingskracht en verwondering' de belangrijkste criteria waren. Bosman 'hertaalde' de teksten: het Nederlands van toen bleef intact; ten behoeve van de leesbaarheid paste hij spelling en grammatica aan. Dat werkt goed, de stijl is fris en helder.

De polsslag van de stad (helaas werd die titel al gebruikt door Annet Mooij, voor haar boek uit 1999 over Amsterdamse geneeskunde) is geen overzicht van een tijdperk, en ook ontbreekt de analytische beschouwende blik. Het gaat Bicker Raije om de feiten. Hij haalt zijn nieuws van de straat, op de markt of uit het koffiehuis. De feiten zijn niet op waarheid te toetsen, maar de kroniekschrijver beschikte over een groot netwerk.

Persoonlijke zielenroerselen worden evenmin uitgemeten. De dood van zijn eerste vrouw en zijn tweede huwelijk worden droogjes vermeld. Belangrijker lijken de kinderziektes, de schoolcijfers en de voordrachten van zijn neven Johan en Pieter, op wie de oom, die zelf kinderloos zou blijven, zeer trots is. Bij de dood van zijn oude moeder, staat hij langer stil. Erg vroom lijkt de verslaggever niet, eerder een routineuze christen. Als er een goede oogst of visvangst is, schrijft hij dit toe aan de goede God, en voor zijn moedertje rekent hij op 'eeuwige volmaaktheid'.

Onaangedaan is hij ook weer niet. Uit zijn woordkeus - 'droevig nieuws', 'een kwaadaardige vrouw', 'de verfoeilijkheden van de sodomie' blijkt zo'n beetje wat hij vond. Veel Amsterdammers deugden niet, zoals altijd en overal. De zeven hoofdzonden wer

den met overgave begaan. Er werd gemoord, gestolen, gezwendeld en overspel gepleegd dat het een aard had.

De straffen waren ernaar: met ingehouden genoegen doet Bicker Raije verslag van de vele keren dat er publiekelijk 'recht wordt gedaan'. Bij lichte vergrijpen bleef het bij brandmerken of geselen, in geval van moord kweet de beul zich van zijn bloederige taak, of werd de snoodaard aan de galg gehangen.

Ook over 'de jeugd van tegenwoordig' werd al even hoofdschuddend gesproken als nu. Geheide boefjes waren de jongens uit het Burgerweeshuis, die het niet pikten dat ze voortaan al om acht uur 's avonds thuis moesten komen. 'Ze hebben in het weeshuis van binnen de ruiten ingesmeten, de vader zwaar geslagen en verschillende spullen vernield en aan stukken geslagen, en bovendien twee jongens met geweld uit een hok of gevangenis gehaald die daar door de regenten voor straf in waren gezet.'

Ziektes, daarnaar had Bicker Raije als echte roddelkoning een begerig oor. Ene Jan Boumeester overleed aan een kankergezwel boven zijn sleutelbeen. 'Men' denkt te weten waardoor dat kwam: de man bezocht dagelijks de markt; daar handelde hij met 'Joden en andere mensen die het gebruik hadden elkaar tegen de borst te slaan' - vandaar. Een ander medisch unicum: een juffrouw stierf nadat ze op een bruiloftsfeest flink had gedanst, 'waardoor naar men zegt het vet in haar lijf was gesmolten'.

In enkele winters slaat de kou toe en worden mensen doodgevroren gevonden op straat. Bicker heeft ook oog voor klein, gruwelijk leed, zoals de vrouw die met een kindje liep te bedelen. 'Het meisje had gepiest, en dat water had de kousjes terwijl het langs de benen liep daaraan vastgevroren. De vrouw vroeg om een beetje water om de benen te ontdooien, maar toen ze de kousjes uit wilde trekken bleef al het vel eraan zitten.'

Kinderen leggen ook nogal eens het loodje in deze kroniek. De vrouw van een pruikenmaker was niet goed bij haar hoofd. Ze 'lag moedernaakt omdat ze alles van haar lijf scheurde'. Zonder dat iemand het wist kwam deze vrouw 'in de kraam, verloste zichzelf en vermoordde haar kind.' Bicker Raije noteert een pikant detail: de echtgenoot was in geen jaren 'bij haar geweest'.

Als we de geschiedenis zó opgediend krijgen, is ze uitermate opwindend. Misschien een idee om in de geschiedenisles deze berichten van de straat te gebruiken; zij brengen het verleden tastbaar dichtbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden