De oude koning in zijn rijk

De losgezongen poëzie van August Geiger

'Zonder problemen is het leven ook niet makkelijk.' Het had een filosofische evergreen kunnen zijn, of een tegeltjeswijsheid, maar het is een uitspraak van August Geiger, een gewone, maar stikdemente Oostenrijker, de dagen rijgend in een verpleeghuis in zijn geboortedorp aan de voet van de Vorarlberg.

Dat deze zin samen met veel andere spitsvondige gedachtenflarden van Geiger een groter publiek bereikt dan zijn verplegers en de planten in de vensterbank, is het werk van zijn zoon, schrijver Arno Geiger (43), bekend van het internationaal bejubelde boek Met ons gaat het goed, een Oostenrijkse familiegeschiedenis, uit 2005.

Een roman schrijven over je demente vader - je nog levende demente vader - is bij voorbaat een waagstuk. Is het niet vanwege het verwijt andermans ellende of je eigen verdriet te prostitueren, denk aan de reacties die Connie Palmen kreeg na publicatie van haar Logboek van een onbarmhartig jaar, dan wel omdat de geschiedenis van de nu uitstervende generatie Duitstaligen onherroepelijk verbonden is met die van het Derde Rijk en het brede spectrum aan familietrauma's dat daaruit voortkwam. Dus ligt een afrekening op de loer, of juist een sentimenteel eerherstel.

De wat pathetische titel, De oude koning in zijn rijk, doet het laatste vermoeden. Dat vermoeden wordt gesterkt als Geiger al op de eerste bladzijde het boetekleed aantrekt omdat hij de symptomen van alzheimer, de ziekte die Geiger senior halverwege de jaren negentig besloop, in eerste instantie duidde als nare karaktertrekken van zijn vader.

Dat Geiger vervolgens citaten van Derrida, Proust, Kundera en een heel register andere grote denkers aansleept om zijn eigen weifelende observaties kracht bij te zetten, leidt tot de onherroepelijke vraag: waar gaat dit heen?

Ook leidt het tot kortstondige twijfel aan de unanieme jubel die de Duitse pers over dit boek uitsprak. Kortstondig, want na het wat bombastische begin volgt een uitgebalanceerd verhaal waarin niet een vader of een zoon, maar de ziekte en de van iedere realiteit losgezongen taal van de zieke de hoofdrollen spelen.

Het is alsof Geiger al schrijvend ontdekt waar het naartoe moet met het boek en waarom hij eraan begonnen is. In die context is het citaat 'Alzheimer is een ziekte die net als elk belangrijk onderwerp ook uitspraken doet over andere dingen dan zichzelf' cruciaal, net als 'de dagelijkse omgang met hem leek nu steeds meer op fictie'.

Vanuit het door de grilligheden van alzheimer overheerste heden, schetst Arno Geiger flitsen van zijn familiegeschiedenis en de vader-zoonverhouding. Hij had, schrijft hij, 'geen enkele band' met zijn vader. Als intellectueel geïnteresseerde en naar verre reizen talende jongeman, kon Arno Geiger weinig sympathie opbrengen voor iemand die scribent van de dorpsgemeente was, graag zijn huis vertimmerde en iedere vorm van verrassing vakkundig uit zijn leven bande. Zelfs een huwelijksreis, een wandeling in de bergen, vond hij te veel van het goede. August Geiger was, zacht uitgedrukt, geen avonturier.

En jawel, de verklaring hiervoor blijkt in de oorlog te liggen. August Geigers hang naar huiselijkheid door het trauma dat hij als 18-jarige opliep aan het Oostfront. Zijn zoon velt geen oordeel, maar vindt er een verklaring in voor zijn vaders radeloosheid als hij op een ochtend zijn eigen huis en straat niet meer herkent.

De ziekte brengt toenadering, niet zozeer met de vader van het verleden, als wel met de vader van het heden, de man die niet meer weet wat hij moet doen met een boterham als er eentje voor zijn neus ligt. De man ook die zich enigszins wanhopig afvraagt waar zijn derde sok is, maar die wel over de scherpzinnigheid beschikt om zijn Slowaakse verzorgster fatsoenlijk Duits te leren spreken.

De oude koning in zijn rijk is een verhaal als een zeepbel. Geiger schetst nauwkeurig hoe alzheimer niet alleen het leven van zijn vader, maar ook zijn e

igen zicht op de alledaagse werkelijkheid vervormt. Het verhaal scheert zonder al te veel pretenties langs de grote thema's familie en het onvertaalbare Heimat, amalgaam van de woorden thuis en afkomst. De oude koning in zijn rijk is misschien geen grootse roman, ook vanwege de omvang, maar wel een waardevolle roman, die waarden en zekerheden in het leven op hun grondvesten doet trillen.

Dat is vooral te danken aan de woorden en zinnen van August Geiger, totaal losgezongen van de werkelijkheid, maar desondanks met scherp geschoten: 'Ik moet zeggen dat het wel goed met me gaat. Maar wel tussen aanhalingstekens, want ik ben niet in staat het te beoordelen', of: 'vroeger had ik ook katten, niet echt voor mij alleen, maar als vennoot'. Maar het allermooist is het antwoord van August Geiger als zijn zoon vraagt of hij wel weet wie hij voor zich heeft: 'Papa, weet je eigenlijk wel wie ik ben?' 'Alsof dat zo interessant zou zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden