De Perfecte Kwast

De perfecte schilderskwast volgens Jeroen Krabbé

Jeroen Krabbé maakt alles, van aquarellen en olieverfschilderijen tot litho’s. Hij weet aan welke eisen de perfecte schilderskwast moet voldoen.

Jeroen Krabbé Beeld Frank Ruiter

‘De perfecte kwast is een aquarelkwast van marterhaar. Die kan heel breed schilderen, maar ook flinterdunne lijntjes, afhankelijk van hoe hard je erop drukt. Als je aquarelleert, moet je die nuance namelijk kunnen aanbrengen. Met deze kwast kun je heel erg breed en heel erg dun schilderen. Dat komt door de kwaliteit van het marterhaar.

‘Echt goede marterharen kwasten zijn peperduur. Maar het is een goede investering, want je doet er jaren mee. Wat doet een schilder in de winkel: die steekt die kwast in zijn mond. Je moet hem proeven. En kijken of de punt er plat uit kan komen, of juist puntig. Blijken kwast en schilder een twee-eenheid, dan is het de geschikte.

‘Het merk van de allerbeste aquarelleer-kwasten is Da Vinci. Ze worden verkocht in een heel mooi doosje. Dat doosje gaat mee als ik op reis ga.

Jeroen Krabbé (1944) is kunstschilder, acteur en filmregisseur. Hij maakt zowel abstract als figuratief werk, vaak in felle kleuren. Zijn werk is tot ver over de landsgrenzen gewild. Krabbé maakte televisieseries over Van Gogh, Picasso en Gauguin en werkt aan een vierde serie. Over welke schilder, dat is nog geheim.

‘De kwast heeft effect op het resultaat van je werk. Zo’n kwast gaat naar je hand staan. Kijk, ik heb de mijne zo veel gebruikt dat ik hem met tape heb moeten plakken, ook om het metalen hulsje waarin de haren vastzitten.

‘Een aquarel zet je laag voor laag op. Dat kun je héél dun doen, daardoor slijt de kwast niet. Aquarelleren is net schaken: je moet vooraf bedenken waar je naartoe werkt, hoe je de vlakken opbouwt, waar je je accenten wilt gaan leggen. Bij aquarelleren moet je steeds wachten tot de verf helemaal droog is, voordat je er een volgende laag overheen kunt zetten. Het moeilijke aan aquarel is dat je het resultaat niet kunt veranderen. Olieverf op doek kun je altijd veranderen of verbeteren, maar aquarel moet in één keer goed zijn.

‘Voor olieverf gebruik je varkenshaar. Ik heb potten vol met varkensharen kwasten. Van smal tot heel breed. Voor olieverf wil ik grote kwasten, want ik wil de streken van de kwast terugzien in de verf. Als je schildert met olieverf is een nieuwe kwast het fijnst. Als ik ‘vastzit’ met een schilderij, pak ik een nieuwe kwast. Die kwast helpt in werkelijkheid natuurlijk niet, maar het gaat om het idee.

Jeroen Krabbé Beeld Frank Ruiter

‘Ik maak het schilderij eerst helemaal in mijn kop, voordat ik begin met schilderen. Als ik dat niet doe, wordt het niks. Ik maak per dag in mijn kop ik-weet-niet-hoeveel-schilderijen; en ook ’s nachts als ik niet kan slapen.

‘Het penseel is een wezenlijk onderdeel waarover je nadenkt als je een schilderij opzet. Ik weet vooraf al welk penseel ik nodig heb om het bedoelde resultaat te bereiken.

‘Ik gebruik het paletmes, de kwast, de achterkant van de kwast. De kwast is eigenlijk het voorwerp dat het werk maakt. Die begeleidt je hand. De kwast doet soms dingen die je niet verwacht.

‘Elk schilderij is een gevecht. En ik weet niet of ik het gevecht zal winnen.

Als ik vastloop, moet ik stoppen, opnieuw beginnen. Of ik zet het voor een tijdje weg. Soms kan ik het wel ‘repareren’. Sommige schilderijen zijn ook heel gemakkelijk, die schilderen zichzelf. Dan denk ik: Stop! Niets meer aan doen, zo is het goed.’

Beeld Frank Ruiter
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.