De pijn van Duitsland

Vanaf deze week regeert bondskanselier Gerhard Schröder in Berlijn. De erfenis die de Duitse politici uit Bonn hebben meegenomen, is indrukwekkend....

Philippe Remarque

IN APRIL 1945 beleefde de historicus Arnulf Baring, toen 13 jaar oud, de angstigste dertig minuten van zijn leven. De laatste Duitse soldaten waren uit de Berlijnse wijk waar hij woonde, weggevlucht; het Rode Leger was in aantocht. 'Hoe we zouden omkomen, was mij en mijn schoolvrienden niet duidelijk, of we gedeporteerd of doodgeschoten zouden worden, of zouden verhongeren. Maar wij kinderen twijfelden er niet aan dat er geen kans was het einde van de oorlog te overleven', schrijft hij in Es lebe die Republik, es lebe Deutschland!, waarin hij - naast een keuze uit zijn eerdere publicaties - de toekomst van Duitsland aan een beschouwing onderwerpt.

De ondergang van het Derde Rijk was in 1945 compleet. De steden lagen in puin, meer dan vijf miljoen Duitsers waren omgekomen, de overwinnaars konden met het land doen wat ze wilden.

Van Adolf Hitler hoefde Duitsland niet verder te bestaan. Enkele maanden voor zijn zelfmoord zei hij tegen Albert Speer: 'Als de oorlog verloren wordt, is ook het volk verloren.' Volgens hem was het maar het beste om alles wat voor de Duitsers nodig was om verder te kunnen leven, te vernietigen. Het Duitse volk had zich immers 'het zwakkere' betoond.

Het is anders gelopen. Arnulf Baring overleefde de oorlog en het Duitse volk maakte een onwaarschijnlijk snelle wederopstanding door. 'Stunde Null' in 1945 bleek voor de Duitsers een kans om zichzelf opnieuw uit te vinden. Dat ze daarin zo uitstekend geslaagd zijn, blijft verbazen.

Dit jaar is in Duitsland een reeks boeken verschenen die zijn gewijd aan het succes van de Bondsrepubliek. De aanleiding is niet alleen dat vijftig jaar geleden de grondwet van West-Duitsland werd aangenomen en de eerste bondsdagverkiezingen werden gehouden, maar ook dat Duitsland met de verhuizing van regering en parlement naar Berlijn afscheid neemt van de 'Bonner Republik'. Als het aan de auteurs ligt, wordt dit geen afscheid van de democratische beginselen en de westerse oriëntatie die met de naam Bonn verbonden zijn geraakt. Maar het is wel aanleiding voor een positieve herwaardering van de afgelopen vijftig jaar.

Hoe ingrijpend na 1945 de breuk met het verleden was, laat Manfred Görtemaker zien in zijn goed gedocumenteerde en encyclopedisch nauwkeurige overzichtswerk Geschichte der Bundesrepublik Deutschland. Vanaf de stichting van het Duitse Rijk in 1871 vonden de Duitsers dat zij een Sonderweg moesten bewandelen. Andere volkeren omarmden democratie en liberale denkbeelden. Duitsland bleef een antiwesterse, militaristische, door de keizer geregeerde Obrigkeitsstaat. Na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog volgde weliswaar een poging tot democratie (de Weimar-republiek), maar die was belast met de conservatieve erfenis en eindigde in de dictatuur van de nazi's.

Aan de eigen Duitse weg kwam een einde in 1945. Bij het opstellen van de nieuwe grondwet braken de Duitsers met hun staatkundige traditie. Zij sloten zich aan bij Franse en Angelsaksische waarden. Aspecten van de grondwet die de Weimar-republiek instabiel hadden gemaakt, werden dit keer bewust vermeden: de kanselier kreeg meer macht, de president werd een ceremonieel figuur, het parlement kon de regering alleen ten val brengen als het tegelijkertijd een nieuwe regeringsleider benoemde (constructieve motie van wantrouwen).

Natuurlijk blijft het voor Duitsers een onplezierig idee dat ze deze belangrijke koerswijziging niet uit eigen beweging hebben gemaakt. Ze werd opgelegd door de Britse en Amerikaanse bezettingsmachten, die West-Duitsland nodig hadden als bondgenoot tegen de Sovjet-Unie. De meeste politici in het naoorlogse Duitsland wilden zich niet bij de deling van hun landneerleggen. Toch was het zo'n Duitse politicus die de nieuwe republiek bijna in zijn eentje vormgaf: Konrad Adenauer. 'In den beginne was Adenauer - zo laat het ontstaan van de Bondsrepubliek zich kort aanduiden', schreef Baring in 1969.

Adenauer, een autoritaire vaderfiguur en 69 jaar oud aan het einde van de oorlog, was de bij uitstek geschikte persoon om Duitsland zijn plaats in West-Europa te geven. Hij had als Rijnlander de pest aan Pruisen en had zelfs een fysieke afkeer van het oosten van Duitsland. In de jaren twintig, hij was toen burgemeester van Keulen, zei hij eens dat voor hem bij Braunschweig de 'Aziatische steppe' begon. Als hij met de trein naar Berlijn reed, deed hij in Magdeburg de gordijntjes dicht en als hij de Elbe passeerde, spuugde hij uit het raam.

Het Rijnland was in zijn ogen het hart van het Avondland. Daar kwamen katholicisme en liberalisme, Noord- en Zuid-Europa, Franse levenskunst en Pruisische deugd samen, schrijft Baring. Al vóór de nazi-tijd wilde Adenauer het Rijnland loskoppelen van Pruisen. In zijn wereldbeeld was de Dom van Keulen het middelpunt en was Parijs dichterbij dan Berlijn. De nederlaag en de deling van Duitsland gaven hem onverwacht de kans zijn ideeën in praktijk te brengen. Hij overtuigde zijn landgenoten ervan dat men geen keus had. Duitsland moest zich met Frankrijk verzoenen, deelnemen aan het westerse bondgenootschap en bijdragen aan de vorming van een West-Europese economisch-politieke gemeenschap.

De breuk met het Duitse verleden kon niet groter zijn. Door het Wirtschaftswunder, mogelijk gemaakt door het radicale marktdenken van Adenauers minister van Financiën Ludwig Erhard, werd het nieuwe Duitsland ook voor de gewone Duitsers een groot succes. De vroegere klassen- en standenmaatschappij verdween; er ontstond een grote, welvarende middenklasse.

De oppositionele socialistische partij (SPD) bleef hameren op de Duitse hereniging. De 'westpolitiek' was voor haar leider Kurt Schumacher 'een internationaal complot van het grootkapitaal en het reactionaire katholicisme'. Maar Adenauer vond dat de Bondsrepubliek zich moest ontwikkelen tot de Duitse 'kernstaat', waarbij de oostelijke gebieden zich konden aansluiten als de politieke omstandigheden dat toelieten. Dat kon echter alleen als de angst voor de dynamiek van de 75 miljoen Duitsers bij de andere landen werd weggenomen door Duitsland in Europa te integreren.

Zo is het gegaan. Het is de grote verdienste van Helmut Kohl dat hij in 1989-1990 besefte dat hij onmiddellijk gebruik moest maken van de kans op hereniging. Maar achteraf is misschien nog wel belangrijker, vinden Baring en Görtemaker, dat hij iedere verleiding weerstond om met de herwonnen Duitse zelfstandigheid terug te grijpen op het Duitse Rijk van weleer en een nieuwe Sonderweg in te slaan. Integendeel, door de D-mark op te offeren aan de Europese integratie bond Kohl het herenigde Duitsland nog vaster aan de westelijke buurlanden.

NU DUITSLAND in Berlijn aan een nieuw hoofdstuk van zijn geschiedenis begint, zijn de democratie, de markteconomie en de binding met het Westen van de periode-Adenauer nog steeds de belangrijkste pijlers van de Duitse samenleving. Maar daarmee is het verhaal van de Bondsrepubliek Duitsland niet volledig verteld.

Görtemaker, die veel aandacht besteedt aan sociologische en culturele ontwikkelingen, staat uitgebreid stil bij het onbehagen van veel Duitse intellectuelen. Zij toonden dat eerst bij de deling van Duitsland en de opgelegde democratie, later bij het triomfantelijke van het 'Wir sind wieder wer!' en de heroprichting van een Duits leger. Het Duitsland van Adenauer was een conservatieve, benauwde maatschappij, die alleen aan wederopbouw dacht en het nazi-verleden verdrong. De kanselier had aan de culturele elite geen enkele boodschap.

De linkse intellectuelen hadden een volkomen vernieuwing verwacht van Duitslands 'Stunde Null'. In het Adenauer-regime zagen ze vooral 'restauratie', in de economische bloei geestelijke verarming. 'Otto Normalverbraucher, de symboolfiguur van de jaren van honger en armoede, is in ijltempo veranderd. De deerniswekkende figuur is een dikzak geworden. En met het lichaam vervette de ziel, met de ziel ook de moraal', schreef een van hen.

In de jaren zestig werd de onvrede over het heersende systeem groter. Het pragmatisme van de eerste twintig jaren had de Duitsers rijk gemaakt, nu was er ruimte voor idealisme. Na de opstand van de studenten in 1968 kreeg dit ook politieke gevolgen: de 'tweede stichting van de republiek'. Met Willy Brandt kwam voor het eerst een sociaal-democraat aan de macht. In zijn regeringsverklaring sprak hij van 'mehr Demokratie wagen'.

De politicoloog Kurt Sontheimer neemt in zijn lezenswaardige boek So war Deutschland nie de linkse intellectuelen op de hak. Hun scherpe kritiek op de Bondsrepubliek stond volgens hem in geen verhouding tot de tamelijk rooskleurige werkelijkheid. Zij stelden niet alleen het Duitse nazi-verleden aan de kaak, maar brachten daar ook alles wat hen niet zinde mee in verband. Onschuldige wetswijzigingen met betrekking tot de noodtoestand zagen zij als een terugkeer naar het fascisme. Sommigen wilden zelfs het gehate Duitsland verlaten, die staat van onrecht, willekeur, onderdrukking en geweld.

Zulk extremistisch denken werd gevaarlijk, toen activisten begonnen het in daden om te zetten. In 1969 werd een warenhuis in Frankfurt in brand gestoken, uit protest 'tegen de consumptieterreur'. Het was het startschot voor het Duitse terrorisme.

Sontheimer denkt dat dit extremistische denken bij Duitsers hoort. Hij schrijft: 'Ze lijken de tekortkomingen van hun maatschappij met meer pijn te ervaren dan andere volkeren, ze lijden sterker onder abstracte, metafysische pijnen dan andere, minder filosofisch ingestelde naties.' Volgens hem zijn Duitsers altijd bang voor van alles en nog wat; als het niet de ineenstorting van Duitsland is, dan wel de verwoesting van het milieu.

Hij citeert Baring: 'Men denkt bij ons graag in alternatieven van absoluut geluk of onafzienbare catastrofe, van een veelbelovende wending of een verschrikkelijk, dodelijk einde, men maant schril tot een ommekeer of voorspelt koel de ondergang.' TEVREDENHEID met de Bondsrepubliek paste natuurlijk geenszins in dit schema. De Duitse intellectuelen dachten hoogstens positief over de DDR. Toen het uur van de Duitse hereniging aanbrak, democratisch verkozen door een grote meerderheid van de DDR-burgers, waren ze tegen. Volgens Günter Grass sloot 'Auschwitz' een toekomstige eenheidsstaat uit. Na de hereniging overheerste niet de blijdschap, maar de angst dat een Duitse nationale staat weer een Sonderweg zou bewandelen.

De Duitse intellectuelen blijven moeite houden met hun nationale identiteit, door de ongekende misdaden die de nazi's in naam van die identiteit hebben begaan. Duitsland is na Hitler 'ein schwieriges Vaterland' geworden. Duits zijn doet pijn. Daaraan is ook nu nog weinig veranderd. 'De belangrijkste karaktertrek van de Duitsers is on-Duits te willen zijn', concludeerde de Hongaarse essayist László Földényi.

Een andere buitenstaander, de Duitsland-kenner Timothy Garton Ash, merkte spottend op: 'Dit land heeft vaste, duidelijke grenzen in oost en west. Het heeft nu een compacte, solide omvang. Dit land heeft een van de rijkste talen, sommige van de mooiste landschappen en is een van de welvarendste staten ter wereld. Wie uit al die dingen geen identiteit kan creëren, is misschien te diepzinnig.'

Baring en Sontheimer vinden dat het hoog tijd is dat de Duitsers wat meer van hun eigen land gaan houden. Er kan volgens Sontheimer niet genoeg op gehamerd worden, zoals ook al blijkt uit de titel van zijn boek, dat voor Duitsland een unieke, nieuwe fase is aangebroken. Het succes van de Bondsrepubliek duurt al vijftig jaar; dat is langer dan het keizerrijk, de Weimar-republiek en Hitlers Derde Rijk hebben bestaan.

Op den duur, schrijft Sontheimer, kan de weigering om zich met de Duitse natie en staat te verbinden het functioneren van de democratie in de weg zitten. Hij pleit voor een nationaal reveil in de liberale zin van Thomas Mann, een van de grootste Duitse schrijvers in de twintigste eeuw en een onverdachte anti-nationalist. In 1930 eindigde Mann een oproep tegen de nazi's met de woorden: 'De naam vol zorg en liefde, die ons bindt en die ons vandaag weer het diepst aangrijpt, onze harten en tongen losmaakt, is voor ons allen slechts één: Duitsland.'

Baring vindt dat het Duitse volk van nu niet gevaarlijker is dan andere volkeren. De Duitsers moeten bovendien inzien dat hun geschiedenis meer omvat dan de twaalf jaar nazi-dictatuur. De Duitse geschiedenis 'is niet alleen verontrustend, geeft niet alleen aanleiding tot zorg. Men kan er ook moed uit putten. Ons verleden kent veel grote momenten. Ook wij hebben reden tot zelfvertrouwen, waardigheid en bescheiden trots. Wat ons in de laatste halve eeuw is gelukt, was na het voorafgaande niet vanzelfsprekend.'

Baring stelt dan ook voor dat Duitse politici en bestuurders bij feestelijke gelegenheden voortaan, net als in Frankrijk, roepen: 'Leve de republiek! Leve Duitsland!'

Alle drie auteurs denken dat de veelbesproken 'Berliner Republik', die nu is begonnen, weinig verandering zal brengen in de richting die Duitsland na de nazi-tijd is ingeslagen. 'Het ontstaan van een 'vierde rijk' lijkt in het licht van de structurele binnenlandse veranderingen en de externe bindingen van Duitsland uitgesloten', schrijft Görtemaker.

Toch is het opvallend dat de oproepen tot een herwaardering van het Duits-zijn klinken op het moment dat de politiek terugkeert naar Berlijn, waar de Duitse Sonderweg is begonnen en geëindigd. Deze verandering valt samen met het aan de macht komen van een generatie die de oorlog niet bewust heeft meegemaakt.

Bondskanselier Schröder vindt dat 'Duitsers te krampachtig met hun geschiedenis omgaan'. Hij spreekt van een 'nieuw Duits zelfbewustzijn'. Als de proef op de som daarvan kan de deelname van Duitsland aan de oorlog in Joegoslavië worden gezien. Een 'vierde rijk' is hiermee niet geboren, maar Duitsland zou geestelijk wel eens in de richting die Baring en Sontheimer wensen, kunnen opschuiven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden