De ongezonde lach van Willem

Politiek tekenaar Willem vertrok in 1968 naar Parijs. Nederland vergat zijn omstreden prenten, maar in Frankrijk siert hij al jaren de krant Libération....

Willem weet een 'klein, onooglijk kroegje' in het Quartier Latin, zegt hij door de telefoon. Bij binnenkomst van Chez Georges in de Rue des Canettes kan het niet missen. Over de toog gebogen staat een onfrans lange, witharige man wiens zomercolbert last heeft van een onfrans afhangende schouder. Straatjes en cafés als deze vormen Willems biotoop sinds hij drie decennia geleden in Parijs arriveerde. Vorig jaar, op de dag dat Roland Topor overleed, hebben ze nog de hele kelder van La Palette leeggedronken, hahaha. Willem lacht zijn hinnikende lach, terwijl het lange lijf gevaarlijk voor- en achterover helt.

Willem is tekenaar, geen prater. Onlangs diende ex-minister Roland Dumas, president van de Constitutionele Raad die de Franse grondwet bewaakt, een klacht tegen hem in wegens smaad. Dumas is de op vier na machtigste dienaar van de Republiek. Het ontlokt Willem een laconiek 'hij doet maar'. Tegen Dumas, met zijn 75 jaar de laatste prins uit het geslacht Mitterrand, loopt een justitieel onderzoek wegens corruptie. Willem had hem in het dagblad Libération afgebeeld met een kale kop, omdat hij zijn haardos op een Zwitserse bank had gezet. 'Je moet weten, Dumas heeft een onbetaalbare kuif, hahaha'

Oudere Nederlanders herinneren zich Willems tekeningen uit het voormalig katholieke weekblad De Nieuwe Linie, uit Provo, of uit het studentenblad Propria Cures. Voordat hij in 1968 definitief naar Parijs vertrok, had Willem al ruimschoots kennis gemaakt met klachten wegens smaad. Aflevering 1 van zijn blad God, Nederland & Oranje werd in beslag genomen omdat koningin Juliana het omslag sierde, achter een raam getekend met een uitnodigend opgetrokken rok en een etiket waarop haar omstreden jaarsalaris van ruim vijf miljoen gulden prijkte.

Willem kwam terecht in de kring van de absurdistische alleskunner Roland Topor. 'Parijs was het paradijs, er werd goed gegeten, gedronken en gelachen. In Nederland niet.' Hij kon gaan tekenen bij het weekblad Hara-Kiri, waar ze zijn 'ongezonde lach' op prijs stelden. Meer dan in Nederland, waar 'tekenen opvoeden was en de onderliggende boodschap er een van goed en kwaad'. 'In Nederland ben ik een beetje vergeten.' Het spijt hem niet. Laatst was hij in Amsterdam en wilde hij ergens hagelslag kopen. 'Ik werd in het Engels te woord gestaan.'

Een week later staan we in een ander onooglijk kroegje in het Quartier Latin. In dit café was hij een paar maanden geleden beland na een feest in de residentie van de Nederlandse ambassadeur. Willem heeft een uitnodiging bij zich voor de vernissage van een expositie van collega Anne van der Linden. 'Krachtig werk', zegt hij goedkeurend boven de illustratie van de uitnodiging. Een paar dames doen er hun voordeel met uit de kluiten gewassen penissen. Willem loopt sinds jaar en dag de Parijse galeries af voor zijn wekelijkse rubriek 'Images' in Libération.

Om de hoek, aan de statige Boulevard St. Germain, ligt het Maison de l'Amérique Latine. De ambassadeurswoning, toch waarachtig geen achterbuurtoptrekje, kan in dit hotel particulier kopje duikelen. Politieke partijen die op winst staan, huren dit paleisje wel eens op verkiezingsavonden. Maar diplomaten en politici kunnen zich hier vandaag beter niet vertonen, want de medewerkers van het satirisch-linkse weekblad Le Canard Enchaîné vieren er hun jaarlijkse partij. Een witgehandschoende lakei heet de gasten welkom, de champagne wordt door goudgegalonneerde dienaren geserveerd.

De 57-jarige Bernhard Holtrop, want zo staat Willem in het doopregister, mag in Nederland een beetje vergeten zijn, in het Maison de l'Amérique Latine wordt hij wat verlegen van de vele handen die geschud moeten worden. Met Jean Plantu is Willem momenteel in Frankrijk de meest gevierde politieke tekenaar. Plantu siert dagelijks Le Monde, Willem levert Libération elke dag zijn 'grafische autopsie' van het land, zoals hoofdredacteur Serge July het wat sjiekerig noemt. Willem vergaarde in de loop der jaren een flinke stapel prijzen, en exposeert vanaf volgende week woensdag in het Institut Néerlandais.

Plantu heeft een dag eerder op het dakterras van Le Monde hoog opgegeven van zijn kunstbroeder. Hij heeft niet veel tijd, ontvangt tegelijk een Indonesische tekenaar die sinds de coup van Soeharto in 1965 niet heeft kunnen publiceren, maar voor Willem maakt hij graag wat tijd voor loftuitingen vrij. 'Willem is de beste. We zijn allebei journalist, maar hij is voor alles artiest. Hij neemt z'n tijd, kiest zijn eigen thema's. Ik niet, ik krijg 's ochtends om kwart over acht te horen wat m'n onderwerp is. Tien uur, uiterlijk kwart over tien inleveren. Willem kiest zelf en als hij een fixatie heeft, mag hij die uitleven.'

Plantu's Chirac is onmiddellijk herkenbaar, met de eeuwige druppel aan z'n puntneus en het Franse vlaggetje koket op de kale schedel. Willem tekent niet met terugkerende elementen. 'Alsof hij elke keer een nieuwe Chirac ontdekt', zegt Jean Plantu bewonderend.

Willem schept nog eens op van het buffet waar de bediende aan drie soorten ham staat te zagen. Hij heeft een flink archief. Voor elke tekening van een politicus, zegt hij, legt hij zeker twintig foto's om zich heen. Afhankelijk van stemming en actualiteit kiest hij een voorbeeld. 'Ik vind Plantu's ideeën beter dan z'n tekeningen. Hij is aardiger dan ik. En z'n opdracht bij Le Monde is onmogelijk: elke dag op de voorpagina én in opdracht tekenen. Heb je die prachtige kazen al gezien?'

Le Pen staat hoog op het lijstje van Willems favoriete slachtoffers, al heeft hoofdredacteur Serge July liever niet meer dat hij er hakenkruizen bij zet. Pasqua en Debré, allebei gaullistische ex-ministers van Binnenlandse Zaken met de neiging het werk van het Front National alvast op te knappen, mag hij ook graag portretteren. En wat te denken van de harige oppositieleider Séguin en zijn kleine knecht Sarkozy met de geloken ogen? 'Dat is bijna niveau Molière' Wat betreft onderkinnen, kaken, haakneuzen, hangwangen, wenkbrauwen, wallen en dikke nekken beschikt Frankrijk nog over een regiment politici zoals ze in Nederland niet meer gemaakt worden. 'Chirac en profil, die kan ik bijna met m'n ogen dicht tekenen. En face is hij onmogelijk, lijkt hij op iedereen.'

De politieke prent bloeit in Frankrijk als nooit tevoren. Willem werkt sinds 1982 bij Libération, en illustreert met regelmaat de voorpagina. Plantu staat sinds 1985 dagelijks op pagina een van Le Monde. Elke zichzelf respecterende provinciale krant beschikt tegenwoordig over een politieke tekenaar. Maar je moet niet denken, zegt Plantu, dat ze in een krant als Sud-Ouest vrij kunnen variëren op hun eigen burgemeester Juppé van Bordeaux.

Willem: 'Iedere krant kijgt de illustrator die hij verdient, France Soir heeft er een met zijn eigen reactionaire fobieën. De rechtse Figaro heeft Faisan met een contract voor de voorpagina tot z'n dood - tot groot verdriet van Le Figaro, hahaha'

Vóór Jean Plantu werkte Konk op de één van Le Monde. Willem: 'Die is afgegleden naar extreemrechts nadat hij Faurisson had ontdekt, die het bestaan van de gaskamers ontkende. Konk ging narekenen hoeveel mensen er per uur in zo'n gaskamer geperst konden worden, en dat dat niet klopte met het totaal van de vermoorde joden.'

Gespecialiseerde stripweekbladen voor volwassenen als Charlie Hebdo en l'Echo des Savannes zijn in Nederland onbekend. Le Canard Enchaîné heeft twaalf tekenaars in dienst, die allemaal elke week een half dozijn prenten inleveren. De meeste zijn bovendien leuk, en dat in een land waar lachen niet hoog staat aangeschreven. Toen de Britse premier Tony Blair een paar maanden geleden een handvol kwinkslagen ten beste gaf in het Franse parlement, reageerden de Franse politici verbaasd: dat het op die manier ook kon.

René Petillon is een van de beste tekenaars van de Canard en een favoriet van Willem. Hij straalt het klassieke Franse kunstenaarschap uit, met z'n kleine, dasloze gestalte in een te ruime regenjas. 'De beste? Willem.' Petillons strips tellen vaak drie plaatjes, en ook hij kon recentelijk niet om Dumas heen. Terwijl de hoogwaardigheidsbekleder op de canapé zit bij president Chirac, kijkt de laatste - drie afbeeldingen lang - indringend naar de zoldering. Drie tekstballonnetjes boven het presidentële hoofd: 'Niet naar die schoenen kijken'

Er werd een justitieel onderzoek naar Dumas ingesteld nadat een rekening van bijna vierduizend gulden tevoorschijn was gekomen voor een paar handgemaakte schoenen. Die had een medewerkster van het olieconcern Elf voor hem gekocht.

Het bordes van het Maison de l'Amérique Latine is intussen volgelopen met cartoonisten, radio-komieken, schrijvers en buikige lieden met gifgroene jasjes. Willem wijst zijn collega's aan terwijl we bij het taartenbuffet staan - in Cointreau verdronken crêpes, aardbeientaart en petits fours à volonté. Daar heb je Pancho en Cabu. En Cardon. Die laat zijn onderwerpen altijd op de rug zien. Deze week is de beurt aan het achterhoofd van Chirac, die zijn Parijse troebelen ontvlucht in de streek Anjou en uitroept: 'Kalfskop, koeienkont, andouillettes en Vin d'Anjou, daar kom ik aan'

Willem, met volle mond: 'De Canard Enchaîné is in 1915 in de loopgraven geboren. Heeft altijd een grote traditie van politieke tekeningen gehad. Het blad verkoopt elke week 600 duizend exemplaren, stel je voor, Le Monde iets meer dan de helft. Volgens de twee directeuren zijn ze zo rijk, dat ze tien jaar met verlies kunnen doorgaan. Nou je het zegt, Dumas is er niet. Hij was jarenlang de advocaat van de Canard. Maar hij mag niet meer in belastingparadijzen komen, hahaha'

Waar komt die bloeiende cartoonisten-cultuur vandaan? De gebruikelijke verklaring heet Honoré Daumier, de tekenaar die van Casablanca tot Nepal bekend is. Volgend jaar is hij honderd jaar dood. En dan was er het oertijdschrift L'Assiette au beurre, ook altijd genoemd. Jean Plantu beaamt dat er in Frankrijk niet veel gelachen wordt. 'Intellectuelen vinden lachen suspect, ze zijn nogal geconstipeerd. Lachen in het theater is volks, en populisme hoort bij rechts.'

Plantu's positie bij Le Monde werd min of meer afgedwongen door de lezers. André Fontaine, de voorganger van de huidige hoofdredacteur, hield vaak lezingen in het land. Hij werd steeds aangesproken over de tekeningen van Plantu. Toen Fontaine in 1985 hoofdredacteur werd, was z'n eerste beslissing Plantu op de één te zetten. Niet dat de traditie door z'n opvolger enthousiast is overgenomen. 'Franse journalisten moeten zich forceren met tekenaars te werken. Ze denken oh la la, maar ze hebben nu eenmaal die geschiedenis van Daumier, dus ze vinden dat ze wel moeten. Ik lach wel niet, maar ik moet doen alsof. Een nogal jezuïtische houding, ja die vind je ook bij Le Monde.'

Willem beaamt dat er in de Franse politiek weinig plezier te beleven valt. Maar Franse politici zijn dan ook afkomstig uit de mal van de ENA, de Ecole Nationale d'Administration, en daar vergaat je het lachen. Verder gaat Frankrijk naar Willems smaak eerder gebukt onder teveel leut dan te weinig. Zij het niet om leuke grappen. De televisie loopt over van de slappe imitaties van de enkele jaren geleden overleden komiek Coluche. 'Hier word je populair als je dood bent, want dan ben je onschadelijk.' Zo verging het ook de harde tekenaars Reiser en Siné.

René Petillon: 'Fransen houden van kankeren. Ook tekeningen kankeren, dus dat sluit aan bij de behoefte van de man in de straat. Je kunt een bloeiende cartooncultuur zien als een uitlaatklep, bij gebrek aan werkelijke democratie. In Frankrijk is nog altijd sprake van een vergoddelijking van de macht.'

Dat verklaart ook het succes van de Canard, een blad waarvan geen buitenlands equivalent bestaat. Petillon: 'Het wordt beter, maar de pers doet nog altijd z'n werk niet.' Wekelijks vallen bij de Canard de primeurs op de mat. In de tijd dat Giscard d'Estaing president was, had het blad een rubriek die 'Chronique de la Cour' heette, met allerlei roddel en achterklap over de president. Die rubriek was gemodelleerd naar Saint-Simon, die exact hetzelfde deed in de tijd dat Frankrijk nog échte koningen had.

De politieke tekening gaat terug op de pamfletten van de 18de eeuwse philosophes. Diezelfde pamfletten werden ook verluchtigd met pornografische prenten. Willem, terwijl het hikkende lichaam heen en weer zwaait: 'Gelukkig wel' Hoe is het met zijn eigen pornografische besognes, waarvan in zijn oudere werk indrukwekkende staaltjes te zien zijn? 'De tijden zijn er niet meer naar. Toen liepen porno en politiek in het blad Hara-Kiri naadloos in elkaar over. In Charlie Hebdo van nu is dat niet meer zo. De nieuwe generatie is te serieus, ze drinken niet genoeg, hahaha'

Dat kan René Petillon bevestigen. Hij heeft een zoon van 23, die - net als de jonge striptekenaars - dichtbij 'la nouvelle gauche' staat van de socioloog Pierre Bourdieu. Bourdieu is tegenwoordig beroemder dan Sartre en Foucault bij elkaar. Hij loopt in de frontlinie van elke manifestatie voor 'sans-papiers' of 'exclus'. Maar een lachje kan er niet af. 'Ze zijn zo verschrikkelijk politiek correct.'

Aan het zink van Chez Georges aan de Rue des Canettes, denkt Willem terug aan de legendarische Volkskrant-correspondent Bob Groen, die Parijs tijdens de mei-revolutie per Solex placht te doorkruisen. Menige avond hadden ze in het café gesleten. En als het te laat werd om nog een metro te halen, logeerde Bob bij Willem thuis. 'Wanneer hij dan een stukje naar de krant had doorgebeld, lag er rond de telefoon een cirkel as van z'n Gauloises.'

Bob Groen verbleef niet alleen graag in Parijse cafés, hij stond ook bekend als een groot vrouwenliefhebber. 'Och', zegt Willem. De wilde jaren liggen achter hem. Maar laatst, na het feest bij de Nederlandse ambassadeur thuis, heeft hij in dit café nog wel de klok van Arnemuiden ten beste gegeven. Hahaha!

Martin Sommer

Willem, deadlines, des 60's aux 90's. 11 juni tot 12 juli. Institut Néerlandais, 121 Rue de Lille, Parijs. Metro Assemblée Nationale. Alle dagen van 13 uur tot 19 uur, behalve maandag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden