Tv-recensie Frank Heinen

De oude mevrouw Piël is een held in haar strijd tegen een zorginstelling

Een 100-jarige schitterde in het verslag van een guerrillastrijd tegen de krankzinnige capriolen van een zorginstelling. 

Mevrouw Piël is bijna 101. Ze komt niet veel meer buiten. Als ze een casinowit nodig heeft, vraagt ze Martijn dat te kopen. Een heel, want het brood kan in de diepvries. Twee jaar geleden, toen ze nog maar 98 was, sprak ze tijdens een thema-avond van Omroep Max het land toe. Het ging over haar flat, waaruit ze zou moeten vertrekken. Niet omdat ze dat wilde, maar omdat de zorginstelling Careyn, waarvan mevrouw Piëls flat eigendom was, dat wilde.

‘Eerst waren we bewoners, toen werden we cliënten, toen werden we producten en sinds de aankondiging van de sluiting voelen we ons afvalproducten.’ Adequater is de ontwikkeling van de omgang met mensen die in Nederland zorg behoeven zelden samengevat.

Dat die sluiting er destijds werd doorgedrukt omdat Careyn zijn grond, buiten de cliëntenraad om, aan een projectontwikkelaar had verpatst, wist mevrouw Piël toen nog niet.

Gisteravond, in Zembla, was mevrouw Piël er weer. Wat begon als een reportage over het meergeneratiewonen – studenten en ouderen gezellig in één gebouw – werd al snel een verslag van een guerrillastrijd tegen Careyns krankzinnige capriolen. Verslaggevers werden meermaals ‘het gebouw binnengesmokkeld’ en er waren bootlegopnames te horen van bijeenkomsten waarin de directie, voorzien van voldoende kluitjes, de bewoners met strakke hand richting riet dirigeerde. De term ‘interne migratie’ viel.

De jongeren moesten vertrekken, en de ouderen werden van hun oude flatjes naar de laagbouw gestuurd. Echter: daar pasten maar dertig bewoners in. En er leefden er nog veertig. Natuurlijk liepen de gemoederen hoog op. Natuurlijk kón dit niet. En natuurlijk vroeg een van de jongeren zich geëmotioneerd af ‘of mensen eerst letterlijk van het balkon moesten worden gegooid’ voor de inspectie iets zou ondernemen. Het was overduidelijk: hier deugde iets totáál niet.

En toch bevielen de opgewonden, sturende vragen van de Zembla-verslaggever me maar matig. Bijvoorbeeld toen mevrouw Piël vertelde hoe ze opzag tegen de verhuizing en de verslaggever haar overpeinzingen begeleidde met ‘Misschien bent u in de overlevingsstand geschoten’ en ‘Ik vind het nogal wat.’ Ook werden grote, verwijtbare misstanden op één hoop gegooid met de opmerking dat de verzorgers ‘allemaal haast’ hadden. Die klacht is er ook in instellingen waarin het management wél deugt, maar waar sinds de hervorming van het zorgstelsel gewoon te weinig geld is om géén haast te hebben. Zo kun je, in de strijd voor de goeie zaak, die zaak dus ook kwaad doen.

Maandag, aan de DWDD-tafel, werd de lof van mevrouw Piël al uitvoerig bezongen. Terecht. Een mevrouw Piël heeft geen sturende opmerkingen nodig. Een mevrouw Piël stuurt zelf. Toen zij een angsthazige Careyn-medewerkster, die eiste dat de Zembla-camera werd uitgeschakeld, fijntjes duidelijk maakte in wiens huis ze zich feitelijk bevonden, merkte je pas hoe vaak er – meestal noodgedwongen – vóór zorgbehoeftigen gesproken wordt, en hoe zelden dóór hen. En hoe veel indruk het maakt als dat dan plots wel gebeurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden