Interview

De pianobroers Arthur en Lucas Jussen storten zich op de Russische grootheden

Lucas (links) en  Arthur Jussen. Beeld Eva Roefs
Lucas (links) en Arthur Jussen.Beeld Eva Roefs

Het stond sowieso al op de planning, maar bij gebrek aan concerten hadden Lucas en Arthur Jussen afgelopen jaar tijd om hun Russian Album op te nemen. De broers kregen artistieke vrijheid en kozen onder meer voor Stravinsky’s Concert voor twee piano’s, een stuk dat naar eigen zeggen de ruimte biedt ‘om ertoe te doen’.

Het ging net zo lekker met Lucas en Arthur Jussen. De carrière van de pianobroers (28 en 24) speelde zich de afgelopen jaren in steeds hogere mate in het buitenland af, steeds werden de zalen ietsje mooier.

Zaten ze vorig jaar ineens weken thuis. Lucas Jussen (28): ‘Als muzikant moet de rust je soms opgelegd worden voordat je werkelijk stopt. Dat eerste maandje was ook wel lekker, we zagen onze familie wat meer. Maar daarna wilden we initiatief nemen. Wat kon er wel?’

Ze deden wat veel musici deden in coronatijd: ze doken de studio in. Het resultaat is vanaf vandaag uit en heet The Russian Album. Er staat muziek op van Sjostakovitsj, Rachmaninov, Stravinsky en Arenski. De broers vertellen erover aan een lange tafel in het Hilversumse kantoor van Universal, waar hun platenmaatschappij Deutsche Grammophon onderdeel van is. Coronaproof: er is bijna niemand.

Lucas (de oudste, iets ranker gezicht en wat krullender haar dan zijn broer): ‘Door het album hadden we iets om voor te studeren. Deze cd stond eigenlijk gepland om pas in 2021 op te nemen, we hebben het project naar voren kunnen halen.’

Arthur (iets langer, de ogen wat verder verstopt): ‘Na die eerste lockdown hebben we nog best veel gespeeld, eigenlijk. Italië, Duitsland, Oostenrijk.’

Lucas: ‘Dat voelde weer normaal. Maar die laatste lockdownperiode vind ik heftig. Al hebben we een paar weken geleden nog in Barcelona kunnen spelen.’

Lucas en Arthur Jussen Beeld Eva Roefs
Lucas en Arthur JussenBeeld Eva Roefs

Hoe zien jullie dagen eruit?

Arthur: ‘We werken wel vooruit, we hebben het geluk dat we weten wat we over twee, drie jaar moeten spelen. Er komen veel nieuwe dingen bij. Als we dat repertoire nu al in onze vingers hebben, komen we zeker niet in tijdnood. We studeren nog gewoon vijf uur per dag.’

Lucas: ‘We zijn niet het type musici dat stopt als er geen concerten staan. Verder sporten we dagelijks; je leest boeken, kijkt wat tv.’

Arthur: ‘We wonen naast elkaar in Amsterdam, althans, er zit één appartement tussen. We eten vaak samen. We wandelen veel. Beetje van je eigen stadje genieten, je ziet het er nooit meer zo rustig.’

Wat was vóór corona de verhouding concerten in Nederland en concerten in het buitenland?

Lucas: ‘Als je als klassiek musicus het geluk hebt dat je carrière goed gaat, ben je al heel snel meer in het buitenland aan het spelen. Nederland is natuurlijk heel klein. Sinds een paar jaar hebben we een ander management, daardoor zijn de verhoudingen anders komen te liggen. Vroeger was het 80 procent hier, nu is het de minderheid.’

Arthur: ‘Als je geluk hebt, krijg je overal een eerste kans. Die eerste kans is in een klein zaaltje. Dan moet je het geluk hebben dat daar de artistiek directeuren van orkesten of grotere zalen zitten en dat die onder de indruk zijn. Dat zijn de bepalende momenten, dan moet je goed spelen. En als dat lukt, kom je steeds een stapje verder. Het is ook niet zo dat we in elk land een topcarrière hebben. In Duitsland zijn we bijvoorbeeld verder dan in Engeland, daar staan we onderaan de ladder.’

En in Litouwen moeten jullie eerst nog in een achterafzaaltje optreden?

Lucas: ‘Daar hebben we toevallig al twee keer gespeeld. De Baltische staten kunnen we wel afvinken. Maar er zijn nog heel veel landen over waar we ons eerste concert nog moeten spelen.’

Arthur: ‘Eigenlijk is het wel leuk dat je in het ene gebied iets verder bent dan het andere. Dan heb je een recital gehad in Tokio, vlieg je daarna naar Portugal, ik zeg maar wat, waar niemand je kent en je weer op nul moet beginnen. Dat je gisteren een superrecital hebt gespeeld voor tweeduizend man telt dan niet. Dat we onszelf moeten blijven bewijzen, houdt ons met de benen op de grond.’

Jullie hebben nu al vier keer het woord ‘geluk’ laten vallen.

Lucas: ‘Ja Arthur, dat viel mij ook al op.’

Arthur: ‘Sorry.’

Lucas: ‘Wat Arthur bedoelt: je hebt een manager nodig waar zo’n zaal in het buitenland genoeg vertrouwen in heeft. Een management zegt: joh, ik heb een nieuwe artiest, wil je die eens uitnodigen? Die zaal moet dan zeggen: kom maar. En daarmee, dat eerste concert, moet je een beetje geluk hebben. En de volgende stap is dus dat optreden in een moeilijk, intiem zaaltje, terwijl je weet dat daar mensen zitten die denken: wat kunnen ze nou eigenlijk? Op die concerten staat veel druk. Die zijn veel moeilijker dan die in de grote zalen die iedereen kent, want dan heb je al vertrouwen gewonnen. We zijn ons altijd heel bewust van die sleutelmomenten, dan geven we 150 procent.’

Arthur: ‘Ik geloof dat we die kansen bijna altijd hebben verzilverd. Ik weet nog dat we voor het eerst in Salzburg speelden, 2017, de kleinste zaal, helemaal volgepakt, honderdvijftig man. Je voelt als je in Salzburg rondloopt: hier gebeurt het. Ik denk dat we toen een van onze beste concerten ooit hebben gespeeld, zo gefocust waren we. Sindsdien zijn we bijna elk half jaar teruggevraagd.’

Wat zijn jullie ambities?

Arthur: ‘Ik wil wel een keer in Carnegie Hall spelen, we willen heel graag eens bij de Berliner Philharmoniker soleren. Dat zou het summum zijn, dat is de top in de klassiekemuziekwereld. Ik denk dat we moeten doorgaan met waar we nu mee bezig zijn: veel verschillend repertoire uitvoeren en opnemen, en gevarieerde programma’s maken. Als we dit kunnen voortzetten, komt de rest vanzelf.’

Over succes gesproken: in de wandelgangen gaat het gerucht dat een van de broers verkering heeft met de Chinese toppianist Yuja Wang (34), over wie recensenten, heel on-woke, plachten op te merken dat ze in wel heel korte, sexy glitterjurken optreedt.

Wie van jullie heeft er verkering met Yuja Wang?

(Lucas lacht hard, Arthur verrekt geen spier.)

Lucas: ‘Ikke niet.’

Ik vroeg aan mijn bron: welke van de twee is het dan? Zij zei: ja, die knappe. Toen wist ik het nog niet.

Lucas: ‘Haha, dat is Arthur.’

Arthur: ‘Ik heb haar weleens ontmoet, laat ik het zo zeggen.’

Is het uit?

Arthur: ‘Ik spreek haar nog weleens. Ik heb heel goed contact met haar. Lucas volgens mij ook. Maar er zijn wel meer mensen die ik spreek.’

Het is interessant omdat jullie hetzelfde beroep beoefenen op hoog niveau. Die dingen die jullie nog willen bereiken, heeft zij al bereikt. Leer je dan nog wat van haar?

Arthur: ‘Ik heb weinig met haar over piano gepraat. Ik heb heel veel dingen van haar opgestoken, maar niet per se over muziek.’ (Lucas lacht.) ‘Ik denk niet dat het krantwaardig is als ik daarop inga.’

En Lucas?

Lucas: ‘Ik woon samen. Nee, niet met een muzikant. Ze zit in de financiële wereld, ze werkt op de Zuidas.’

Iemand die een musicus kan onderhouden in coronatijd!

Lucas, lachend: ‘Nou, afgelopen jaar hebben we meermaals bij haar moeten aankloppen: stuur maar een tikkie, dan betalen we je over een jaar terug. Muziek is 90 procent van ons leven, het is fijn als die overige 10 procent niet ook muziekgerelateerd is.’

Veel musici moesten door de pandemie noodgedwongen ander werk zoeken. Stel dat jullie minder succes zouden hebben gehad in de muziek, tot wat zouden jullie je laten omscholen?

Arthur: ‘Wij weten het wel, hè? Al zit dat er in deze periode ook niet in.’

Lucas: ‘We houden van lekker eten, we zouden iets in de horeca willen beginnen. Op de lange termijn is dat ook echt wel een plan. Maar voor nu is dat geen goed voorbeeld.’

Arthur: ‘Het zou best kunnen dat we er over een paar jaar tussenuit gaan om zoiets op te zetten.’

Lucas (links) en  Arthur Jussen. Beeld Eva Roefs
Lucas (links) en Arthur Jussen.Beeld Eva Roefs

Hoe is The Russian Album tot stand gekomen?

Lucas: ‘We hebben een meerjarenplan in ons hoofd, met repertoire dat we willen doen. Dus zoals gezegd, deze cd zat er sowieso een keertje aan te komen. Meestal ga je uit van een of twee grote pilaren, stukken die de cd overeind houden. Dit zijn dus het Concert voor twee piano’s van Stravinsky en de Suite opus 17 van Rachmaninov geworden. Daarna kijken we: waarmee willen we het laten contrasteren, of juist niet? Ik vind dat de romantiek van Rachmaninov er nog beter uitkomt als je haar afzet tegen de hardheid, directheid en ritmiek van een Stravinsky. En andersom ook.’

Arthur: ‘Als je een Russische plaat opneemt, kun je ook voor de bekendere balletten gaan, Tsjaikovski. Ik vind het fantastisch dat we van ons label de vrijheid krijgen om te programmeren waar we in geloven.’

Veel artistieke vrijheid dus?

Lucas: ‘Ja. Dat is niet altijd zo geweest hoor, er kwamen ook weleens voorstellen waar we het totaal niet mee eens waren.’

Arthur: ‘Een platenmaatschappij is ook een bedrijf, dat weten wij en daar is niks mis mee. We zitten nu op een lijn: we hebben dingen die onze buurman die niks van klassieke muziek weet mooi vindt, en we hebben dingen waar we echt heel erg voor staan.’

Lucas: ‘Het belangrijkste is dat we zo’n Stravinsky erop kunnen zetten, dat je de niet-commerciële dingen zonder heftige discussies kunt doen.’

Vijf jaar geleden leek het erop dat jullie meer individueel zouden gaan doen. Hoe staat dat er nu voor?

Arthur: ‘Je moet eerlijk zijn: zeker in het buitenland zien ze ons echt als duo. We hebben samen iets bijzonders, een duo komt minder vaak voor. Vaak spelen we op recitals 60 procent samen, en dan spelen we allebei nog iets solo. We staan er niet zo bij stil.

‘Het scheelt ook dat het duorepertoire minder wordt opgenomen. Als we allebei de 32 Beethoven-sonates zouden opnemen, word je gek van de concurrentie; het is al zo veel gedaan en uiteindelijk kom je altijd uit bij de opnamen van vijftig jaar geleden. Maar van dat Concert voor twee piano’s van Stravinsky ken ik niet één opname waarvan ik denk: nou, dit is zó ontzettend goed. Dat bedoel ik niet arrogant, maar het voelt alsof er ruimte is. Zo van: misschien doet het ertoe.’

Twijfelen jullie er weleens aan of het ertoe doet wat jullie doen?

Lucas: ‘Ik denk wel dat er zoiets is als verzadiging. Per dag komen er honderd violisten bij op YouTube die het Vioolconcert van Tsjaikovski zonder één foute noot spelen. Op een gegeven moment merkte ik dat ik er bijna niet meer door word getroffen. In de jaren zestig had zo’n violist dezelfde statuur als Jascha Heifetz gekregen. De hoeveelheid opnamen staat de mogelijkheid dat een album nog eens legendarisch wordt in de weg. In deze tijd wordt ook álles vastgelegd, we weten door sociale media van iedereen wat hij voor zijn ontbijt eet. Terwijl zo’n Herbert von Karajan (oud-dirigent van de Berliner Philharmoniker, red.) een mythisch iets wordt dat je niet kunt aanraken.’

Arthur: ‘Je moet ook niet gaan denken dat een album de wereld gaat veranderen, wat het vroeger wel kon doen.’

Lucas: ‘Toen de platen kwamen, konden mensen voor het eerst muziek in huis halen. Er was die potentie, er hing zo veel gewicht aan. We zitten nu in een andere dimensie.’

Arthur: ‘Gek genoeg heb ik dat dus helemaal niet met concerten. Een concert, zo’n pianist die de Concertgebouwtrap afdaalt en geweldig speelt, dat zal altijd zijn magie behouden, daar geloof ik heilig in.’

Muzikaal gezin

Lucas en Arthur Jussen werden in 1993 en 1996 geboren in Hilversum. Hun moeder is dwarsfluitdocent, hun vader paukenist in het Radio Filharmonisch Orkest. Ze kregen onder anderen les van Maria João Pires. In 2006 speelden de broers al samen een Mozart-concert in het Concertgebouw, onder leiding van Jaap van Zweden. In 2010 volgde hun eerste cd bij Deutsche Grammophon. The Russian Album is hun zevende album.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden