InterviewMicha Wertheim

De onlinevoorstelling ‘Niemand anders’ van Micha Wertheim was volgens velen een totale mindfuck. ‘Een aangename mindfuck’

Micha Wertheim maakte een livestream die hij opvoerde vanuit lege theaterzalen. Of toch niet helemaal live? Of helemaal niet live? De cabaretier, zijn redacteur en publiek kijken terug op Niemand anders.

Micha Wertheim voor zijn onlinevoorstelling in De Koninklijke Schouwburg in Den Haag.  Beeld Daniel Cohen
Micha Wertheim voor zijn onlinevoorstelling in De Koninklijke Schouwburg in Den Haag.Beeld Daniel Cohen

Acht keer speelde Micha Wertheim zijn show Niemand anders, steeds vanuit een ander theater, met afgelopen vrijdag een leeg Carré tot besluit. ‘Een interactieve online voorstelling waarbij alle kijkers hun webcam moeten aanzetten’, zo kondigde de cabaretier ’m begin februari zelf aan.

Toeschouwers logden iets voor negenen in op een speciaal ontworpen website. Op hun scherm verscheen Wertheim groot in beeld, omringd door zes kleinere vakken. Twee voor andere cameraposities, met onder meer de lege schouwburg, Wertheim zittend aan een tafel op het podium, ernaast een racefiets. Onderin een vak voor de webcam van de kijker en drie vakken met steeds wisselende beelden van andere toeschouwers.

Niemand anders pakte uit als een warm ontvangen toevoeging aan het tweeluik Iemand anders (2017) en Ergens anders (2016), de bijzondere voorstelling waarbij Wertheim niet op het toneel verscheen. Hij was letterlijk ‘ergens anders’, terwijl een robotje en het publiek samen de voorstelling maakten.

In Iemand anders reflecteerde hij op de weerstand die Ergens anders opriep bij weglopers die van mening waren dat de cabaretier gewoon fysiek aanwezig had moeten zijn. Ze waren toch voor hém gekomen? Opnieuw kregen mensen uit de zaal een rol, hun werd gevraagd om het voor Wertheim ingewisselde robotje uit de vorige show moed in te spreken.

Wat konden de cabaretier en zijn publiek dit keer voor elkaar betekenen, nu theaterbezoekers noodgedwongen kijkers waren geworden? Zij zagen een conceptuele laagjesvoorstelling die zowel in vorm als inhoud ging over deze tijd, gek worden van de dingen die in hun afwezigheid zo aanwezig voelen en alles waarin online theater tekortschiet.

Dat Niemand anders nauwelijks volledig uit te leggen valt aan iemand die Niemand anders niet zag, is misschien wel de ultieme uitwerking van Wertheims kabbelende verhalen over alleen zijn, fietsen om de depressie voor te blijven, onze nood aan gezamenlijke ervaringen en contact, en de rol die theater daarin kan vervullen. Kom er maar eens om tegenwoordig: ‘je had erbij moeten zijn’ zeggen over gefilmd theater dat je op de bank bekeek, iets meegemaakt hebben waarover je wilt napraten.

Over het moment waarop je je begon af te vragen hoe live deze livestream vanuit een leeg theater eigenlijk kon zijn. En het einde van de voorstelling, toen de verwarring compleet was en jouw gezicht op de webcam als enige overbleef. Wat hadden toeschouwers nu precies zitten toeschouwen? Was dit wel wat het leek? Bekeek je Niemand anders samen met die roterende anderen onderin, anderen die ook jou konden zien? Of was het één grote, knappe, heilzame truc en dacht je dat alleen maar?

Micha Wertheim: ‘Eerst overwoog ik een documentaire te maken over hoe ik in deze lockdownperiode een maand voor niemand had opgetreden in Carré, maar ik kreeg dat idee niet rond. Zo waren er meer plannen. Ik wilde graag via een livestream iets interactiefs doen met het publiek, samen iets maken om het alleen-zijn te doorbreken. Maar wat ik in gedachten had, kon technisch gezien niet live. Toen ontstond het idee om te doen alsof: de indruk wekken dat mensen naar een livestream kijken, in plaats van naar een film.’

Gijsbert van der Wal, redacteur: ‘We hebben de illusie van samen kijken willen creëren. Micha nam een video op waarin hij vrienden en kennissen van ons opdrachten gaf. Zoals: zet je webcam aan en kijk naar deze video, loop op een gegeven moment weg van je stoel, val in slaap, draai je laptop, lach. Uiteindelijk hadden we beeld van tegen de 130 mensen, die we als toeschouwers konden laten roteren. Niet allemaal hoefden ze die opdrachten uit te voeren hoor. Sommigen vroegen we gewoon drie minuten naar het scherm te kijken.

‘Je zag steeds ongeveer een minuut van die mensen. Iedere 20 seconden kwam je bij iemand anders de huiskamer binnen. Ik denk dat de illusie overtuigend werkte vanwege de hoeveelheid. Wanneer je zoveel verschillende mensen ziet, denk je: dit kan niet in scène gezet zijn, dit moeten wel echte kijkers zijn. En dan was je ook nog eens zelf in beeld.

‘Het materiaal van al die kijkers moest de editor in de montage onder de verhalen van Micha zetten, zodat er op de juiste momenten gelachen of gezwaaid zou worden. Ze vormden samen de analogie van de lachband waarover hij in de voorstelling vertelt, de lachband die is bedacht om het gemis van publiek te ondervangen. Uit het verband gerukte lachers dus eigenlijk, precies wat wij ook deden met die opnames.’

Niels van Maanen, ‘toeschouwer’ en toeschouwer: ‘Gijsbert is een vriend van mij. Hij vroeg of ik een opname van mezelf wilde maken als toeschouwer, waarbij het de bedoeling was dat ik af en toe zou lachen. Ik ben kattenfilmpjes gaan kijken op YouTube.

‘Verder wist ik niets over de voorstelling. Niet alle toeschouwers zijn ‘live’, dat had Gijsbert me wel verteld. Ik verwachtte tijdens de première zowel ‘echte toeschouwers’ als acteurs te zien, en op een zeker moment zag ik dus ook mezelf dubbel: de opname die ik had opgestuurd en mijn webcambeeld.

‘Ik had mezelf mooi aangekleed, omdat ik in de waan was dat ik steeds op het beeldscherm van iemand anders te zien kon zijn. Eigenlijk had ik zin in een sigaret, maar ik dacht, ik ga niet in beeld zitten roken. Opstaan om een biertje pakken leek me ook zo ongeïnteresseerd, dus dat heb ik niet gedaan. Ik was heel erg bezig om mezelf zo voorbeeldig mogelijk te gedragen.’

Karin van Leeuwen, toeschouwer: ‘Ik heb Niemand anders twee keer gezien. Eén keer kwam de stream vanuit Zwolle en een keer vanuit Den Haag. Ik zou de voorstelling vanuit Den Haag bekijken met mijn dochter en partner, maar ik ben niet zo’n enorme computerheld en wilde zeker weten dat het zou werken – niet dat we door mijn toedoen naar een zwart scherm zouden staren. Daarom dacht ik: ik ga dinsdag gewoon lekker alvast kijken, koptelefoon op, glas wijn erbij. Het werkte goed.

‘Toen ik de voorstelling een paar dagen later nog eens zag, viel me op dat beide shows identiek waren, met uitzondering van het eerste stukje. Dat ging beide keren over de zaal van waaruit er werd opgenomen. Ik zag dezelfde ‘toeschouwers’, waarschijnlijk acteurs of familieleden. De een at een maaltje uit een kartonnen bakje, een ander dronk wijn, een leuke jongen met een mutsje had een glas bier, iemand met een bril maakte aantekeningen. Een recensent natuurlijk, dacht ik die eerste keer nog. De voorstellingen waren niet uniek, het was waarschijnlijk geen livestream en het was niet interactief, zoals Micha Wertheim beloofde in zijn nieuwsbrief waarop ik geabonneerd ben.’

Micha Wertheim: ‘Ik was vroeger goochelaar, en bij goochelen maak je er gebruik van dat mensen eenmaal een afslag in hun hoofd nemen.’ Beeld Daniel Cohen
Micha Wertheim: ‘Ik was vroeger goochelaar, en bij goochelen maak je er gebruik van dat mensen eenmaal een afslag in hun hoofd nemen.’Beeld Daniel Cohen

Van Maanen: ‘Op een gegeven moment zei Micha dat hij iedere kijker kort met een andere toeschouwer wilde laten praten, om het gevoel te simuleren dat je hebt voor een theatervoorstelling begint, als je even kletst met degene die naast je zit. Toen verscheen Gijsbert op mijn scherm. Hij kreeg zijn geluid niet aan en zat te gebaren. Dit leek me iets te toevallig. Ik heb iets gezegd als: ‘Ja Gijsbert, ik ga er vanuit dat dit vooraf opgenomen is, maar ik zeg toch maar iets.’

‘Pas toen aan het einde van de voorstelling de ‘toeschouwers’ onderin beeld tegelijkertijd hun laptop optilden en ronddraaiden, had ik door dat echt álles was georkestreerd. Het was één grote mindfuck. Een aangename mindfuck.

‘Ik voel me nogal onderprikkeld, in dit coronatijdperk, maar deze ervaring zette me aan het denken. Vooral over mezelf en mijn gedrag. Dat ik mezelf zó had zitten surveilleren, omdat ik dacht bekeken te worden. Terwijl niemand anders mij zag. Waarom pas ik me eigenlijk zo aan? Dat vraag ik mezelf toch al geregeld af.

‘In de loop van Micha's tournee werd ik nog drie keer benaderd door bekenden die de voorstelling ook hadden gezien. Ze vroegen zich af of ik live in beeld was, of dat het een opname was. Dat laatste, zei ik dan, met het verzoek om dat niet verder te vertellen; ik wenste iedereen diezelfde aangename mindfuck toe. Maar ik voelde wel sterk de behoefte om na te praten over wat ik had gezien, over hoe zij het hadden ervaren.’

Wertheim: ‘Ik was vroeger goochelaar, en bij goochelen maak je er gebruik van dat mensen eenmaal een afslag in hun hoofd nemen. Als ze aan het begin hebben besloten dat mijn voorstelling live is, of deels live, dan is het moeilijk om nog afstand te nemen van dat idee.

‘Uit de reacties begreep ik dat ook veel mensen die zich hebben laten filmen ook na het einde nog geloofden dat het in ieder geval voor een deel live moest zijn.’

Van Leeuwen: ‘Ik heb Micha gemaild dat zijn voorstelling geld-uit-de-zakklopperij was, zoals hij livestreamtheater in zijn voorstelling noemt. Voor mij deed het feit dat er niet daadwerkelijk interactie plaatsvond af aan de unieke ervaring. Misschien is dat juist de grap en het vernieuwende, dat je het interactief noemt en dat het ook zo lijkt, terwijl de kijker in feite voor de gek gehouden wordt.

‘Wat een oplichter!’, riepen mijn medekijkers toen ik ze vertelde dat ik twee keer hetzelfde had gezien. Daar zit ik nog steeds op te kauwen. Ik zou niet snel twee keer in één week naar het theater zijn gegaan, maar dan had ik ook twee keer ongeveer hetzelfde gezien. En het was een leuke voorstelling. Toch voelde ik me een beetje bedrogen. Ook door mijn eigen naïviteit, ja. Ik ben erin gestonken. Privacytechnisch kan het natuurlijk helemaal niet, allerlei mensen bij elkaar in de huiskamer laten kijken. Daar had je waarschijnlijk van tevoren toestemming voor moeten geven.’

Van der Wal: ‘Ongeveer eenderde van elke voorstelling was vooraf in elkaar gezet, de rest maakten we speciaal voor elke locatie, op die locatie. Het vooraf opnemen en monteren was onvermijdelijk om – vooral in de tweede helft – dingen te laten gebeuren die live niet kunnen.

‘Ik heb mezelf ook afgevraagd of dat geen oplichterij is, of gemakzucht. Maar dan realiseerde ik me hoeveel tijd we in iedere nieuwe uitvoering stopten en was ik ervan overtuigd dat het antwoord op die vragen nee is. We hadden steeds een dag nodig voor het opbouwen en opnemen en dan waren we nog een avond en een dag met Akira of Andy, de editors, bezig de voorstelling zo te monteren dat alles klopte.

‘Om de illusie te versterken dat Micha alle scènes live speelde in het theater van de avond playbackte hij aan het einde van elke draaidag het geheel van de vlak daarvoor en al eerder in de Kleine Komedie opgenomen scènes in één lange take, gedraaid van achteruit de lege theaterzaal. Dat hoefde niet lipsync, daarvoor stond de camera te ver weg, maar de gebaren en de verplaatsingen over het podium moesten wel kloppen. Die playbacktrack, inclusief twintig minuten voor aanvang waarin hij op het podium dingen klaarzette, was vrijwel onafgebroken in beeld in een van de drie schermen en fungeerde zo als lijm tussen alle onderdelen.

‘De edit was meestal net op tijd af. Je kunt je bedrogen voelen aan het einde, maar ik zou dan toch denken: op een mooie manier bedrogen. Je had 70 minuten lang het gevoel dat je samen was, terwijl je in je eentje achter je laptop zat.’

Wertheim: ‘Tot nu toe heb ik al mijn voorstellingen op mijn site gezet, maar in dit geval aarzel ik of het zinnig is. Als je deze voorstelling ziet in de wetenschap dat het opgenomen is, stort-ie denk ik helemaal in. Dan blijft er niks over van de magie.’

Van der Wal: ‘Ik vind dat eigenlijk ook wel mooi en bij het einde passen. Dan zei Micha: ‘Niemand anders was hier bij. Niemand zag dit. Behalve jij.’ Je bleef als het goed is een beetje verbluft achter in het schermpje rechtsonder.’

Wertheim: ‘Ik ben blij dat ik aan mezelf heb kunnen bewijzen dat wat ik maak zich aanpast aan de tijd en de omstandigheden. Maar ik bof ook dat ik een mailinglist had waarmee ik snel een publiek kon bereiken. Daardoor durfde ik er wel op te gokken dat ik mijn investering weer enigszins zou terugverdienen.

‘Wel grappig: in Zwolle speelde ik voor het eerst in de grote zaal, omdat ze daar altijd twijfelden of ik die wel vol zou krijgen. Nu hij leeg was, mocht ik er staan. Het was leuk om weer in die theaters te zijn. Vaak kwamen er wel vijf technici helpen omdat ze het zo misten om weer eens een lamp op te mogen hangen. Dat maakte het maken nog leuker.

‘Ik geloof dat ik gemiddeld genomen per avond grote zalen heb getrokken. Desnoods ben ik 20 duizend euro kwijt en heb ik zelf hele goeie therapie gehad, zei ik in het begin. Maar ik heb iedereen die heeft meegewerkt en mijzelf gelukkig goed kunnen betalen.’

Van der Wal: ‘Ik vind het bijzonder hoe Micha werk maakt van zijn eigen ongemak. Hij voelt zich ongemakkelijk bij een zaal vol mensen, bij een groep die zich ook tegen je kan keren en die hij daarom in beginsel wantrouwt. Het personage dat hij speelde in zijn eerste voorstelling Micha Wertheim: voor beginners was een overdreven versie van hemzelf, de cabaretier die het publiek veracht en niet nodig heeft.

‘In zijn laatste programma’s durft hij het publiek een heel andere rol te geven. Hij erkent en omarmt dat hij ze wél nodig heeft. Daar ging Niemand anders ook over: om tot een gezamenlijke ervaring te komen, moeten we de blik van een ander voelen. Het contact met elkaar versterkt de beleving van kunst.’

Van Maanen: ‘Het was een totaal andere ervaring geweest zonder andere ‘toeschouwers’ in beeld, zonder webcam aan. Dan had ik in een slobbertrui gezeten, met een peuk en een biertje erbij. Ik raakte wel afgeleid door die medetoeschouwers. Niet alles van wat Micha vertelde heb ik meegekregen. Maar het was gezellig, al die onbekende mensen in beeld. Avond na avond zit ik alleen thuis, door de avondklok. Ik voelde me weer even onderdeel van een groter geheel.’

Wertheim: ‘In een essay omschreef de Britse schrijver Zadie Smith plezier eens als het gevoel dat ze krijgt als ze het gezicht van een vreemde ziet. Kijken naar andere mensen is leuk. Maar ik had van tevoren niet bedacht dat kijken naar die roterende gezichten en huiskamers onderin het scherm zo ontroerend zou kunnen zijn.

‘Ik hoopte dat mensen even een gevoel van gemeenschap zouden hebben, dat je belangrijk bent voor een ander en voor de groep, in een tijd waarin dat gevoel wegvalt. Volgens mij is dat ook waar kunst over gaat: het grote ‘ik ben alleen, maar ik ben niet alleen in mijn eenzaamheid’.

‘Dat effect heeft deze voorstelling ook op mij gehad. Ik heb zo veel enthousiaste mailtjes ontvangen, en zo veel reacties op Twitter – veel meer dan bij voorstellingen die ik eerder maakte. Ik had Niemand anders niet willen maken voor niemand.’

Micha Wertheim: ‘Ik hoopte dat mensen even een gevoel van gemeenschap zouden hebben.’ Beeld Daniel Cohen
Micha Wertheim: ‘Ik hoopte dat mensen even een gevoel van gemeenschap zouden hebben.’Beeld Daniel Cohen

Een ‘technisch probleem’

‘Nog even frisse lucht, dan de livestream in’, twitterde Micha Wertheim zaterdag 13 februari om half acht bij een foto van hem in Leiden, de Leidse Schouwburg in de achtergrond. Die woensdag was Niemand anders voor het eerst te zien geweest, de Oude Luxor in Rotterdam-editie. De Leiden-versie, nummer twee, liep in de soep. De montage was ’s middags klaar, maar omdat er iets mis ging met het renderen van de edit kon de film niet op tijd worden ingestart. ‘TOT MIJN GROTE WANHOOP LAAT DE TECHNIEK ONS IN DE STEEK’, schreef Wertheim op Twitter. ‘We halen het snel in. Alles stond klaar...’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden