De ondergang van het eens machtige Zulurijk

AFRIKA KENDE vorige eeuw vier krijgshaftige inheemse rijken: dat van de Ashanti in het huidige Ghana, het dweperige regiem van de Mahdi in Sudan, het Matabelerijk in het huidige Zimbabwe en het door Shaka gevestigde Zulurijk aan de Noord-Oostelijke kust van Zuid-Afrika....

JAN JOOST LINDNER

In de jaren negentig was de technologische voorsprong van de Europeanen nog veel groter. Mede dankzij de watergekoelde machinegeweren waren de veldslagen tegen de andere drie rijken vooral executies. Bij Omdurman (Sudan) bleven 26 duizend Mahdikrijgers ('derwisjen') op het slagveld liggen. Van de vier trotse rijken resteerden slechts de volksverhalen over vroegere grootheid. Het Zulurijk werd opgehakt en meer dan een eeuw door blanken uitgebuit.

Zowel daar als in Matabeleland ging de beste grond naar de blanken, terwijl de inheemse bevolking het vee naar waterarme streken moest verplaatsen. Bovendien kwamen er veeziekten waartegen alleen de blanke kolonisatoren verweer hadden: inenting en isolatie. De Zulu's en de Matabele's moesten belasting betalen aan het nieuwe bestuur; in Matabeleland was dat de Chartered Company van Cecil Rhodes. Velen zagen zich gedwongen in de goud- en diamantmijnen te gaan werken en dat was mede de bedoeling geweest van de kolonisering door de Britten.

Glen Lyndon Dodds, die als jongetje met Matabelekinderen speelde en bang was voor dansende Zulukrijgers, beschrijft de ondergang van Zulu's én Matabele's. Eerder behandelde deze militair-historicus Britse veldslagen van Hastings (1066) tot en met Culloden (1746). Hij is erg precies, maar schrijft droog en niet erg lezersvriendelijk. Hij had kennelijk moeite de twee enorme drama's in ruim 250 pagina's te persen. Met name het kortere tweede deel over de Matabele komt er bekaaid af.

Vrijwel tegelijk verscheen (bij dezelfde gespecialiseerde uitgever) Great Zulu Battles 1838-1906 van Ian Knight. Hij is een van de grote kenners van de Zulugeschiedenis en beperkt zich in dit boek (en diverse eerdere) ook daartoe. Knight beschrijft uiterst levendig tien veldslagen van en in het machtige Zulurijk.

Maar de verbindende teksten zijn het sterkst. Zo krijgt militaire geschiedenis sociologische, economische en politieke samenhang. Opkomst en vooral ondergang van het Zulurijk vormen een groots epos. Dit boek is een aanrader, zij het bepaald niet voor de teerhartigen.

Shaka, de stichter van het grote Zulurijk na 1816, was niet de Napoleon van de vele legenden over hem, zo laten beide auteurs blijken. Zijn belangrijkste vernieuwing was de steekspeer in plaats van de gegooide speer. Hij was een goed strateeg en centraliseerde zijn pas veroverde rijk. Het Afrikaanse principe van regimenten naar strikte leeftijdsklassen gold nu ook voor nieuwe clans en volkeren. De krijgers waren derhalve niet meer afhankelijk van lokale Chiefs, maar direct van de koning en moesten ook diens enorme veestapel beheren.

Alleen de de ouderen (tegen de veertig) mochten trouwen. De jongere krijgers stonden in de strijd op de vleugels en moesten in een gezamenlijke tangbeweging aanvallen. Menige slag tegen Boeren en Britten ging later verloren, omdat die aanvallen niet gelijktijdig werden uitgevoerd: de jongste lichtingen waren onstuimig en renden met enthousiasme hun massale dood tegemoet. Volgens een zendeling klonk hun krijgszang 'als het geloei van woedende stieren'.

Shaka had een spraakgebrek en een lelijke grote neus en hij was wreed. Hij liet willekeurig zwangere vrouwen opensnijden om te kijken hoe de baby lag en zijn executies kregen ook een groot toevalselement. Het was ook tactiek: stammen onderwierpen zich liever snel dan de toorn van deze boeman te riskeren. Shaka's opvolgers waren minder bloeddorstig, maar zij hielden de militaire kracht en tradities evenzeer in stand en maakten korte metten met interne opstanden en burgeroorlogen.

Vooral bij Knight wordt de slag van de Bloedrivier (1838) enerverend. De Boeren hadden bij hun Grote Trek naar het noordoosten ook een oogje op het mooie Zululand laten vallen. Onder Andries Pretorius tonen zij de onaantastbaarheid aan van een goed 'laager' (een fort van 290 wagens in dubbele rij) en hun vuuroverwicht bij het achtervolgen en uitmoorden (in de rivier) van jonge Zulukrijgers.

Enkele decennia later wilden Britse elites in Zuid-Afrika goedkope zwarte arbeidskrachten voor de nieuwe diamant- en goudmijnen. Bovendien werd een sterk rijk aan de grens bedreigend geacht. Op eigen initiatief begon Kaapstad een veroveringsoorlog tegen Zululand. Dat was in 1879 en de militaire commandant Lord Chelmsford leed enige markante nederlagen.

Vooral die van Isandlwana was een dieptepunt en krijgt in beide boeken alle ruimte. De Zulu's lieten zich niet afschrikken door een zonsverduistering. Dodds behandelt ook de verdediging van de missiepost Rorke's Drift door honderddertig deels invalide soldaten, die 24 uur een massale belegering doorstonden. Van dat heldenstuk is in de jaren zestig nog een pompeuze (en eentonige) film gemaakt.

Knight laat zien hoe boos Londen was. De regering had zich door Kaapstad in een niet-gewilde grote oorlog laten blunderen en moest nu wel zware versterkingen sturen, want verliezen tegen zwarten kon ook weer niet. Die versterkingen gaven inderdaad de doorslag, maar wel laat. Er zat inmiddels een nieuwe niet-imperialistische regering (Gladstone's tweede), die eigenlijk niets met het Zulurijk wilde. Toen is maar besloten Zululand in dertien stukken te hakken, wat tot eindeloze conflicten zou leiden.

Pas later hebben de Engelsen land en vee geroofd en zijn ze belasting gaan heffen. Daarbij werd elke opstand gesmoord, soms in zeer grote slagen (nog in 1906). Een apart drama was het rondzeulen met de laatste Zulukoning Cetshwayo. Die kreeg - na een geslaagd bezoek aan Londen - weer een stuk van zijn land terug en algauw ontstond een grote beweging om zijn rijk te herstellen.

Het resultaat was een nieuwe burgeroorlog, die met hulp van Boeren wel werd gewonnen door de koningspartij, maar veel goed land kostte aan diezelfde Boeren. Pas toen zijn de Britten, die een combine van Boeren en de nieuwe Duitse imperialisten vreesden, de zaken zelf gaan regelen. En bepaald niet ten gunste van de Zulu's.

Wie deze boeken leest, vraagt zich af hoe er Engelse historieschrijvers kunnen bestaan die het Britse rijk in hun finale afweging als heilzaam voor de gekoloniseerde volkeren beschouwen.

Jan Joost Lindner

Ian Knight: Great Zulu Battles 1838-1906.

Arms and Armour, import Nilsson & Lamm; 224 pagina's; * 72,35.

ISBN 1 85409 390 8.

Glen Lyndon Dodds: The Zulus and Matabele - Warrior Nations.

Arms and Armour, import Nilsson & Lamm; 256 pagina's; * 68,55.

ISBN 1 85409 381 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden