De poëzie ligt op straat, zonder kip, ezel en stilte

In de smalle Amsterdamse Nes komt een zwartglanzend bestelbusje abrupt tot stilstand. Een jongen in een lang donkerrood schort stapt uit en kijk wat verbaasd naar de witte letters op het hobbelig wegdek....

Van onze verslaggeefster

Karin Veraart

AMSTERDAM

Mandelinck is met Watou uit logeren gegaan in Amsterdam, zo zei hij het zelf eerder deze week. Watou is zijn dorp in het westen van Vlaanderen, een 'nevelvlek', de aars van het Nederlands taalgebied waar maar twaalfhonderd mensen wonen, maar vooral: de plaats waar dichter/bilbliothecaris Mandelinck al jaren lang zijn inmiddels befaamde kunst- en poëziemanifestaties organiseert.

Ook dit jaar, met medewerking van Jan Hoet dit keer, directeur van het Stedelijk Museum Actuele Kunst (SMAK) te Gent. Maar tevens besloot Mandelinck nu in samenwerking met het Vlaams Cultureel Centrum de Brakke Grond tot een 'geografische prelude' - in de vorm van Watou op locatie in Amsterdam.

Een naboosting van Watou mocht het niet worden. Kon het ook niet worden, want de rurale omgeving van Watou is zeer bepalend voor de manifestatie, waar schuren, scharrelkippen, soms een ezel, de geur van koeienmest en niet te vergeten: de stilte een belangrijke rol spelen. Watou in een wereldstad, kon dat dan eigenlijk wel? 'Met veel schroom en onzekerheid' toog Mandelinck naar deze plek.

Maar bij de officiële opening op het Nesplein in het bijzijn van minister van Cultuur Luc Martens, toont de kleine dichter zich toch wel trots. Het is een retrospectief geworden; een soort herinnering aan zeven zomers Watou, waarin dichters en kunstenaars terugkeren die eerder in het Vlaamse grensdorp het middelpunt van de manifestatie waren.

Mandelinck spreekt over de lat-verhouding tussen poëzie en beeldende kunst die wordt belicht, over hoe de dichter en de kunstenaar elk soms even uit hun eigen discipline stappen; de minister benadrukt dat de gedichten geen praatjes bij de beelden vormen en de beelden geen visualisatie van de teksten zijn. Beeldende kunst en poëzie als eigenzinnige partners.

Maar in veel gevallen ook welwillende partners, blijkt in de Brakke Grond. Zo is De zin van het zinloze, een beeld van Roger Raveel zodanig gekanteld dat het gedicht van Gerrit Kouwenaar Sloophuis zichtbaar is in de spiegel die deel uitmaakt van het kunstwerk.

En wat is er ontroerender dan te lezen: Er zijn heel tedere machines nodig om op een mooie dag naar nergens te vliegen terwijl je kijkt naar een teergroen vliegmachien of, iets verderop, een grote oranjerode papaver met mini-propellors? Luuk Gruwez en Panamarenko. In hetzelfde zaaltje waar ook Donald Judd en Roland Jooris een plaats kregen en Marcel Broodthaers (289 Coquilles d'oeufs) en Rutger Kopland (Volgens de prediker) een misschien wat minder voor de hand liggend duo vormen.

In het kantoortje in de krochten van het gebouw versterkt een en ander elkaar; zo werkt het behoorlijk beangstigend als tussen de vervaarlijk laaghangende rijen vliegenstrips van Jan Fabre (De Vliegenvangkamer) opeens een stem opklinkt die Gerrit Achterberg citeert: Het raam is dood aan deze kant. / Het heeft geen andere kant. / De wereld werd een wand, / waartegen ik beweeg, / een vlieg, een dunne veeg.

Hugo Claus is de enige die meer dan een rol speelt op deze tentoonstelling: in zijn eigen lila vertrek in de grote expozaal is hij via een koptelefoon te horen wanneer hij zijn Dichter voordraagt, terwijl je omgeven bent door zijn kunst aan de wanden.

Tegenover de kamer van Claus bevindt zich Aernout Miks lakenbeeld met ernaast Kees Ouwens De Omstandigheden, een gedicht dat begint met: Langzaam maar zeker werd het donker. / En stil. Helaas niet in de Brakke Grond, waar op dat moment het uitgebreide weerbericht door de luidsprekers klinkt. Watou in de wereldstad.

Een gevaar dat Mandelinck wel van tevoren had zien aankomen was dat van de straatstress. Want afgezien van de Nes zijn er nog elf locaties - bij uitgevers, boekwinkels, cafés - waar men kan genieten van een gedicht, door beeldend kunstenaars op doek gezet. De meeste hangen in etalages en soms zijn ze achter spiegelende ruiten wat moeilijk te lezen. En je fietst je rot door die wereldstad, maar een mens heeft wat over voor een goed gedicht.

Watou op locatie in Amsterdam t/m zondag 23 augustus in Vlaams Cultureel Centrum (VCC) de Brakke Grond, Nes 45, en andere locaties. Toegang gratis, ma-za 10.00 uur tot 19.00 uur. Informatie en reserveringen: 020-6229014.

Rondleiding o.l.v. gids: zondag 5 juli en volgende eerste zondag van de maand.

Poëzieparcours: folder met locaties verkrijgbaar aan de balie VCC, korting op huren van fiets. Weekendexcursie naar Watou, Poëziezomer '98 'Voor het verdwijnt en daarna', SMAK in Watou. Za 22 en zo 23 augustus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden