DE PEN ZWIJGT

De schrijver of kunstenaar in Nederland is allang niet meer de Stem des Volks. Over euthanasie en de doodstraf zal hij nog wel iets roepen, maar over de oorlog op de Balkan hoor je hem niet....

TOEN DE bombardementen op Servië begonnen, ontstond een discussie over de vraag of Wim Kok zijn landgenoten niet moest toespreken, zoals zijn collega's Blair, Clinton en Chirac hadden gedaan. Het debat verflauwde al snel, want de meesten waren het met elkaar eens: een rede voor het volk past niet in de Nederlandse cultuur.

Wellicht past het evenmin in de Nederlandse cultuur dat intellectuelen zich uitlaten over de oorlog in Kosovo. In Italië, Frankrijk en Duitsland hebben vooraanstaande schrijvers als Claudio Magris, György Konrád en Hans Magnus Enzensberger intussen publiekelijk hun mening gegeven over de bombardementen, het inzetten van grondtroepen en het lot van de vluchtelingen.

Maar in Nederland roeren zich vooral de zangers en cabaretiers. De schrijvers vertonen niet het klassieke engagement. Geen uitgebreide analyse geschreven door Harry Mulisch op de opiniepagina's, en voorzover bekend ondertekende tot nu toe nog niemand, op Jan Wolkers na, een petitie tegen de bombardementen.

In Nederland is de schrijver allang niet meer de Stem des Volks, die zich pontificaal en zonder twijfel in de discussie plaatst. De schrijvers hier wachten het juiste moment af, of zoeken andere manieren om zich te uiten. Of ze verkiezen te zwijgen.

Marcel Möring, schrijver van onder meer Het grote verlangen en In Babylon: 'Ik zou niet weten wat ik over Kosovo moet zeggen. Ik ben er ook niet geweest. Het is een grote tragedie die buitengewoon moeilijk is te begrijpen. Wat zou ik als schrijver meer kunnen melden dan mijn overbuurman?'

Natuurlijk heeft Möring een mening over de oorlog in Kosovo. Hij is voorstander van de bombardementen 'omdat Milosevic een psychopaat is'. Vroeger werden dictators niet tijdig aangepakt en nu wel. Daar is hij blij om. Maar: 'Dat is geen intellectuele bijdrage aan het debat.'

In Duitsland en Frankrijk woedt wel een publieke discussie tussen schrijvers. Ze reageren verdeeld op de actuele gebeurtenissen. In Frankrijk is het anti-amerikanisme weer opgedoken. De filosoof en oud-minister Régis Debray betoogde in Le Monde dat de Europese intellectuelen zich laten aftroeven door de Amerikanen. Die zouden geen begrip hebben voor de geschiedenis van de regio. Blind voor de lessen van het verleden zouden de Amerikanen hun ideologie van de universele rechten van de mens proberen af te dwingen met superieure technische middelen.

Het stuk stuitte op felle kritiek van schrijver Pascal Bruckner en filosoof Alain Finkielkraut. Bruckner verdedigde op hoge toon de traditionele waarden van de Verlichting: 'Ja, duizendmaal ja, de westerse orde liever dan de Servische orde: de vrijheid, het recht, het pluralisme liever dan etnische zuiverheid, de obsessie met bloed, de dwaze herinnering en de misdaden tegen de menselijkheid.'

In Duitsland houdt de intelligentsia zich vooral bezig met het verloop van de oorlog. Günter Grass betoonde zich eind maart op de Leipziger Buchmesse voorstander van bombardementen, die in zijn ogen noodzakelijk waren geworden. Zijn uitspraken kwamen hem op een scherpe reprimande van de Servische schrijversbond te staan.

Hans Magnus Enzensberger ging verder dan Grass. Hij drong afgelopen week in Der Spiegel aan op het bewapenen van het UCK, in plaats van het sturen van grondtroepen. De Kosovo-Albanezen 'verstehen sich besser auf den Partisanenkrieg'.

Möring is niet verbaasd over de polemieken, vooral die in Duitsland. 'Dat zijn mensen die ook nog iets goed hadden te maken', zegt hij half schertsend. Een schrijver is volgens Möring niet noodzakelijk een intellectueel. Integendeel. 'Veel schrijvers doen alsof ze het begrijpen. Maar ze zitten de hele dag binnen en maken niks mee. Ze weten vaak niets eens hun sofinummer. Je moet naar schrijvers luisteren als ze verhalen vertellen. De macht van het woord ligt in deze kwestie bij de journalistiek.'

Martin Walser is een van de Duitse schrijvers die zich ook niet willen uitlaten over de gebeurtenissen op de Balkan. Walser schuwt over het algemeen de polemiek niet, als het gaat over morele kwesties. Vorig jaar oktober raakte hij nog in een fel debat verwikkeld met Ignatz Bubis, de voorzitter van de Centrale Raad van de Joden in Duitsland, omdat de schrijver pleitte voor een minder verkrampte omgang met het oorlogsverleden.

Maar over Kosovo zei Walser tegen het tijdschrift Bunte: 'Een politiek die tot oorlog leidt, moet een verkeerde politiek zijn geweest. Als intellectueel moet ik dat zeggen, en meer valt er ook niet over te zeggen.'

De Nederlandse essayist Paul Scheffer, die geregeld over Europese kwesties publiceert en het werk van Walser goed kent, is het daar niet mee eens. 'Het heeft inderdaad weinig zin partij te kiezen', zegt hij. 'Standpunten zijn er in overvloed. Maar het is belangrijk dat mensen het woord voeren die geen enkel belang dienen. Het is ontzettend moeilijk onafhankelijk te blijven denken met de beelden die over het scherm gaan. Dat lijkt me typisch een taak voor schrijvers.'

Dat er in Nederland weinig discussie wordt gevoerd over de oorlog in Kosovo, noemt hij een cultuurprobleem. Er is in Nederland nauwelijks een traditie van debatteren.

'Nederlandse intellectuelen lijden aan een soort minderwaardigheidscomplex. Ze voeren het gesprek meestal niet met elkaar, maar reageren op de grote buitenlandse sprekers. Bovendien roepen vooral onderwerpen als euthanasie en de doodstraf veel emoties op. Over Europa heeft men veel minder te zeggen. Dat vind ik merkwaardig.'

Scheffer betreurt het dat er in Nederland zo weinig intellectuelen goed zijn geïnformeerd over de regio. Hij verwijst naar Engeland, waar de discussie wordt aangesneden door mensen als Misha Glenny, Timothy Garton Ash en Michael Ignatieff, die tegelijkertijd schrijver, journalist en historicus zijn.

Zij schrijven over de historische en morele vragen die het conflict in Kosovo oproept, zegt Scheffer. Zulke vraagstukken zijn er genoeg, en het verbaast hem dat Nederlandse schrijvers zich er niet vaker in verdiepen. Ze zouden bijvoorbeeld de Servische literatuur kunnen bestuderen om te begrijpen wat er in het land omgaat.

Bovendien kunnen ze iets zeggen over de berichtgeving. 'In het nieuws over de oorlog in Kosovo wordt bijvoorbeeld veelvuldig het beeld geschetst van het beschaafde westen tegen het barbarisme. Waar komt dat vandaan? Mensen die gevoelig zijn voor taal, kunnen de taalvervuiling ondermijnen die in de oorlog optreedt. Dit is geen plicht van schrijvers, maar ik hoop wel dat een aantal van hen in staat is iets toe te voegen.'

De Oostenrijkse schrijver Peter Handke heeft geprobeerd een eigen bijdrage te leveren. Hij reisde in 1995 door Joegoslavië en publiceerde zijn verslag onder de titel Een winterreis langs de rivieren Donau, Save, Morawa en Drina of: Gerechtigheid voor Servië. In de tekst ageert hij tegen de eenzijdige verkettering van de Serviërs door de westerse media.

Handke kreeg een lawine van kritiek over zich heen. Het boek zou op naïeve en romantische wijze de Serviërs verheerlijken, en zwijgen over de wandaden van de Bosnische Serviërs, vooral de massamoord in Srebrenica. Dat weerhield Handke er niet van als protest tegen de bombardementen in Kosovo terug te keren naar Servië en dezelfde reis gedeeltelijk opnieuw te maken. In Belgrado ontving hij prompt een onderscheiding als 'Servische Ruiter'.

Dat leek het verkeerde politieke gebaar. De Amerikaanse schrijfster Susan Sontag, die tijdens de Bosnische oorlog naar Sarajevo ging om daar Wachten op Godot te regisseren, verklaarde dat Handke in New York niet meer zou worden gelezen door degenen die dat vroeger wel deden.

De Albanese auteur Ismael Kadare, die een week geleden op de voorpagina van Le Monde de bombardementen verwelkomde als 'de verdediging van de rechten van het meest wanhopige volk ter wereld', zei dat Handke 'van het rechte pad was afgedwaald'.

In Nederland reageerde geen enkele schrijver.

Jan Joris Lamers, de theatermaker die met Maatschappij Discordia enkele stukken van Handke opvoerde, volgt de Oostenrijker met verbazing. Zijn verdediging van Servië komt volgens Lamers logischerwijs voort uit zijn werk en zijn persoonlijke geschiedenis: een Sloveense moeder, een fascinatie voor de verhouding tussen mensen en hun geboortegrond. Maar de conclusies die Handke trekt, vindt hij onbegrijpelijk. 'Handke kan zich dit niet permitteren. Hij moet zich realiseren dat hij Handke is.'

Lamers heeft veel moeite met de vraag of hij als kunstenaar iets moet doen. Hij zegt: 'Die vraag slaat je met stomheid. Ik ben hartstikke tegen de oorlog, maar tegelijkertijd kún je er niet tegen zijn. Ik zou nu een voorstelling direct over het conflict kunnen maken, in de traditie van het activerend toneel uit de jaren zestig en zeventig, maar dat levert een grotesk beeld op van de werkelijkheid. Shakespeare en Brecht hebben meer duidelijk gemaakt.'

Niet alle Nederlandse intellectuelen zijn met stomheid geslagen. Een aantal van hen is intensief betrokken bij de oorlog in Kosovo.

De dichter en romanschrijver Serge van Duijnhoven reisde de afgelopen twee weken zelf naar vrienden in Macedonië. Hij deed verslag van zijn reis in De Groene Amsterdammer en het televisieprogramma Barend & Van Dorp. 'Ik wil weten of die mensen echt anders zijn dan wij', zegt hij. 'Ik probeer me in te voelen. Ik vertel wat ik daar heb meegemaakt. Dat is mijn bijdrage.'

Van Duijnhoven hoeft niet zo nodig een artikel voor de opiniepagina te schrijven. 'Schriftgeleerden' die overal hun mening over geven, wantrouwt hij. 'Dat is een uit Frankrijk overgewaaide gewoonte. Een politieke stellingname lost niets op. Wat ontbreekt, is een besef van de destructie die daar nu plaatsvindt en de complexiteit van de geschiedenis. Zelfs intelligente mensen komen in hun denken niet verder dan grijze stoeptegels en Tito-flats.'

Zijn ervaringen in Macedonië hebben hem somber gestemd. Van Duijnhoven is bang dat de oorlog overslaat naar het buurland, dat hij in snel tempo ziet radicaliseren. 'Ik zou zeggen: stoppen met bombardementen, ook al lijd je gezichtsverlies. Dan voorkom je nog veel erger leed.'

De Vlaamse schrijfster Monika van Paemel, auteur van onder meer De vermaledijde vaders en De eerste steen, is ook veelvuldig op de Balkan geweest. Ze was in 1992 een van de oprichters van Balkan Actie. Deze Belgische organisatie verschafte tijdens de Bosnische oorlog hulp bij de bouw van scholen en ziekenhuizen. De laatste maanden verleent ze vanuit eigen hulpcentra in Macedonië en Albanië ook steun aan slachtoffers van het conflict in Koso- vo.

'Het verbijstert mij dat schrijvers in het Nederlandse taalgebied zo weinig van zich laten horen', zegt Van Paemel. Ze moeten zich uitspreken. Hoe dat gebeurt, 'dondert niet'.

'Ze kunnen een avond voor de slachtoffers organiseren of een artikel schrijven. Maar niets is erger dan zwijgen. De taal is niet gemaakt om stil te zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden