DE ONBETWISTE MEESTERS VAN HET HERGEBRUIK

Van de Inktpot in Utrecht tot de Amsterdamse Vondelkerk – Joop en André van Stigt hebben veel bouwwerken van de sloophamer gered....

Door HILDE DE HAAN

Iedereen kent het: machteloos moeten toezien hoe een pront, karaktervol bouwwerk wordt gesloopt. Vaak zijn er eerst actievoerders die wel argumenten maar geen middelen hebben om het gebouw te redden. Het verpietert. Dan volgt sloop en is er jaren braak terrein en bouwgeweld. En wéér heeft een markant herkenningspunt met weidse uitstraling plaats gemaakt voor nieuwbouw die ‘rendabel’ heet, maar haast per definitie minder interessant is.

Natuurlijk kan dat anders. En om te bewijzen dat dat anders moet, heeft Agora Europa (stichting voor democratie en cultuur) twee aanstekelijke boeken gemaakt. Allereerst een gids: een verleidelijk zakformaatje dat uitnodigt om langs zo’n vijftig geredde bouwwerken in Amsterdam te gaan en met eigen ogen te aanschouwen hoeveel moois er bijna was verdwenen als niet voor herbestemming was gevochten. Het gidsje is liefdevol geschreven, lekker informatief, een smaakmaker bij uitstek.

Het kloeke Bouwmeesters met draagvlak vult daarop aan zoals een mooie maaltijd na een prikkelend voorgerecht. Het is een gedegen standaardwerk dat uitlegt hoe veelzijdige inspanning nodig is opdat een reddingsactie slaagt. Maar smakelijk is het ook, want levendig geschreven. En het behandelt alleen gebouwen waarbij het hergebruik vorstelijk is gelukt, namelijk 25 projecten van de architecten die op dit gebied onbetwiste meesters zijn: Joop en André van Stigt. Zij droegen er in Amsterdam toe bij dat in 1985 de Vondelkerk op het nippertje werd gered; zij transformeerden het al opgegeven Entrepotdok tot een stad op zich van zo’n 400 woningen en 100 bedrijfsruimten (en zetten en passant de herleving van de wijde omgeving in gang). Ook wisten ze het Olympisch Stadion van Jan Wils te sparen en begon het koelpakhuis De Zwijger een ander leven. In Utrecht gaven ze nieuw bestaansrecht aan de Inktpot (de majestueuze baksteenkolos die ooit hoofdkantoor van de NS was) en in Rotterdam namen ze het trotse Groothandelsgebouw onder handen.

Het bijzondere is: ze deden daarbij alles wat een architect meestal niet doet. Zo halen zij rücksichtslos de haalbaarheidsstudies van deskundigen onderuit met eigen analyses en constructieonderzoek. Ze kiezen zelf de installaties, bewaken de kosten, voeren directie, en zijn dikwijls op de bouwplaats te vinden. Het ontwerpen – een activiteit waartoe de meeste architecten zich beperken – is slechts een klein, integraal deel van hun werk.

Daardoor kan vader Joop tot pertinente uitspraken komen als: ‘Sloop is altijd duurder, als je de kosten van slopen, leegstand en bouwrijp maken meetelt. Alleen doordat al die kosten uit andere potjes komen, kan men doen of het goedkoper is.’ En waar vader Joop een zeldzaam rijke kennis van het bouwvak inbrengt, heeft zoon André een uitzonderlijk vermogen om ‘draagvlak’ te creëren. Hij is een vis in het water tussen actievoerders, maar weet even makkelijk financiers te winnen voor een zaak waarin hij zelf gelooft.

Bouwmeesters met draagvlak besluit strijdbaar, met heldere aanbevelingen hoe hergebruik meer kans kan krijgen. Dat is nuttig en hoopgevend, maar verontrustend is het ook: het vergt een instelling die in Nederland niet makkelijk is te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden