De onweerstaanbare opkomst van de ontkleuring

Feesten, kunst en cultuur worden de domeinen voor kleurzatte uitspattingen, terwijl het offieciel leven zich de toon laat zetten in zwart, wit, grijs en een enigszins tegemoetkomend donkerblauw....

EINDELIJK is er een nieuw soort lippenstift dat een antwoord heeft op het gênante probleem van het afgeven, waardoor al jarenlang een bijzonder melige vorm van humor gevoed wordt. Kleuren willen immers, zo verzekert de STER-spot, niet blijven zitten. Maar deze wetenschappelijk ontworpen 'stand-out' kleur laat zich niet zomaar wegzoenen. Zijn er dan toch kleuren die verder dan de oppervlakte reiken?

Voor zolang wij weten woeden er discussies over de vraag of kleuren tot het wezen der dingen behoren dan wel een verdacht toevoegsel zijn, dat juist de kern van al het geschapene aan het zicht onttrekt. Behoren kleuren niet tot het favoriete instrumentarium van de duivel? Om die overtuiging uit te dragen wijzen middeleeuwse beschrijvingen van de zondeval op de eerste en tegelijk meest ingrijpende kleurentruc aller tijden. De bewuste appel aan de Boom der Kennis die Eva zich liet aanpraten door de slang vertoonde namelijk de verleidelijkste kleuren. Aan de ene kant was hij zo rood als een roos, terwijl de andere kant een met saffraangeel doorschoten wit vertoonde. Onweerstaanbaar bleek zo'n appel te zijn, nog heel invoelbaar in de Lage Landen waar men zich ook heden ten dage nog uitgedaagd kan voelen door de karmijnappel in de schappen van de groentehandelaar.

Natuurlijk zijn er ook kleuraanbidders in de Middeleeuwen die juist aanvoeren, dat kleur het resultaat is van een goddelijk spel met licht, dat leven brengt in de materie. Maar die kleurenadoratie is nogal impulsief, ongecontroleerd, telkens tijdgebonden en in haar waarderingen uiterst labiel. Constantheid is alleen te vinden in de hang naar zwart, destijds opgevat als kleur en daarom vaak verbonden met donkerblauw, grauw en grijs, en slechts te contrasteren met wit. Die voorkeur onder telkens weer nieuwe elites vormt een lange lijn in de beschavingsgeschiedenis, die zich al begint te vormen in de dertiende eeuw en die in de loop der eeuwen alleen maar aan intensiteit lijkt te winnen. Een van de signalen daarvoor is Newtons 'bewijs' dat zwart en wit geen kleuren zijn, aangezien ze bij lichtval door een prisma niet zichtbaar worden.

Iedereen weet dat de reserve tegen kleuren niet ophoudt na de Middeleeuwen. Het calvinisme zet de middeleeuwse lijn van onthechting voort in een beleidsmatige soberheid. In het kader daarvan wordt nadrukkelijk gekozen voor zwart bij de momenten des levens die ertoe doen, terwijl kleuren in het algemeen verdacht blijven, veelal ongepast en hoogstens toelaatbaar in kinderkleren op dagen dat de zon volop schijnt. Dit sectarisch vastbijten in non-kleur mag de ogen echter niet sluiten voor een veel bredere waardering in de westerse wereld voor de afwezigheid van kleuren. Het richtpunt voor gelegenheidskleding blijft door al die eeuwen heen immers donker en wit.

Een rode smoking of een paarse trouwjurk geven signalen uit een andere wereld. Ze staan voor een zekere rebellie of op zijn minst een poging om de bestaande orde tijdelijk op feestelijke wijze terzijde te schuiven. Maar nooit zullen die felle kleuren in de kleding een toon voor langere tijd weten te zetten. Ook artistieke fotografie is zwart-wit, cultfilms kiezen graag voor de afwezigheid van kleur, en zelfs het design voor een exclusieve auto vindt zijn bekroning in grijze tonaliteiten. Eveneens houden we kranten en boeken nadrukkelijk ongekleurd, waarbij een enkele afwijking daarvan accentueert hoezeer we daaraan blijven hechten.

Deze lange traditie toont zich ook in de verwante trend om het verleden met terugwerkende kracht aan ontkleuring te onderwerpen. Zo is het witten van de klassieke oudheid op grote schaal van start gegaan in de achttiende eeuw, om met onverminderde kracht tot in onze tijd voort te duren. Het resultaat daarvan is, dat ons beeld van de antieken onveranderlijk wit blijkt te zijn, zoals een enkele blik in Asterix al kan verduidelijken. Wij willen dat de mensen van toen voortdurend in witte lakens rondlopen, temidden van witte gebouwen met blanke zuilen.

0 AAR ZO zag het er destijds zeker niet uit. Zowel tempels als kleding waren veelal felgekleurd, zodat de aanblik van de klassieke wereld eerder die geweest moet zijn van een kruising tussen een uit de hand gelopen carnavalsviering en een tropisch zwemparadijs. En hoezeer we ook voor authenticiteit zijn - alles uit het verleden moet zich naar de huidige smaak zo echt mogelijk aan ons voordoen - niemand valt te bewegen om bijvoorbeeld het Parthenon in Athene weer felblauw te schilderen. Toch zag dit symbool van verheven antiek verleden er indertijd zo uit.

En wie gruwt niet bij de gedachte, dat al die glanzend marmeren beelden van toen weer geverfde lippen zouden moeten krijgen, en ogen, haren en kleren in contrasterende kleuren? Ook is het bijna pijnlijk om erbij stil te staan dat de Pont du Gard bij Nîmes, dat even immense als blanke aquaduct tussen de witte rotsen en groene pijnbomen van de Provence, vuurrood geschilderd was. Het herstel van die authenticiteit zouden we eerder ervaren als een stunt om te shockeren, misplaatste instant-art, een vloek in en tegen de natuur, wellicht verwant aan het moderne inpakken van bruggen en andere objecten uit een recenter verleden.

Op zichzelf is het opmerkelijk, dat de sterke hang naar een zo min mogelijk vervalst verleden in onze tijd het toch moet afleggen tegen die nog sterkere drang de kleuren van het verleden uit te vlakken. In die zin exploiteren we ook de Middeleeuwen, die eveneens gekleurd waren op plekken die ons nu niet meer bevallen. Dat geldt bovenal voor de kerken. Volgens het evenzeer middeleeuwse standpunt dat kleuren tot de essentie van Gods schepping behoorden, werd bij uitstek Zijn aardse woning opgekleurd. Daardoor zagen middeleeuwse kerken er eerder uit als bonte kermistenten dan als verstilde gebedshuizen.

Ook is veel van de rijke kleurensymboliek in de loop der eeuwen uitgewist. Verklaringen voor en associaties met kleuren buitelen over elkaar heen in de Middeleeuwen. Toen konden kleuren staan voor openlijk te belijden hartstochten, waarmee edelen elkaar provoceerden en beminden, kwetsten en vleiden. René van Anjou, koning van Sicilië, maakt het zo bont dat hij zijn hele hof voortdurend monochroom laat opdraven om zijn gemoedsstemming van de dag te vertolken. Zachtjes vloekend hijsen de hovelingen zich in het groen als hij weer eens verliefd is, rood als de koning woest op de poort van een stormrijpe maagd wil beuken, geel bij jaloezie en braaf violet zogauw hij zich trouw en aanhankelijk wenst voor te stellen.

Een dergelijke kleurentaal zijn we kwijt. Zelfs de kleurrijke uniformiteit van een sportteam heeft op zichzelf met al die kleurigheid weinig te vertellen. Daarom kan de F. C. Den Haag, een voetbalvereniging, rustig het veld betreden in het geel-groen. In de Middeleeuwen zou men zich daarmee aanbieden als de zottenclub bij uitstek, die alleen zou kunnen excelleren in lachwekkende balbehandelingen: de nar gaat in die tijd onveranderlijk in het groen en geel gekleed.

0 L DIE ontkenningen van kleuren doen onnatuurlijk aan. Uitgerekend daarin ligt de voornaamste verklaringsgrond voor dat gedrag. Op de lange duur blijken we ons steeds verder van de aarde, het aardse en de daaraan herinnerende lichamelijkheid te verwijderen. We ontwikkelen en favoriseren althans gedrag dat zelfbeheersing, controle, onafhankelijkheid en niet-gebondenheid aan het tijdelijke en vergankelijke tot richtsnoer kiest. En kleuren zijn bovenal aards, dus oppervlakkig en immer aan verandering onderhevig.

Dat laatste is ook een der voornaamste argumenten van de bestrijders van kleur. Alle kleuren op aarde vergaan voortdurend, aangevoerd door de kleur groen die elk jaar weer luid protesterend wegsmelt. En begon Jezus' lichaam ook niet onmiddellijk te verkleuren aan het kruis, toen zijn ziel opsteeg naar de hemel? Miniatuurschilders van middeleeuwse handschriften maken hem spierwit of zelfs groen uitgeslagen bij de kruisafname. Zelfs op de groene scheppingskracht van God wordt afgedongen. Menig middeleeuws auteur vindt het aardse paradijs volgens Genesis er nogal saai uitzien met al dat groen. Vandaar dat er kleuren toegevoegd worden, door erop te wijzen dat al die vruchten en bloemen ook voor een ongekende kleurenpracht zorgden.

In de nieuwe tijd zijn het vooral de telkens weer gelanceerde kleurentheorieën, die groen een tweederangsplaats bezorgen. Rood, blauw en geel worden allengs bestempeld tot de primaire kleuren. Groen hoort daar niet bij, aangezien deze kleur verkregen kan worden door blauw en geel te mengen. Nog Piet Mondriaan, op zoek naar de besliste autonomie van kleur, ontwikkelt een diepe afkeer van groen, dat hij dan ook niet gebruikt in zijn programmatische werk. Het zou zelfs zover zijn gegaan, dat hij vermeed om uit het raam te kijken, uit angst dat hij onverwacht overweldigd zou worden door het agressieve groen van de natuur.

Ook bij andere schilders valt een dergelijke weerzin te bespeuren. Kandinsky omschrijft groen als een kleur die even passief en onorigineel is als de bourgeoisie. Daarmee verwijst hij niet alleen naar het mengkarakter van de kleur, maar ook naar het aardse en volkse die de elite deze kleur steeds doen mijden. Veelzeggend is in dit verband, dat de heraldiek niets van groen wil weten. Ook voor deze exclusieve bezegeling van voorname geslachten in veelzeggende kleurverkavelingen blijkt groen steeds veel te populistisch om iets anders dan primaire levensdrift te kunnen uitdrukken. Inderdaad hoort groen van meet af aan bij de mens in zijn meest primaire en primitieve verkeer op aarde. Voor de vroegste bewoners is kennis van groen een vast onderdeel van het overlevingspakket, immers variërende tinten groen geven basisinformatie over groei, bodemgesteldheid, weiland of bouwland, aanwezigheid van water en mogelijke eetbaarheid van gewassen. Dat aardgebondene en volkse van de kleur groen verklaren zowel de distanciëringen in alle eeuwen als de gelijktijdige verering in het kader van natuuraanbidding en lof op de Schepper.

Deze lange lijn van ontkleuring, die alleen maar sterker lijkt te worden, is in oorsprong het resultaat van versterving en onthechting als christelijk ideaal. Daarbij heeft zich al in de Middeleeuwen een beschavingsstreven gevoegd, dat evenzeer afstand van de aardse gebondenheden dicteerde teneinde zich van de massa te kunnen onderscheiden. Moest die tendens in de Middeleeuwen nog vechten tegen een ander kamp waarin kleuren uit diezelfde onderscheidingsdrang juist luidruchtig werden aangeprezen, dan komt ook daar in de loop van de achttiende eeuw een einde aan. Kosten felle kleuren aanvankelijk zoveel geld dat hieruit met één oogopslag de nodige exclusiviteit valt af te lezen, dan blijken diezelfde kleuren door de mechanische productie van pigmenten binnen ieders bereik te komen.

Kleuren zijn allengs gedegradeerd tot een wereld van louter vluchtige emoties. In het rationele leven kunnen ze daardoor gezien worden als irrationele inbreuken op de beschaafde gang van zaken. Juist vanuit die positie blijken kleuren meer en meer te opereren, bij wijze van dialectische oprispingen uit een revolterende en carnavaleske wereld, die eraan herinnert dat ratio en onthechting nooit zonder periodieke ontkenningen daarvan kunnen bestaan. Maar tegelijkertijd accentueren deze incidenten de immer voortgaande en aanzwellende lijn van de ontkleuring, juist door deze tijdelijk te ontkennen. Het is niet toevallig dat die zo nu en dan gewilde wanorde geregeerd wordt door schilders en schrijvers.

Bekend is de opstand van de impressionisten tegen de grijze en donkere tonen, die de schilderkunst gedompeld hadden in een 'bruine saus'. Bij de begrafenis van Claude Monet rukte zijn vriend Clemenceau de zwarte lijkwade van de kist en verving deze door een kleurig gordijn, dat hij ter plaatse van een venster trok. Zwart was immers een belediging voor de impressionisten, die deze tint van hun palet hadden gebannen.

Maar deze revolte heeft allerminst de voortgaande lijn van de ontkleuring onderbroken. Veelzeggend is de opkomst van de pasteltinten, 'kleuren die hun naam niet durven zeggen'. Ze lijken een soort compromis aan te bieden voor de elite tussen het daar gefavoriseerde zwart, blauw, grijs en wit, en de felle kleuren anderzijds. In ieder geval krijgen even modieuze als kostbare interieurs en gebruiksartikelen deze hypocriete kleuren. Ze zijn te vinden in keukens, bad- en slaapkamers, en geven ook de toon aan in lakens, handdoeken, ondergoed, nachtkleding en niet te vergeten auto's. Maar ook hier heeft de elite zich alweer van afgekeerd. Pastelkleuren zijn geïmiteerd en gedemocratiseerd, en werken bijgevolg niet meer als onderscheidingsmiddel. En de vluchthaven voor beschaafden en welgestelden blijkt als vanouds het vertrouwde zwart-wit schema te zijn.

Toch houdt die promotie van kleuren steeds iets opstandigs in haar gerichtheid tegen de kennelijke hegemonie van het donker en licht. Mondriaan probeerde kleuren rationeel te maken door ze weg te halen uit het rijk der emoties. Aldus hoopte hij aansluiting te vinden bij de wereld van geleerdheid en beschaving, waarin kleuren weer de essenties van het bestaan zouden kunnen weergeven. Daartoe was het noodzakelijk om de kleuren niet alleen te dresseren maar ook te reduceren tot hun basisvormen: 'Het principiële (daarvan) is dat de kleur van het individuele en van de individuele emoties bevrijd is en slechts de stille ervaring van het universele uitdrukt'.

Een opstand der kleuren deed zich ook voor in de jaren zestig en zeventig van deze eeuw. Aanvankelijk vermomd als jeugdcultuur dicteerde dit protest al snel veelkleurigheid in kleding, gebruiksartikelen en interieurs. En algauw liep ook de zakenman met een bloemetjesstropdas, terwijl huiskamers en studeervertrekken felle contrasten of een quasi-harmonie van oranje en geel niet schuwden. Dat kleuren als motor voor maatschappelijke opstandigheid konden dienen, is zelden duidelijker naar voren gekomen. Ze opereerden immers in het voetspoor van de revolte tegen de vermolmde structuren en het autoriteitsgeloof der vaderen, de dragers van het beschaafde imperium van de donkere tinten. Maar het was gauw voorbij met de opstand en bijgevolg ook met de toonaangevende hegemonie van de kleuren onder de nieuwe beschaafden.

0 ELLICHT vertegenwoordigen kleuren steeds meer de nostalgie naar het verloren geluk, het recht dat wij ooit hadden en nog steeds menen te hebben op een hiernamaals met een beter leven. Kleuren staan dan voor een verloren paradijs dat daarvan heette te schitteren. Dat paradijs zoeken we op achter de grijsheden en grauwsluiers van een dagelijkse orde, die onder het motto van beschaafdheid steeds verder wegdrijft van welke aardse vervulling dan ook en dus even ongemerkt als zeker het bestaande leven ontkleurt. En bij die speurtocht naar de verloren kleurentuin doemen ontwerpen op van steeds weer nieuwe kleurentheorieën, dialectische opstandigheden van bonte vakanties tot ware revoltes, en de zuivere bevlogenheid van kleurbezeten gektes waarop vooralsnog Van Gogh de wereld het meest overtuigend tracteerde.

Dat kleuren ongrijpbaar moeten blijven is misschien wel verheugend, zeker nu ze steeds meer die tegenwereld gaan bevolken, waardoor het immer kleurlozer leven van alledag aanvaardbaar kan blijven. Feesten, kunst en cultuur worden de domeinen voor kleurzatte uitspattingen, terwijl het officiële leven zich de toon laat zetten in zwart, wit, grijs en een enigszins tegemoetkomend donkerblauw. Daardoor evolueren kleuren meer en meer tot beloning, troost, pleisters voor de wonden die het leven na de zondeval heeft geslagen. Zo gingen boeren in de Auvergne daar al mee om in de twaalfde eeuw. Ze steken zich jaren of zelfs een heel leven lang in de schulden om hun bruid een kapmanteltje van rood scharlaken te kunnen schenken. Dat is hun kleurrijke antwoord op het leven dat lijden heet.

Herman Pleij, hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, sprak bovenstaande tekst uit als Piet Mondriaanlezing, op 14 maart in Leiden ter gelegenheid van de Sikkensprijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden