DE PERS DIE WIJ VERDIENEN

DE ETHIEK als discipline die de mens bestudeert niet zozeer naar wat hij is, maar naar wat hij zou moeten zijn - zo heeft Jan Blokker eens beweerd - staat op gespannen voet met de journalistiek....

Journalisten zouden namelijk enkel de werkelijkheid registreren en zich geen oordeel aanmatigen over feitelijkheden en wenselijkheden, aldus de voormalige professor. 'Honger en misère, moord en doodslag, heibel en corruptie, onrecht en onderdrukking dienen zich bij de journalistiek primair aan, niet om betreurd maar om gesignaleerd te worden.'

Deze opvatting is, behalve enigszins onbeholpen geformuleerd, natuurlijk ook nogal naïef. Journalisten hebben - zoals alle burgers - een maatschappelijke verantwoordelijkheid en mogen, ja zelfs moeten, daar op worden aangesproken.

Zoals Jacqueline Wesselius terecht vaststelde in haar inleiding tot een bundel opstellen over journalistiek en moraal, is het in de journalistieke praktijk een zaak van steeds weer afwegen en kiezen, waarbij rekening moet worden gehouden met diverse belangen en de zoektocht naar 'de' waarheid soms in botsing komt met andere waarden.

Hoe ver mag je gaan met het aantasten van iemands privacy? Wat te doen als nieuws het leven van mensen in gevaar kan brengen? Aan de hand van welke, min of meer subjectieve, criteria selecteer je nieuws? Het zijn lastige vragen met een morele lading. Vanuit de moraal bezien, concludeert Wesselius, is de journalistiek één groot mijnenveld.

Dit mijnenveld heeft na het fatale auto-ongeluk van prinses Diana weer eens flink in de schijnwerpers gestaan. De volkswoede richtte zich op de als te opdringerig ervaren media, en alom werd geroepen om restricties van de persvrijheid.

In Nederland liet Aad Nuis weten wel iets te voelen voor het opstellen van regels die onfatsoenlijke journalisten - hoe gering in aantal misschien ook - tot de orde zouden kunnen roepen. Met dit idee hoopte de staatssecretaris te fungeren als 'initiator en katalysator' van een discussie over journalistieke ethiek.

Nu was zo'n debat over het zedelijk peil van de pers al een tijdje aan de gang. De afgelopen jaren zijn heel wat publicaties en symposia gewijd aan de verhouding tussen journalistiek en moraal. Steeds bleek hierbij dat journalisten buitengewoon geïrriteerd reageerden als aangedrongen werd op regelgeving. 'Praten met een journalist over een gedragscode is hetzelfde als praten met Lucas Bols over geheelonthouding', heeft de vroegere Amsterdamse rechtbankpresident Asscher ooit opgemerkt.

Die weerzin is wel begrijpelijk. In Nederland hebben we over het geheel genomen keurige media. Als mensen zich benadeeld voelen, kunnen zij naar de Raad voor Journalistiek of de rechter stappen. Een gedragscode, zo heeft redactiechef Laroes van het NOS Journaal recentelijk nog in de krant uitgelegd, bindt niemand, is niet afdwingbaar en zou - gezien de uiteenlopende opvattingen die leven bij de media - vol staan met compromissen.

Ongelukkig lijkt ook het voorstel van prof. C.J. Klop om de roddelpers aan banden te leggen. De christen-democratische ethicus wil dat roddelbladen in de Grondwet en in Europese verdragen uitgezonderd worden van de vrijheid van de drukpers. Hierdoor krijgen slachtoffers extra mogelijkheden om naar de rechter te stappen, en zouden ze bijvoorbeeld een straatverbod voor roddelblad-fotografen kunnen eisen.

De problemen die aan dit voorstel kleven, zijn evident. Juridisch lijkt het lastig een onderscheid te maken tussen kwaliteitsbladen (met grondwettelijk gegarandeerde vrijheid) en (niet wettelijk beschermde) roddelbladen. Wanneer is een tijdschrift een roddelblad? In welke categorie vallen Panorama en de Nieuwe Revu? Zouden grondrechten eigenlijk niet voor alle burgers moeten gelden, dus ook voor diegenen die belangstelling koesteren voor het vriendinnetje van de kroonprins of de baby van Linda de Mol?

Het afwijzen van codes en wetsvoorstellen betekent niet per se het sluiten van de ogen voor gebrek aan fatsoen in de journalistiek. Door de commercialisering van de media en de toegenomen drang om te 'scoren' met smeuïg nieuws groeit de kans op journalistiek gedrag dat indruist tegen de goede zeden. Het is zeker van belang dit gedrag publiekelijk aan de kaak te stellen, wat nu ook al geregeld gebeurt.

Het machtigste wapen tegen onfatsoenlijke journalistiek ligt overigens bij de consument die programma's, tijdschriften en kranten eenvoudig kan boycotten als hij ze onsmakelijk vindt. Als wij het vervelend vinden dat een prinses door talloze fotografen bespied wordt, moeten wij weigeren de bladen te kopen waarin hun foto's staan afgedrukt.

Als een bevolking hunkert naar degelijke, genuanceerde analyses van belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen, dan zal zij die door de media voorgeschoteld krijgen. Als zij daarentegen verlangt naar seks, spanning en sensatie, wordt zij ook op haar wenken bediend. Het is al vaker gezegd: een volk krijgt de pers die het verdient.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden